“Dichter: iemand die te bang is om het volle leven aan te gaan en zich verschanst in een indirecte werkelijkheid van woorden.”

Wat we zouden willen koesteren, vergeten we vaak. En wat we kwijt zouden willen raken, blijft maar in ons hoofd rondspoken, zegt Marie Brummelhuis. “Gelukkig is de poëzie er om de scheidslijn tussen kostbare schatten en levenslittekens enigszins te verzachten en soms zelfs op te heffen.” Haar werk is origineel, vol humor en ironie en, we zijn het met Ingmar Heytze eens, “noodzakelijk”.

Lees verder

De wereld: een korrel stof

Hans van Rossum raakte al jong onder de indruk van de poëzie van Omar Khayyam (Khorassan, circa 1040-1123). Recentelijk kwam Van Rossum met een selectie van 144 kwatrijnen in boekvorm (Probook, Utrecht). De uitgave werd geredigeerd door de dochter van Hans, dichter Ruth van Rossum. Sander de Vaan sprak met deze bezorger van een boeiend, tijdloos boek.

Lees verder

Dichten met groeiend respect voor sporters

Marino van Liempt hoopt nog dit jaar zijn eerstegraads docentenopleiding Nederlands op het Fontys te Tilburg af te ronden. Als dichter werkte hij mee aan de recent verschenen sonnettenkransenkrans ‘Sportgedichten’. Zijn aandeel in dit huzarenstuk imponeert. Hij speelt met de gedachte om in zijn eentje een sonnettenkransenkrans te schrijven met als onderwerp ‘muziek’. Inge Boulonois sprak met hem.

Lees verder

Manuel Bandeira (Brazilië)

Kort voor zijn overlijden in 2007 had schrijver/vertaler August Willemsen veelvuldig contact met onze redacteur Sander de Vaan over verschillende projecten. Eén daarvan betrof het werk van de Braziliaan Manuel Bandeira, van wie hij eerder al bv. het prachtige gedicht ‘In diepe slaap’ had vertaald. Als eerbetoon aan August én aan Bandeira publiceren we hier het betreffende emailbericht van deze meestervertaler, plus zijn inleiding en een aantal gedichten in de brontaal en in vertaling.

Lees verder

“De poëzie lijkt er altijd al te zijn geweest”

In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het achtendertigste gesprek, met Paul Bezembinder. Over Meander als thuishaven maar Nederlands niet langer een cultuurtaal en laaggeletterdheid en ontlezing het cultuurbeleid, over bezuiniging en tekort, eenzaamheid en ontreddering, het eeuwigdurend tijdloos nu maar ook over de illusie die hij graag koestert: dat poëzie er altijd al geweest lijkt te zijn.

Lees verder