Klassieker 18: W. Elsschot – Bij het doodsbed van een kind

In ‘Bij het doodsbed van een kind’ beschrijft W. Elsschot een indringende gebeurtenis. Volgens Pim Heuvel en Joop Leibbrand toont Elsschot zich in dit gedicht de wegbereider van de moderne spreektaal in de poëzie: “Aan dit gedicht is alle pathetiek vreemd, maar de eenvoudige toon maakt de onmacht en het mededogen van de dichter des te sterker voelbaar.”

Lees verder

Klassieker 17: H. Roland Holst – De zachte krachten…

Na de bespreking van ‘Ook ik ben omstreeks ‘t midden mijner jaren’ door Elly Woltjes (Meander Klassieker 16) presenteert Pim Heuvel een ander gedicht van Henriette Roland Holst. De openingsregel ‘De zachte krachten zullen zeker winnen’ kan als de lijfspreuk van H. Roland Holst – en misschien wel van haar generatie – worden opgevat.

Lees verder

Klassieker 14: E. du Perron – Het kind dat wij waren

Het is opvallend, in hoeveel van de vroege Klassiekers een kind voorkomt. ‘Het kind dat wij waren’ is één van de bekendste gedichten van E. du Perron, en lijkt een mooi voorbeeld van een Petrarcaans sonnet. Pim Heuvel laat zien, dat de dichter zich bij deze vorm toch de nodige vrijheden veroorlooft.

Lees verder