Jazz in lichamelijke taal
door Tom Veys
Op de cover van Combinaties met als ondertitel Jazzgedichten staat een infraroodfoto van muzikanten. Met infraroodfotografie leg je meestal licht en kleuren vast die je met het blote oog niet kunt zien. Zo werkt poëzie, denk ik ook. Warmtebeeldcamera’s of thermografische camera’s gebruiken infraroodtechnologie eveneens om warmte in zichtbare beelden om te zetten. Die warmte of hitte kan je bovendien opmerken in een aantal gedichten van Guy van Hoof. Bert Prins zorgde voor de omslag van deze bundel.
In de inleiding van de bundel door Bart Madou staat: ‘Deze bundel (Combinaties) is meer dan een verzameling gedichten; het is een literaire jamsessie waarin de stem van de dichter opgaat in het geluid van saxofoons, piano’s, en trompetten, met een gevoel voor improvisatie dat jazz zo uniek maakt.’ Opvallend is dat de gevoelswereld van de dichter wordt verwerkt in de gedichten. Je voelt dat van Hoof intuïtief nauw verwant is met de muziek, specifiek met jazz. In vrijwel alle gedichten wordt ingezoomd op een nummer of op een iconische jazzartiest, zoals Billy Holiday en John Coltrane.
Niet toevallig heeft de eerste afdeling als titel ‘Het betere gevoel’. Het betere gevoel slaat wellicht op het gevoel dat je hebt bij het beluisteren van jazzmuziek. Enkele gedichten hebben ook iets filmisch door de beschrijvende schrijfstijl, zoals ‘Relax’.
–
Hij stapt de studio binnen,
de beelden zijn in zwart en wit
net als de toetsen van de piano
die Bill Evans uitprobeert
eerst met de voeten op de pedalen;
zwak licht maakt zijn voorhoofd dieper
het strakke brilmontuur
en glimmend haar als op een foto
in het uitstalraam van een Italiaans kapsalon
hij plooit zijn lippen met een uitdrukking
die het midden houdt tussen die van
een kernfysicus en de neef van Marlon Brando,
geeft instructies, spreekt nu en dan
met de andere muzikanten, begrijpt
geen andere talen dan Engels Amerikaans
en muziek, al had ik zelfs geen idee
dat hij überhaupt kon praten, terwijl
camera’s de juiste opstelling zoeken
vraag hij zich af: wanneer kan ik hier
eindelijk beginnen?
In de gedichten wordt veelal met associaties gewerkt. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in ‘Vice versa’: ‘De handen van Nat Cole, later met bijnaam / dwalen als schaatsers over dun ijs, dansers / in het luchtledige, dwarrelen is misschien / iets beter uitgedrukt, ze zijn er en zoeven weg, (…)’. Opvallend is eveneens dat er weinig witregels tussen de verzen zijn. Dit onderstreept soms het verhalende karakter van enkele gedichten. In de afdeling ‘Nooit of nu’ (suite voor Jackie McLean, opgedragen aan Paul Turkry, jazzschilder) worden daarna woorden gezocht voor het maken van muziek. Uit: ‘Tien vingers’: ‘Je hebt tien vingers nodig, twee lippen / en een eindeloos geduld, beter gezegd adem / om de sax de baas te blijven. (…)’. Jazz wordt omschreven als ‘Een vloeibare stroom warmte / omgezet in noten die elkaar / geen tijd willen gunnen en harmonie / zoeken in verscheidenheid van meningen / die tot concrete omschrijvingen leiden / om post te vatten achter mijn oogballen / waar dromen en avonturen ontstaan, (…)’. De titel van dit gedicht is ‘Een vloeibare stroom’. In de titels kon de dichter soms iets suggestiever te werk gaan, maar de titels spreken wel de lezer aan en verduidelijken.
Ook in de afdeling ‘De tijd gaat nu in’ (Suite voor alt en tenor) vinden gedachtegangen of misschien (koorts)dromen een thuis. De muziek neemt hierbij altijd het voortouw, daarom is deze bundel geslaagd in ‘combinaties’. De dichter blijft letterlijk en figuurlijk schatplichtig aan de muziek. In ‘Gereedschap’ wordt bovendien nog een link gelegd met de schilderkunst. Die extra laag wordt gesmaakt.
–
Ze steken de koppen bij mekaar
beter gezegd tegen elkaar aan
de lippen aan het mondstuk dat een stuk
van hun lijf is geworden als gereedschap
om klanken te maken die nog niet bestonden.
Er is geen kram om aan op te hangen
geen steunbalk of stoelleuning
om je met vuisten of tanden aan vast te klampen
of een blindenstok; kleine wolkjes die onderweg
met mekaar in verband staan, golven emotie
als zwevende herinneringen in de vorm van
landschappen, avonden in een schemerig huis
de biljardtafel van Van Gogh, het gebed van
een ongelovige, een verloren gewaande
en teruggevonden ring, woorden uit een gestolen
boek weggewaaid in een station in de winter.
Er drijft verder een melancholisch gevoel in enkele gedichten. Uit ‘Vijf minuten’: ‘Er krinkelt een soort verdriet mee / met de aarzelende, bijna ondergedompelde / woorden die op zacht deinende golven / op en neer lijken te gaan, vooruitgestuurd / door een glimlach die voor één derde pijn verbergt, (…)’. Wanneer van Hoof intertekstualiteit integreert in zijn gedichten, opent hij volgens mij een nieuw perspectief, zoals een verwijzing naar Jack Kerouac in ‘De jazzpoëet’ of de verwijzing naar een novelle van Maurice Roelants in ‘De jazzspeler’.
Guy van Hoof is naast auteur ook literair criticus, hij publiceerde eerder essays, een Literaire Gids voor Antwerpen en een tiental dichtbundels. Combinaties is dus de tweede bundel met poëzie rond het thema jazz. De eerste bundel over jazz heette De man die (altijd) terugkwam (2019).
Achteraan in de bundel werden enkele recensies opgenomen over De man die (altijd) terugkwam, wellicht als referenties voor deze bundel. André Oyen schrijft in Antwerpen leest: ‘Guy van Hoof brengt de jazzhelden van toen tot leven. De dichter voert in zijn bundel de hele jazzwereld op, gaande van de artiesten tot de instrumenten, de sfeer bij jazzoptredens, de muziek en soms de teksten.’ Renaat Ramon merkt verder in Poëziekrant op: ‘hij [Guy van Hoof] legt zijn impressies kleurrijk vast zonder technische ballast en zonder het in jazzkringen geliefde jargon dat neigt naar hermetisme.’ Deze omschrijvingen gaan mijns inziens ook op voor Combinaties.
Combinaties is tot slot een bundel die je uitnodigt om anders te kijken naar jazz door een lichamelijke taal. Veel gedichten zijn odes aan jazzmuzikanten in een beschrijvende, toegankelijke taal. De dichter laveert verder tussen proza en poëzie. Schitterend is dat de dichter denkt als een muzikant en dit voel je in de poëzie.
____
Guy van Hoof (2025). Combinaties. Uitgeverij Liverse, 58 blz. €21,95. ISBN 9789492519948




