Klassieker 176: Toon Tellegen – Men moet

Toon Tellegen mag dan grote bekendheid genieten vanwege zijn kinderboeken, in het bijzonder zijn verhalen over de eekhoorn en de mier, hij debuteerde als taalkunstenaar in 1980 met een dichtbundel. Intrigerende gedichten, met een geheel eigen sfeer. Eric van Loo buigt zich over het tien jaar oude ‘Men moet’.

Lees verder

Klassieker 175: H. Marsman – De bruid

Bij Hendrik Marsman denkt menigeen aan brede rivieren , die ‘traag door oneindig laagland gaan’. Wilma van den Akker breekt een lans voor een ander gedicht: “Als er één gedicht het verdient om voor altijd herinnerd te worden, is het ‘De bruid’ van Marsman.”

Lees verder

Klassieker 174: Pierre Kemp – Ritournelle

Pierre Kemp (1886 – 1967) was naast dichter ook een verdienstelijk kunstschilder. In ‘Ritournelle’ komen beide talenten mooi samen. Karin van der Raad-Doornik plaatst dit gedicht in de schijnwerpers: “het heeft muzikaliteit en ritme”. Bijna een songtekst.

Lees verder

Klassieker 173: Jan Engelman – Vera Janacopoulos

De eerste regels van Vera Janacopoulos van Jan Engelman werken bij veel mensen op de lachspieren: ‘Ambrosia, wat vloeit mij aan? / uw schedelveld is koeler maan / en alle appels blozen’. Een klankgedicht, poésie pure, waarin de woorden los gezongen lijken van hun betekenissen. Piet Buddingh’ laat zien, dat een rationele analyse van deze tekst wel degelijk loont.

Lees verder