En daar hebben we dan het volgende op gevonden
door Marc Bruynseraede
–

–
Lezers van Meander hoeven we Hans Franse, de ouderdomsdeken onder de recensenten, niet meer voor te stellen. Deze dichter/ letterkundige en globetrotter is door Wouter Heiningen uitvoerig op deze site geportretteerd. Een beetje later schreef Maurice Broere een recensie over zijn Zelfportret met woord. Hij noemde de bundel ‘een doorsnede van zijn lange schrijversloopbaan, naast o.a. necrologieën en andere gelegenheidspoëzie.’
En kijk, voorjaar 2026 verschijnt alweer een nieuwe bundel Luister rijke kijk dagen. Deze uitgave zou je een nieuwe, joyeuze recapitulatie kunnen noemen van Hans Franses carrière in de letteren en kunsten, met uitschieters naar zijn Haagse herkomst, de vele reizen die hij ondernomen heeft en de culturele en dichterlijke indrukken die hij daarbij opgedaan heeft, plus nagelaten en te boek gestelde herinneringen aan kunstenaarsfiguren die hem zijn bijgebleven. De cover van deze bundel is een feestelijk bloemenfestijn. Zeker, ter ere van zijn geliefde echtgenote Andrea die ‘de bloemen laat bloemen’. Aan de achterzijde van de bundel staat een foto van de dichter, met een uitdrukking alsof hij zijn eigen overlijdensbericht voorleest.
Bij deze uitgave was het erom te doen op feestelijke wijze afscheid te nemen, reisgenoten te gedenken die hem zijn bijgebleven en, achterom kijkend, mooie herinneringen op te halen. Het overheersend gevoelen is er een van dankbaarheid en tevredenheid om al de culturele en artistieke ontdekkingen en belevenissen die Hans op zijn loopbaan is tegen gekomen en omwille van zijn poëtische natuur, die hem toelaat met een iets andere bril naar de wereld te kijken.
In de eerste drie cycli ‘Dichtbij huis / Verder van huis / Voor altijd ver van huis’ zet Hans Franse impressies neer in poëtische pasteltinten. Den Haag aan de Lange Voorhout, Maastricht, Salzburg, Assisi. Soms lichtjes badinerend, soms melancholisch, dan weer in een roes van verliefdheid en steeds in een helderende parlando-stijl. In de cyclus ‘Voor altijd ver van huis’ worden kunstvrienden, als Paul Van Vliet, Wim de Bie, Carmen van der Wekke en anderen, herdacht. Zij hebben intussen het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. In het gedicht ‘I Gioni Scorsi’ (de voorbije dagen) staat Franse stil bij het feit dat er zoveel in het leven is waaraan voortdurend voorbijgehold wordt. Een fragment hieruit luidt:
–
(…)
De vrienden van die dagen zijn verdwenen
opgegaan in het niets van onvermijdelijk verdwijnen,
aantekeningen en afspraken zijn geschrapt,
ze zijn aangekomen in een land
van stilte en geleidelijk ontbinden.
De vrienden van die dagen : definitief verdwenen
uit de voorbijgeholde straten,
verdwenen uit het zicht.
Hier en daar wordt de diepzinnigheid verstoord door druk- en tikfouten en warhoofdige slordigheden als Rien qu’un soupir, het boek van Anne Philippe dat in feite Le temps d’un soupir getiteld is, of het klassieke gedicht van J.H. Leopold ‘heis oinou stalagmon’, dat eigenlijk ‘oinou hena stalagmon’ moet heten. Maar dat mag de pret niet drukken. Cyclus ‘Wortels in de aarde’ is dan weer een bezinning over dingen die determinerend zijn in het leven: je voorouders, je ouders, je dochter, je geliefde, je achterkleindochter. En bij het muzikale intermezzo vormen archetypische beelden uit het Franse liedje ‘Au clair de la lune’ een inspiratiebron, nét als de verpletterende stilte die John Cage ten gehore brengt en die tot luisteren dwingt:
–
De pianist zit kaarsrecht in een kostuum van stilte,
egaal zwart met een smetteloos wit vest,
de vlinder om de hals in slaap gevallen,
het wereldvenster naar de stad staat heel wijd open.
De pianist verstart, zijn geest begint met de muziek.
–
Er rijdt een tram schokkend voorbij,
bellend bij de hoek, piepend in de bocht,
meeuwen schreeuwen, een auto start,
twee kinderen spelen,
schreeuwend in een stenen straat,
klanken komen terug van de muur,
twee gelieven ruziën
en even bezingt de lijster
de ware stilte van een zomeravond,
de vogels, de bomen in de zachte wind:
de stad: de wereld ademt mee.
(…)
Voor regels als deze moeten we Hans Franse dankbaar zijn, net als voor zijn schitterend pleidooi voor poëzie dat hij schreef ‘Het commentaar van Hans Franse’. ‘Poëzie kan nooit teveel aandacht krijgen’, schrijft hij. En daar kunnen wij niet anders dan volmondig mee akkoord gaan.
____
Hans Franse (2026). Luister rijke kijk dagen. Uitgeverij U2pi, 89 blz. € 17,50. ISBN 978949343 7678



