Klassieker 173: Jan Engelman – Vera Janacopoulos

De eerste regels van Vera Janacopoulos van Jan Engelman werken bij veel mensen op de lachspieren: ‘Ambrosia, wat vloeit mij aan? / uw schedelveld is koeler maan / en alle appels blozen’. Een klankgedicht, poésie pure, waarin de woorden los gezongen lijken van hun betekenissen. Piet Buddingh’ laat zien, dat een rationele analyse van deze tekst wel degelijk loont.

Lees verder

Klassieker 172: F.L. Bastet – Aan een Griekse vaas

‘Aan een Griekse vaas’ is een zogenaamd beeldgedicht, een gedicht dat is geïnspireerd door beeldende kunst. Als archeoloog en kunsthistoricus wist F.L. Bastet (1926 – 2008) wel waar hij het over had. Joop Leibbrand leest het gedicht als een bespiegeling over het verstrijken van de tijd, waarbij ook ‘Ode on a Grecian Urn’ van John Keats meeklinkt.

Lees verder

Klassieker 170: Ida Gerhardt – Het kengetal

Na een aanvankelijk hartelijke relatie, was de verhouding tussen Ida Gerhardt en haar zus Truus door jaloezie verstoord geraakt toen de zusters allebei poëzie gingen publiceren. Truus’ dood in 1960 greep Ida echter zeer aan. Veel gedichten uit ‘De Hovenier’ (1961) hebben dit verlies en verdriet tot onderwerp. Bettine Siertsema licht ‘Het kengetal’ eruit.

Lees verder

Klassieker 169: Mischa Andriessen – D en ik

Er wordt wel eens gezegd, dat er maar weinig dichters zijn die autorijden. Vormt Mischa Andriessen een uitzondering? ‘D en ik rijden graag auto’, luidt de openingsregel van het gedicht dat Maarten Buser deze aflevering bespreekt. Met uitstapjes naar Bruce Springsteen en ‘I know a man’ van de Amerikaanse dichter Robert Creeley.

Lees verder