LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Atte Jongstra – Inkt, bloed & liefde (biografie Leo Vroman)

18 sep 2026

Liefde, inkt en bloed

door Hettie Marzak



De biografie van Atte Jongstra over dichter en bioloog Leo Vroman beschrijft diens leven van de wieg tot het graf. Het is mede daardoor een vuistdikke pil van bijna duizend pagina’s geworden, met een uitgebreid notenapparaat en een ellenlange literatuurlijst, want Vroman leefde van 1914 tot 2015, bijna honderd jaar. Hij was de eigenzinnigste dichter van Nederland, die ruim zeventig jaar in Amerika woonde en werkte en zich misschien daarom zo weinig aantrok van stromingen en richtingen in de Nederlandse literatuur. In zijn gedichten was hij altijd zichzelf, licht en lief en soms ongelofelijk melig.

Hij werd geboren in Gouda als kind van joodse ouders, maar in tegenstelling tot zijn broer Jaap maakte Leo niet veel werk van zijn joodse identiteit. Hij had er op school wel last van dat hij de zoon van de docent natuurkunde was en hij werd wel eens bespot om zijn grote neus, maar dat deed hij zelf ook als ‘knaap met snavel’, die prominent aanwezig was in zijn tekeningen. In Utrecht ging hij biologie studeren en leerde daar zijn geliefde Tineke Sanders kennen bij een diner van de studentenvereniging. Vroman zegt zich onmiddellijk te hebben gerealiseerd: ‘Godallemachtig! Ik zit naast mijn vrouw!’ Maar de oorlog zou roet in de relatie gooien: pas zeven jaar na hun eerste kennismaking trouwde het stel, dat elkaar al die tijd niet gezien had en slecht door middel van brieven contact met elkaar had gehouden. Want Vroman vluchtte per zeilboot voor de nazi’s naar Nederlands-Indië, maar werd door de Japanse bezetter in diverse kampen geïnterneerd en tewerkgesteld. Na de bevrijding vertrok hij naar New York waar hij en Tineke eindelijk in de echt verenigd werden.

Ze kregen twee dochters en Vroman werkte als hematoloog aan wetenschappelijk onderzoek naar bloedstolling, waarbij hij naam maakte met wat later naar hem het ‘Vroman-effect’ genoemd zou worden. Hij keerde nog vele malen terug naar Nederland, maar zou er nooit meer wonen.

Ondertussen schreef hij gedichten. Speelse, ontroerende, sublieme en soms kolderieke gedichten, die hij vaak zelf van een tekeningetje voorzag. Hij dichtte zoals hij was, zijn leven lang. Hij trok zich daarbij niets aan van literaire kritiek, de wensen van een publiek of de eisen om tot een literaire stroming te kunnen worden gerekend. Zijn gedichten zijn volstrekt uniek, filosofisch en ontwapenend. Precies zoals hij zelf was. Hij maakte ook nauwelijks onderscheid tussen fictie, werkelijkheid,  poëzie en proza, kunst en wetenschap, maar liet alles in elkaar overlopen zonder aan te geven wat voor hem het belangrijkste was. Zoals zijn leven was, zo was zijn poëzie.

Jongstra citeert ruim, zijn biografie is doorspekt met foto’s, citaten en Vromans gedichten en tekeningen, heerlijk voor de liefhebbers. Hoewel Jongstra aangeeft nooit iets van Vroman gelezen te hebben voordat hij aan zijn boek begon, is het duidelijk dat hij een bewonderaar van diens werk geworden is, misschien wel zijn grootste fan. In korte hoofdstukjes, die niet altijd chronologisch op volgorde geplaatst zijn, vertelt hij zoals hij zijn verhaal aan vrienden in de kroeg zou kunnen vertellen: ongedwongen, geanimeerd en soms zich verliezend in de kleinste details en anekdotes, die het relaas levendiger maken. Als lezer word je aan zijn hand meegetrokken, het leven van Vroman in, dat geen ogenblik verveelt.

Jongstra laat Vroman zien als een liefdevolle, sympathieke man, die zich nooit terneer liet slaan door de realiteit, maar als het ware door een ‘geestelijke duikersklok’ daartegen beschermd werd. Alsof hij in een andere wereld leefde. Optimistisch en humorvol als hij was, liet hij zich nooit kleinkrijgen door wanhoop of ellende, zelfs niet in de periode waarin hij in diverse Jappenkampen zat. Hij liet zich daar ook zelden over uit, zoals zovelen die in gelijke omstandigheden verkeerd hebben, al kan de lezer zich door de feiten alleen wel een beeld vormen van de ellende die daar geheerst moet hebben. Met humor en gekkigheid wist Vroman de ernst te verbloemen, om niet ten onder te gaan aan de gebeurtenissen. Maar ook al laten sommige gedragspatronen zich verklaren, Vroman blijft ook voor zijn biograaf een raadsel, ongrijpbaar en nooit helemaal te doorgronden.

Zijn liefde voor zijn vrouw Tineke grenst aan het onvoorstelbare, bovenmenselijke. Jongstra vertelt dat Vroman in 2004 op de vraag van een journalist waar hij het meest trots op was, zijn poëzie of zijn wetenschappelijk onderzoekswerk, antwoordde: ‘Mijn huwelijk. De rest is gewoon dingen doen.’ En ook laat Jongstra een van de geïnterviewden vertellen: ‘Tineke en hij waren zo close dat je er soms ook gek van werd. Zodra zij even de deur uit ging, tuurde hij door een verrekijker tot ze de laatste hoek omging. Dan ging hij naar de linnenkast om aan haar kleren te ruiken.’

Je vraagt je als lezer af of de beide echtelieden ooit ruzie of andere onmin hebben gehad, en of Vroman ooit in woede is uitgebarsten. Bij Jongstra lees je daar niets over en aangezien deze bijna alles in de biografie heeft verwerkt wat gedocumenteerd is, zal dat wel nooit hebben plaatsgevonden. Wel kan Vroman ‘als gestoken’ reageren op e-mails, die hij consequent ‘iemels’ noemt, als er kritiek op zijn uitgegeven dagboek Misschien tot morgen komt, waarin hem ‘gebrek aan gevoel’ wordt verweten.

De liefde voor zijn vrouw komt vooral in de laatste jaren sterk naar voren als Vroman weet dat hij niet lang meer te leven heeft en Tineke aan het dementeren is. Vroman weigert naar een verzorgingstehuis te gaan, omdat hij vreest dat zijn vrouw en hij dan niet meer bij elkaar kunnen zijn. Na zijn dood lijkt het alsof Tineke hem nog ziet en met hem praat, zeggen de dochters. Misschien was deze liefde inderdaad sterker dan de dood, wie zal het zeggen.

Een bijzondere verdienste van deze biografie is dat Jongstra zich niet alleen maar heeft gewijd aan Vromans de dichter, maar ook aan de bioloog, de tekenaar, de gezinsvader en deze unieke, veelzijdige, beminnelijke mens in het algemeen.

Jongstra heeft een prachtige titel gekozen voor de biografie van een man voor wie die drie elementen gedurende zijn gehele leven zo intens van belang waren: inkt, bloed en liefde. Maar ‘de grootste daarvan was de liefde’.

___

Atte Jongstra (2026). Inkt, bloed & liefde. De Arbeiderspers, 1000 blz. € 49,90. ISBN 9789029553179

     Andere berichten

Caty Moerman – Tongbreker

Caty Moerman – Tongbreker

Woorden die schuren, klauwen en branden door Yolandi de Beer - - Caty Moerman (1976) woont in Blankenberge en volgde schrijflessen aan de...