De lakens zijn spierwit
door Sander Ausums
–

–
Bij het voordragen of publiceren van een gedicht wordt het gezien als heiligschennis om een disclaimer te geven, toch ga ik dit in het geval van deze bundel wel doen. Dichter Ineke Holzhaus draagt de eerste gedichten op aan haar man, de schrijver, dichter en vertaler Willem van Toorn, die is overleden in 2024. Het tweede gedeelte gaat over haar overleden zus die leed aan een bipolaire stoornis. Als mensen mij om advies vragen over een gedicht of reeks gedichten vraag ik altijd naar het doel ervan. Een dermate persoonlijke bundel vind ik lastiger te beoordelen vanwege de precaire inhoud. Toch ga ik het proberen.
–
nu moet ik bedenken wat je zegt –
je taal raakte zoek, verbrokkeld
in een plastic masker, schorre
klanken die ik beaamde; muziek
–
bij de afgrond van twee slecht geschoolden
in zielenuitleg, ik las je voor
wat we schreven in een lichtvoetig boek
–
onze woorden verschoven, daalden neer
in die ziekenkamer, je ogen ach je ogen
gloeiden, je hand bewoog vragen
ik kon je horen: nog een gedicht –
Ineke Holzhaus’ poëzie wordt gekenmerkt door wat ik zou bestempelen als een klassieke schrijfstijl. Simpel gezegd zit dit in haar taalgebruik en in de vormgeving. Vooral in gedichten die geschreven zijn voor haar geliefde Willem van Toorn.
–
Ik loop steeds terug
naar waar ik iets
vergeten ben
–
alles raak ik kwijt
alles verdwijnt
hoe laat ik het
voortbestaan
–
blijf bij me dicht
op mijn huid
In de bundel loopt dit keer geen rode draad, maar een witte draad van de dood. Veel beelden die geschetst worden zijn sober en klein gehouden. Zo ook de schilderijen die te zien zijn in de bundel. Het zijn stillevens en overal komt de kleur wit terug. De dood wordt voornamelijk omringd door liefde en weemoed, hier draagt de kleur wit aan bij. De liefde en weemoed klinkt vooral prachtig door in het volgende fragment:
–
geen ander eindpunt
dan de stoel, het glas, het bed
je silhouet in de tuin, vogels
die voer van je verwachten
In de gedichten over haar zusje komt soms een nieuwe taal naar boven drijven. Zoals: ‘je denkt aan not waving denk ik / but drowning (…)’. Of ‘dat denk ik als jij je bij de Hunkemöller in de paskamer ontbloot’. Regels waarvan ik niet verbaasd zou zijn als ik ze tegen zou komen in hedendaagse poëzie van bijvoorbeeld een Maxime Garcia Diaz of een Alara Adilow.
De gedichten onder de noemer ‘zusje’ riepen meer wrange emoties in me op. Het schetst een krachtig beeld van hoe Holzhaus langzaam haar zusje kwijtraakt aan de bipolaire stoornis. Iemand die nog wel leeft, maar steeds moeilijker bereikbaar is. In de uitleg, die de bundel biedt over deze gedichten, kom je te weten dat haar zusje het niet heeft gered, de diagnose en therapie kwamen helaas te laat. Met deze kennis krijgen de gedichten een nieuwe laag en brengen ze je tot stilte.
–
De aarde is drooggevallen na jou –
je moest me zien poeren met een mens
in de grond, geknield als een bedelaar
om iets levends te laten gebeuren –
–
jij was niet van tuinieren, je was van de stad
waarin je kon verdwijnen opdat ik je niet vond
als ik je zocht, bewaker in eigen opdracht
en jij tussen de goedgevormde benen
–
lag van een interessante kleinzoon
van een internationaal bekende schilder
uit Zwitserland; je zocht ze wel uit, leunend
tegen zijn tors onder het nationaal monument
Het is moeilijk om kwalitatief sterke gedichten te schrijven die zo persoonlijk zijn en ze dan toch een universele waarde mee te geven. Ineke Holzhaus slaagt daar met vlag en wimpel in, dus hoop ik dat de dichter, van wat er ook op haar pad komt, mooie dingen blijft maken.
____
Ineke Holzhaus (2025). Twee Cycli – je stem / Zusje. Kwakman & Smet uitgevers, 72 blz. €25,00. ISBN 9789083145372



