“De wereld wordt begrijpelijker als je tussen de regels door weet te ontdekken wat er nog meer is ‘tussen hemel en aarde’.”

Wim van Til stelt dat zijn talent als dichter beperkt is, zijn liefde voor de poëzie is des te groter. Die komt zeker tot uiting in de enorme collectie die hij in het Poëziecentrum bijeenbracht. “Ons taalgebied kent eindeloos veel goede dichters, er worden zulke mooie, treffende, bijzondere gedichten geschreven. Ik ken mijn plekje in het geheel en daar ben ik ook op m’n plaats.”

Lees verder

“Dit zijn slechte tijden voor lyriek”

Er zit in wijn een gevoelscomponent die de zintuigen beroert en ons iets laat ervaren dat op de een of andere manier boven de directe werkelijkheid uitstijgt. Poëzie kan hetzelfde doen. Met de dichter deelt de wijnmaker zijn roeping en het verlangen om de tijd te overwinnen. Sander de Vaan ontmoet Mauro Alberto García die beide liefdes combineert.

Lees verder

“Een ware dichter temt het beest in de mens”

Jeroen Vermeiren, de woordvinder, heeft met ‘Wild Vlees’ (1996) een zelfbenoemde jeugdzonde gepubliceerd en met ‘Alles behalve nooit’ (2017) een volwassen opvolger. Eind 2020 volgt ‘Uit welk hout zullen wij ons snijden’. Toch is het niet deze drieling, of zijn creatief schrijverswerk voor Studio 100 waar hij het meest trots op is; de zoon van de dichter is zijn meesterwerk. Sacha Landkroon nam de tijd voor een vraaggesprek.

Lees verder

Twee hoofdletters, een knipoog

Jan M. Meier is een Vlaams auteur en criticus. ‘Grote Gevoelens’ is zijn vierde bundel. Op de vraag wat een dichter doet wanneer hij overweldigd wordt door emotie, antwoordt hij zo heerlijk onvoorspelbaar voorspelbaar: ‘blijft dan ook best boom gewoon met twee benen geworteld vergroeid met de stoel en met het houten tafelblad als enige laatste horizon’ (uit ‘leven op een bierviltje’; zie blog Jan M. Meier).

Lees verder