Klassieker 144: Jules Deelder – Nationaal gedicht

In deze nieuwe aflevering de eerste bijdrage van Paul de Jong, die aantoont dat Jules Deelder als dichter niet onderschat mag worden, zeker niet als hij stem geeft aan de verwerking van een nationaal trauma. Meer dan anders is de bespreking deze keer toegeschreven op jongere lezers. Het gedicht vraagt erom.

Lees verder

Klassieker 143: Judith Herzberg – Mozes

In deze nieuwe aflevering komt voor de tweede keer Judith Herzberg aan bod. Besprak eerder (in nummer 78 van 24 januari 2006) Inge Boulonois ‘Een kinderspiegel’, nu buigt Bettine Siertsema zich over ‘Mozes’, dat een verrassende wending blijkt te bevatten.

Lees verder

Klassieker 142: Jacques Hamelink – Krijgslist van La Pucelle

Jeroen Dera bespreekt ‘Krijglist va La Pucelle’, een recent gedicht van Jacques Hamelink. Nog geen ‘klassieker’ in de zin dat het gedicht de tijd al heeft overleefd, maar wel wat onderwerpkeuze betreft. De mythe dat Hamelink ontoegankelijk zou zijn wordt door Dera – voor dit gedicht althans – met overtuiging ontkracht.

Lees verder

Klassieker 141: Marnix Gijsen – De krantenvrouw

Karin Doornik bespreekt ‘De krantenvrouw’ van Marnix Gysen. Wij worden als lezer meegenomen naar een tafereel in een stad bij nacht, we zoomen als het ware in op die ene straat in een onbekende stad die tegelijkertijd elke stad kan zijn. Dit hele gedicht gaat over de vergeefsheid van de boodschap van Jezus in het Nieuwe Testament, de mensen horen en zien de verkondigingen in de Bijbel niet. Tot zover de zedenles. Tegelijkertijd kunnen we in dit gedicht ook de toekomstige agnosticus zien die Gijsen later zou worden. 

Lees verder

Klassieker 140: Lucebert – twee handjes

Wim Kleisen bespreekt ‘twee handjes’ van Lucebert . In alle opzichten was de dichtkunst van Lucebert schokkend voor zijn tijdgenoten. Geen traditionele poëtische vormgeving. Met de ratio kom je bij het lezen van zijn gedichten niets verder. Het eerste vers lijkt al raadselachtig: een tichouten handje. Dat woord ‘tic’ komt verder in het gedicht in andere combinaties, maar ook zelfstandig voor. Dit moet dus voor ons haast wel de sleutel tot dit gedicht zijn. 

Lees verder