Klassieker 26: Rutger Kopland – Al die mooie beloften

Het gedicht ‘Al die mooie beloften’ van Rutger Kopland ontbreekt nadrukkelijk in de gelijknamige bundel die hij in 1978 het licht deed zien. Vier jaar later werd het – vrijwel volledig herschreven – wel het openingsgedicht van ‘Dit uitzicht’. Joop Leibbrand dringt dieper door in deze tekst(en), waarbij hij ook ‘Een psalm’, het openingsgedicht van Koplands debuutbundel ‘Onder het vee’ (1966), betrekt.

Lees verder

Klassieker 25: Rutger Kopland – Die Kunst der Fuge

‘Die Kunst der Fuge’ van Rutger Kopland is niet één gedicht, maar een vijfluik. Een cyclus van vijf gedichten dat één onderwerp heeft: verandering en het voorbijgaan van de tijd. Of toch niet? Pim Heuvel dwaalt met ons langs de regels, en laat zien hoe alles samenkomt.

Lees verder

Klassieker 24: Martinus Nijhoff – Impasse

Na de analyse van het minder bekende ‘Moeder’ van Martinus Nijhoff bespreekt Elly Woltjes in deze aflevering één van zijn bekendste gedichten: ‘Impasse’. Een zeer alledaagse situatie, met een dubbele bodem. Het gedicht liet Nijhoff ook niet los: twee jaar later gaf hij het gedicht een volstrekt ander slotakkoord, door de laatste twee strofen te herschrijven.

Lees verder

Klassieker 23: Martinus Nijhoff – Moeder

De debuutbundel van Martinus Nijhoff eindigt met maar liefst drie gedichten over de moederfiguur. Het laatste gedicht is getiteld ‘Moeder’ en is een herinnering aan de gestorven moeder – bijna twintig jaar voordat hij haar in ‘De moeder de vrouw’ zou aanroepen. Pim Heuvel roemt de precisie en de eenvoud in de taal van de jonge Nijhoff.

Lees verder

Klassieker 22: Anna Blaman – De spin

Anna Blaman ontving in 1957 de P.C. Hooftprijs voor verhalend proza. Haar poëzie werd bij leven slechts verspreid gepubliceerd. Joop Leibbrand geniet van de energieke vitaliteit van ‘De spin’. Hij weerlegt daarbij de constatering dat Anna Blaman ’van de literaire aardbodem verdwenen’ is. Haar tegendraadse werk mocht en mag er zijn.

Lees verder