Shari van Goethem – Een man begraaft een boom

‘Binnen het bestek van een paar regels kan iets duidelijk zijn en toch onbegrijpelijk blijven. Poëzie is een van de manieren die we hebben gekregen om duidelijk te maken dat we iets niet begrijpen.’ Deze regels uit de roman ‘Zachte riten’ van Marja Pruis hadden op de achterflap van ‘Een man begraaft een boom’ kunnen staan, de debuutbundel van Shari van Goethem (1988). De gedichten vormen een fragmentarisch verteld verhaal waarin telkens andere elementen oplichten, mede afhankelijk van je stemming of eerdere lezing. Het is zeker geen puzzel die een oplossing verdraagt.

Lees verder

Erik Jan Harmens – Ik noem dit poëzie

In ‘Ik noem dit poëzie’ , de verzamelde gedichten van Erik Jan Harmens, blijkt nog eens dat hij een traditioneel romanticus is, hoe vernieuwend hij ook wordt genoemd. Een constante in zijn werk is het lijden aan het leven, maar van ‘meer van hetzelfde’ is geen sprake. De vorm verandert, met name in zijn laatste bundel, ‘Open mond’. Die bundel is soberder dan de voorgaande, waardoor de inhoud meer onder spanning staat.

Lees verder

Estelle Boelsma – alles is een onderbreking van de lege ruimte

In ‘alles is een onderbreking van de lege ruimte’, laat Estelle Boelsma onder andere zien dat poëzie iets poreus moet hebben, iets van een merkbare diepte, anders wordt ze te hermetisch en dreigt onleesbaarheid. Poriën in de huid van de taal zorgen ervoor dat de inhoud van een tekst verbonden blijft met de ruimte om die tekst heen: met een lezer dus.

Lees verder

Robbert-Jan Henkes – Bij mij op de maan. Russische kindergedichten

‘Bij mij op de maan’ is een bloemlezing van Russische kindergedichten, samengesteld en vertaald door Robbert-Jan Henkes. Eén van de fascinerende aspecten ervan is dat je niet alleen wordt herinnerd aan je eigen kindertijd, maar ook aan de oeroude bronnen van onze cultuur. Het materiaal van de Russische dichters blijkt vaak ook in Nederland gebruikt te zijn.

Lees verder

Jacobus Bos – Alsof niemand hier onsterfelijk is

‘Alsof niemand hier onsterfelijk is’ is de achtste bundel van Jacobus Bos (1943). Het gaat om fraai gecomponeerde, vormvaste poëzie die de lezer met vragen confronteert en uitnodigt een leesavontuur aan te gaan. Hans Franse: ‘Eigenlijk verdienen de poëzie, de dichter, de lezer en de recensent een grondige analyse van elke afdeling, maar dan zou deze korte recensie een essay worden.’

Lees verder