LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Manu Gabriels

6 jun 2026

 

‘Mijn naam is Manu Gabriels (1982) en ik woon in Brasschaat (België). Ik heb jaren als postbode en chauffeur gewerkt bij bpost, waar ik nu als mailmedewerker werkzaam ben.
Ik ben als totale leek begonnen (zonder enige scholing) en heb nooit iets met taal en boeken gehad, tot corona de wereld in rep en roer zette.
Uit verveling begon ik me te verdiepen in boeken en later ook in schrijven. Spelling, grammatica, mijn concentratiestoornis (ADHD) en mijn gebrekkige taalkennis waren mijn achilleshiel. Ik heb me daar niet door laten tegenhouden, ook al blijven ze soms nog als een doorn in mijn creativiteit steken (vooral bij prozateksten).
Mijn verbeelding, doorzettingsvermogen, honger om mijn woordenschat bloemrijker te maken en leergierigheid drijven mij om verder te groeien.
Mijn grote droom is om ooit een mozaïekroman (acht sprookjes voor volwassenen) uit te geven. Daar ben ik al vijf jaar intensief mee bezig. Daarnaast verdiep ik me in de poëzie, omdat ik daar op korte tijd iets mee kan tonen en ik even van mijn boek kan wegvluchten.
Na talloze cursussen en het lezen van vele romans en poëzie, ben ik stelselmatig gegroeid. Intussen heb ik de shortlist van Editio (2025) en Piekerlicht (2025) gehaald en is er recent een gedicht van mij verschenen in De Zeef van de Maand (maart) van het poëzieplatform Het Gezeefde Gedicht.’

 

foto © Kimberly Van Israel

 

 

rolstoelmeisje

ik gooi mijn glimlach weg
voor mijn voeten
ze splijten bij elke stap
naakt in mijn metalen lichaamsdeel
rijd ik op de droogte
met een stem van een makke hond

mijn prins streelt de aandacht, doofstom
voor het geruis van mijn ziel
die de zee toe behoort

hij verkiest de hartslag van de dans
het refrein van dijen
in het lied van de lakens
piept de pret

ik staar naar de schuimende golven
bol de dijk af
zing, om niet te sterven
terra incognita

de zee golft op onze maat
we wurgen haar zeevruchten in plastiek
dragen de olie dronkveilig, op haar rug
roven haar voedsel, voor vluchtend voedsel dat we roven

soms beukt ze de waaghalzen, tegen haar broederlijke klifkaken van de aarde
blaast ze boten als verroeste bouten op onze kusten
of neemt ze mee tot roestige geheimen

de vele vruchtgebruikers zonder vonnis zouden nog, durven
zonder haar zout
haar leeg te drinken
festival

we dronken de sfeer op de dansweide
onder een hemel van verstopte wolken
ik haperde, je vingers in mijn haren
alsof ze poppenkrullen waren, traag

begon het licht te knipperen
kropen woorden weg in schaduwen
mijn huid werd was

ik krabbelde naar bewustzijn
naast de dauwbedekte beker
mijn kleren lagen als geplukte veren verspreid
tussen slapende bassen en mijn gedachten

     Andere berichten

Silvester Klaasman

Silvester Klaasman (1989) schrijft poëzie over menselijke relaties in de laatkapitalistische atmosfeer van vervreemding. Zijn werk...

Noah Put

Noah Put (2005°) is Algerijns-Belgisch. Hij is opinieredacteur bij Veto en studeert Filosofie. In 2026 behaalde hij de tweede plaats in de...

Marijke Hanegraaf

Marijke Hanegraaf (Tilburg, 1946) schrijft over het verlangen jezelf te blijven in een veelheid van indrukken. Observaties via oog en oor...