‘De stilte van iemand die ooit tot je gesproken heeft, is een andere dan de stilte van iemand die je niks te zeggen had.’

“Er is geen boodschap, misschien is dat de boodschap” zegt de intrigerende dichter Paul Bezembinder tegen Sacha Landkroon, die hem en zijn werk probeert te doorgronden. Bezembinder parodieert graag de rationaliteit, vereenvoudigt om tot een kern te komen en relativeert het schrijverschap. “Je kunt beter alleen voor jezelf kunt schrijven. Je hoeft trouwens helemaal niet bang te zijn dat je werk daarmee voor anderen oninteressant wordt – zo bijzonder zijn we nou ook weer niet.”

Lees verder

“eindelijk vond ik de vorm die paste bij wat ik wil zeggen”

Nog deze maand verschijnt de debuutbundel van Rosa Schogt, Dansen te ontspringen. Hoe kwam deze tot stand en waarom is deze bundel belangrijk voor de lezers? “Ik hou van de bondigheid, de raadselachtigheid en de dubbelheid die poëzie kan hebben” zegt de dichter, en hoe het voelde als thuiskomen: het schrijven van poëzie.

Lees verder

“mijn poëzie gaat vaak over het tekort”

Marten Janse sprak met de laatste Turing winnaar over het waarom van schrijven, de lange weg tot het uiteindelijk doel, succes, techniek en vorm. ‘Het is geen optie is om het niet te doen’, zegt Meity Völke op het eerste, ‘je moet eerst toegeven dat schrijven voor jou onontkoombaar is’. We hebben lang op haar moeten wachten maar hier is ze dan!

Lees verder

“de voortreffelijke lessen van mijn leraar Nederlands”

In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het veertiende gesprek, met Johan Reijmerink. Naast het recenseren voor Meander schrijft hij voor de Poëziekrant en Mantra en werkt aan een boek over de poëzie van Cees Nooteboom. Hij publiceerde het Bulletin en het Jaarboek van de C.G. Jung Vereniging Nederland en zijn laatste boek is gewijd aan de dichter Bernlef (De andere stem, 2017). Hij waardeert het poëtisch klimaat in Nederland positief!

Lees verder

“Een klein, flikkerend licht in de duisternis”

“De aanleidingen voor het schrijven van een gedicht verschillen, maar ze hebben altijd iets te maken met de wereld waarin ik leef. Ik ben een wereldhongerige dichter”, zegt Ralf Thenior. Onlangs verscheen de fraaie, tweetalige bundel De verheerlijking van de champignon (Azul Press) waarin de vertalingen van Tsead Bruinja onder het origineel staan. De energie van hen beiden spreekt uit alle gedichten. Sander de Vaan ging in gesprek met Thenior.

Lees verder