Paul van Ostaijen – Music-Hall

Honderd jaar geleden beleefde Vlaanderen een literaire aardschok, gevolgd door een van storm van verontwaardiging: Paul van Ostaijen, een dichter van nauwelijks twintig jaar, debuteerde met de bundel ‘Music-Hall’, over het uitgaansleven in Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Matthijs de Ridder bezorgde een mooie jublileumuitgave, waarin hij vijf nog niet eerder gepubliceerde gedichten opnam. In zijn nawoord gaat hij onder andere in op de poëtische ontwikkeling van de dichter tot aan de verschijning van zijn debuut. Een recensie van Paul Roelofsen.

Lees verder

H.C. ten Berge – Splendor

Licht speelde altijd al een belangrijke rol in de poëzie van H.C. ten Berge (winterlicht in sneeuwlandschappen bijvoorbeeld), maar in ‘Splendor’ toont hij zich een waar luminist. Zijn bundel fonkelt als een diamant. De gedichten zijn glashelder, geladen en ieder woord heeft een maximale werking in klank, ritme en betekenis. Deze bundel kun je niet ongelezen laten. Een recensie van Hans Puper.

Lees verder

Martijn Benders – Lippenspook

De nieuwe bundel van Martijn Benders, Lippenspook, heeft een ongeremdheid die zijn poëzie spannend en aantrekkelijk maakt, maar soms ook afstotelijk en vervreemdend is. Benders is eigenzinnig en we kunnen nog veel van hem verwachten. Welke kant het op zal gaan, blijft nog ongewis. Een recensie van Johan Reijmerink.

Lees verder

Poëzie Kort 2016 / 10

In ‘Poëzie Kort 2016/10’ bespreken Lennert Ras en Hans Puper ‘Het refrein van andermans leven’ van Arnold Jansen op de Haar, ‘Trommelbrood en Crucifix’ van Kees Engelhart, ‘Gedicht aan de duur’ van Peter Handke en het fotoboek ‘De Ommeloze’ van Carl Deseyn, met gedichten van Annie Reniers en Claude van de Berge.

Lees verder

Hans Keilson – Sonnetten voor Hanna

Hans Keilson (1909 – 2011) werd op zijn honderdste beroemd, omdat recensente en schrijfster Francine Prose hem in de ‘New York Times’ een van de beste schrijvers ter wereld noemde. De ‘Sonnetten voor Hanna’ stammen uit de oorlog. De Joodse auteur schreef in zijn moedertaal, die tevens de taal van zijn vijand was: in 1936 verhuisde hij met vrouw en kind van Duitsland naar Nederland. Jos Versteegen heeft de sonnetten vertaald. Recensent Hans Franse: ‘Deze poëtische verslaggeving van een liefde tijdens het onderduiken, is zeer de moeite waard.’

Lees verder