Klassieker 142: Jacques Hamelink – Krijgslist van La Pucelle

Jeroen Dera bespreekt ‘Krijglist va La Pucelle’, een recent gedicht van Jacques Hamelink. Nog geen ‘klassieker’ in de zin dat het gedicht de tijd al heeft overleefd, maar wel wat onderwerpkeuze betreft. De mythe dat Hamelink ontoegankelijk zou zijn wordt door Dera – voor dit gedicht althans – met overtuiging ontkracht.

Lees verder

Klassieker 141: Marnix Gijsen – De krantenvrouw

Karin Doornik bespreekt ‘De krantenvrouw’ van Marnix Gysen. Wij worden als lezer meegenomen naar een tafereel in een stad bij nacht, we zoomen als het ware in op die ene straat in een onbekende stad die tegelijkertijd elke stad kan zijn. Dit hele gedicht gaat over de vergeefsheid van de boodschap van Jezus in het Nieuwe Testament, de mensen horen en zien de verkondigingen in de Bijbel niet. Tot zover de zedenles. Tegelijkertijd kunnen we in dit gedicht ook de toekomstige agnosticus zien die Gijsen later zou worden. 

Lees verder

Klassieker 140: Lucebert – twee handjes

Wim Kleisen bespreekt ‘twee handjes’ van Lucebert . In alle opzichten was de dichtkunst van Lucebert schokkend voor zijn tijdgenoten. Geen traditionele poëtische vormgeving. Met de ratio kom je bij het lezen van zijn gedichten niets verder. Het eerste vers lijkt al raadselachtig: een tichouten handje. Dat woord ‘tic’ komt verder in het gedicht in andere combinaties, maar ook zelfstandig voor. Dit moet dus voor ons haast wel de sleutel tot dit gedicht zijn. 

Lees verder

Klassieker 139: Andries Dhoeve – Landwaarts aan zee

In een van de allereerste Klassiekers besprak Rik Wouters ‘Melopee’ van Paul van Ostaijen. 130 afleveringen later is hij terug met een gedegen bespreking van een gedicht van de in Nederland volstrekt onbekende Brabantse dichter Andries Dhoeve (1908 -1993), die ook schreef als Joost van de Venne en Johan Vercammen, zoals hij voor de burgerlijke stand heette. Een eerbewijs van de huidige dorpsdichter van Galmaarden voor een gewaardeerde plaatsgenoot.

Lees verder