Columns
Een Ierse dichter en zijn Hollandse neef
Jan van der Vegt wijdde aan de invloed van Yeats op Roland Holst zijn afstudeerscriptie en daaraan werkend had hij een keer de gelegenheid de Prins der Dichters zelf te vragen wat de poëticale relatie tussen hem en Yeats was. Hij zag Yeats als een oudere neef, zei hij. Dat was een goede karakteristiek: ze hadden trekken gemeen, maar elk had zijn eigen persoonlijkheid.
Onvoltooid verleden tijd en voltooide tegenwoordige tijd als film en dia
Deze column gaat over lessen van het Nederlands, die Willem Tjebbe Oostenbrink op school niet heeft gehad. Bij de Engelse les over grammatica kreeg hij al in het eerste jaar uitgelegd wanneer de onvoltooid verleden tijd (ovt) en de voltooide tegenwoordige tijd (vtt) worden gebruikt. Hij verlangt naar duidelijkheid - in de zin van dingen zo te zeggen dat die begrijpelijk overkomen.
Paul Rodenko - de alchemie van het woord
Voor Pieter Sierdsma is Paul Rodenko de uitvinder van sensibiliteit in de beweging van het woord en de taal. Toen hij op de middelbare school het gedicht Februarizon in zijn schoolagenda las, waaide dat als een zachte wind in het gezicht, verrassend, herkenbaar, maar toch anders, nieuw gevonden. En nog steeds is zijn werk zuiver als een muzikale beweging van woord en taal.
De eerste honderd (4)
Wim van Til over de eerste Lucebert die hij kocht, geen impulsaankoop, maar een weloverwogen keuze. Veel had hij ook aan een studie van Ad den Besten, ‘Ik uw dichter’. In de uitverkoop voor 2 gulden maar van onschatbare waarde voor zijn dossier. En als bijkomstigheid, het was het eerste poëziestudieboek in zijn verzameling. Iets voor een nieuwe serie?
Van A tot Z, een monument voor een dichter
Hans Franse vindt Lennaert Nijgh, een van de beste tekstschrijvers uit de laatste jaren van de twintigste eeuw, een dichter. Hij wisselde teksten over de tijdgeest af met poëtische tijdloze teksten, en gebruikte in eindeloze variatie de letters van het alfabet voor liedjes, columns, musicals en boeken: vandaar de A tot en met de Z.
Reflecties langs de Westerschelde
Het beeld ‘Graf van de onbekende Kunstenaar’, een liggende leeuw als ode aan de vergeten makers, dat op de Verbeeldingsroute in Terneuzen staat, doet Rogier de Jong oproepen tot ‘brullend op te staan, zijn manen te schudden en zich alsnog te storten op zijn enige prooi in het leven: die van het scheppen. Lang leve de kunstenaar! Lang leve de kunst!’
De eerste honderd (3)
In het derde deel van zijn serie besteedt Wim van Til zijn geld aan de Prins der dichters en koopt hij de ‘negende druk 15.000 exemplaren februari 1961’ van ‘Een winter aan zee’. Stel je voor dat al die bezitters in een reünie bijeen zouden komen. Ook kocht hij 'Mei'van Herman Gorter. Met deze bundels erbij had hij natuurlijk een boekenplank nodig.
De ruimte als verlossend serum
Rogier de Jong neemt zijn hoed af voor Lieke Marsman die onlangs de Constantijn Huygensprijs heeft ontvangen. Geconfronteerd met ziekte en sterfelijkheid veranderde Marsmans wereldbeeld. De symboliek werd concreter en leidde tot belangstelling voor God, ufo’s, kwantummechanica en christelijke denkers. Haar werk heeft een jeugdige drang en experimenteerdrift en toont vastberadenheid. Die ene ontmoeting met haar was een koninklijke.
Hebben gedichten een eigen wil?
Er staat altijd meer dan er staat en dat is wat anders dan ‘Lees maar, er staat niet wat er staat’. Een column over de stelling van Rodenko en het commentaar van Nijhoff. De relatieve wil van een gedicht onttrekt het taallichaam aan de gewone communicatiestroom en zondert het lyrisch subject af van de dichter(es) als privépersoon.