‘Zoiets vraag je toch niet aan een stervende’
door Hans Puper
–

–
Op het voorplat van Opstal, de nieuwe bundel van Judith Herzberg, staat een aquarel van de vorig jaar overleden beeldend kunstenaar Ruscha Langelaan. Het is de woonkamer van Herzberg, van bovenaf gezien. ‘Opstal’ is onroerend goed; is de kamer een onderdeel van het huis der poëzie? Dat zou best kunnen, maar het is in ieder gevel een eerbetoon aan Langelaan. Aan haar is ook een gedicht gewijd: ‘Villanelle’.
De gedichten zijn onmiskenbaar Herzberg. Je vindt het allemaal terug: scherpe observaties, (schijnbare) nuchterheid, verlies, anekdoten, humor, verontwaardiging, woede soms, zoals in het gedicht Taïda, dat op 24 april 2006 werd gepubliceerd in NRC Handelsblad.
–
—- –21 april 2006
–
Ik ben één in een menigte
ik protesteer. Hoor keer op keer
aan alle kanten om me heen:
“in zo’n land wil ik niet meer
leven”. In plaats van eer
wie ere toekomt: zo’n moedig
en leergierig meisje wordt
verwijderd. In plaats van open
armen krijgt ze te maken met
een feeks met harde zelfvoldane
kaken. Die weet wat wet is.
Onaangedaan. Heeft waarden
In haar vaandel staan
Taïda Pasić was het achttienjarige Servisch-Kosovaarse meisje dat in haar examenjaar vwo in vreemdelingenbewaring werd genomen. Rita Verdonk, VVD, toen nog minister van Vreemdelingenzaken en Integratie, wilde haar uitzetten. Ze was gerechtigd op humanitaire gronden een andere beslissing te nemen. Dat wilde ze niet. Taïda Pasić moest vertrekken. Een examen moest ze maar in haar thuisland zien te halen.
Het is inmiddels twintig jaar geleden, maar deze praktijken zijn nog steeds gaande; wellicht heeft Herzberg het gedicht om deze reden in Opstal opgenomen.
Onder de nuchterheid van Judith Herzberg verbergen zich sterke emoties, zoals in de serie ‘Ikme’, vijf gedichten die zij schreef voor het toneelstuk Het verhaal van Ikme (2012), over een soldaat die getraumatiseerd terugkomt van het front. Het vierde:
soldaten vloeken lachen en bezweren
soldaten roepen en creperen
soldaten praten niet
Een gedicht van slechts vier regels. Omdat de eerste en laatste gelijk zijn, krijgen deze een sterke nadruk. Soldaten zijn kerels die zich stoer voordoen om hun doodsangst te onderdrukken, ze vloeken, lachen en bezweren, want roepen en creperen op het slagveld is te huiveringwekkend om over te praten. Ieder van hen is alleen met zijn angst. Wat een eenzaamheid.
Er bestaat geen bundel van Herzberg zonder reflectie op de kern van het bestaan (of het menselijk lot, zo je wilt). Het volgende gedicht is van een absurde humor.
–
Ik heb moeite met beide en beiden
Wanneer is het beide, vroeg ik hem en
wanneer beiden.
–
Uitleg
–
Zoiets vraag je toch niet aan een stervende
–
Waarom niet?
–
Die houdt zich met andere dingen bezig.
–
Ik zou niet weten waarom. Ik bedoel: waarom
wij dan wél. Wij zijn toch allemaal stervenden
stervenden of stervende.
Het gedicht heeft het karakter van een dialoog, zoals zo vaak bij Herzberg. Ze is tenslotte ook toneelschrijver.
De ik stelt in de eerste strofe een bekend spellingprobleem aan de orde: wanneer schrijf je nu beide of beiden? Het schrijven of weglaten van een ‘n’ wordt in de laatste regels existentieel: we zijn stervenden of stervende. Een heel belangrijk onderscheid in dit geval! N of geen n, that’s the question. Grappig: in de titel zelf zie je het onderscheid -e/-en ook terug.
De dialoog is prachtig. Je schiet in de lach, maar de ik-persoon zet je tegelijkertijd aan het denken. Heeft die geen gelijk?
Tot slot: er is de laatste tijd veel te doen geweest over de zorgwekkende achteruitgang van het leesonderwijs. Aan de zij-instromer uit het gelijknamige gedicht zal het niet liggen. Zij neemt het gulle besluit om van haar talent ook anderen te laten profiteren en:
door te geven
op letterliefde
te trakteren
–
want
waar blijven later
de bedachtzame,
de wijzen, als hen
niet jong de lekkerte
van leren en begrijpen
vriendelijk
is ingewreven
De lekkerte van leren en begrijpen vriendelijk inwrijven: dat zou het doel moeten zijn van alle didactiek, hoe gevarieerd die ook kan zijn. Deze zij-instromer verdient het om de eerstkomende vijf jaar de eretitel leraar van het jaar te krijgen.
Van Judith Herzberg krijg je nooit genoeg.
____
Judith Herzberg (2026). Opstal. De Harmonie, 45 blz. € 21,90. ISBN 9789463362658



