Klassieker 150: Herman de Coninck – Je truitjes en je witte en rode

In deze laatste klassieker van Lambert Wierenga voor Meander analyseert hij ‘Je truitjes en je witte en rode’ van Herman de Coninck:
“Hier is een ‘lenige’ dichter aan het woord. Hij construeert en regisseert een toneelmatige fictie waarin hij bovendien zelf optreedt als personage: alle sprekende rollen speelt hij met verve. Tegelijk zet hij alle middelen in om z’n beoogde lezer ervan te overtuigen dat het – ook – om werkelijkheid gaat!”

Lees verder

Klassieker 149: Guy van Hoof – Bestand

Rik Wouters bespreekt ‘Bestand’ van Guy van Hoof. Van Hoof is een autobiografisch schrijver, één van die zeldzame dichters die zichzelf in zijn gedichten openbaart of zelfs prijsgeeft en zich daardoor naar de lezer toe kwetsbaar opstelt. 

Lees verder

Klassieker 148: Hans Faverey – Het sneeuwt

Herbert Mouwen bespreekt ‘Het sneeuwt’ van Hans Faverey.
“Bij elke lezing word ik geboeid door het volgende: het gedicht is opgebouwd uit slechts drie zinnen en wanneer ik het gelezen heb, lijkt alle inhoud eruit verdwenen, is er niets overgebleven. Hoe kan een gedicht zoiets bij de lezer teweegbrengen? En: waar blijf ik als lezer na lezing van Faverey’s gedicht?”

Lees verder