“Een educatieve kant van recenseren is dat je zorgvuldig leert lezen…..”

In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het achttiende gesprek, met recensent Paul Roelofsen. Hij heeft altijd geschreven maar debuteerde met gedichten in 2010. Deze zomer verscheen zijn bundel Een bloembed, een bloedbad, een spraakmakende titel en inhoud. Roelofsen is een graag geziene gast op allerlei podia waar hij meestal een direct en intensief contact met zijn publiek heeft.

Lees verder

“Een gedicht moet veroverd worden.”

Dichter Frans A. Brocatus houdt ervan te benoemen en heeft daarvoor zijn eigen beeldtaal. De vorm is voor hem een voertuig, het brengt de inhoud ergens naartoe en juist door een bepaalde vorm te hanteren kun je spanning scheppen en de lezer op een vriendelijke manier dwingen om te recapituleren, te herlezen. ‘Begrijpen’ wil hij vervangen door ‘je laten grijpen’.

Lees verder

“Het schrijven is mijn invulling van het ‘goede leven’ van Aristoteles”

In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het zeventiende gesprek, met recensent Kamiel Choi. Een goed gedicht betekent voor hem dat de lezer ook na een aantal keer herlezen uitroept ‘hier wil ik iets mee!’ Hoewel hij op flinke afstand woont, is hij mede door het werk voor Meander, goed bekend met de Nederlandse dichterswereld. Meander is daarbinnen een prima podium, stelt hij.

Lees verder

‘Het is wellicht zelfs de enige rechtvaardiging voor het bestaan van de kunstenaar, het doorgeven van de kunst. ‘

‘Ontleed mij tot ik weet waarvan jij bent gemaakt’ is een regel van dichter Gijs ter Haar, want ‘als niemand je snapt weet je niets te delen’ en delen wil hij in de breedst mogelijke zin. ‘Het is wellicht zelfs de enige rechtvaardiging voor het bestaan van de kunstenaar.’ Poëzie was de trigger die hij op nodig had – dat zou best eens voor ons allemaal kunnen gelden.

Lees verder