Columns
In memoriam Jules Deelder
Jules Deelder herdacht door Dirk Hartman. “Een adembenemende verschijning, altijd onberispelijk gekleed, met schijt aan heel de wereld, zichzelf zonder uitzondering uitdrukkend in het Rotterdams. Een geweldige kerel!“ Zijn herinneringen aan deze bijzondere dichter delen wij graag.
De tarantella van Pulcinella
Hans Franse over het masker van Arlecchino, het een week lang niet wassen van je wang, de commedia dell’arte acteur Luca, de vriendschap met Pulcinella, de komische figuur uit Napels en de groep straatartiesten, ook tieners, die zich ook geoefend hadden als koorddanser, kunstfietser, steltloper en een spel met veldwachters in het chique Den Haag.
Dagboek van een redacteur (7)
Of je nu een gedicht leest in een bundel, in een tijdschrift of op een poëziekalender: vrijwel altijd wordt de naam van de dichter erbij vermeld. In hoeverre beïnvloedt dit onze manier van lezen? Eric van Loo droomt in deze column van anonieme gedichten.
Op de dansvloer
Een boekpresentatie in een dansschool, dat is niet zo gek. De mooiste zin uit de tiende column van Jan Loogman: "Het doet me verlangen naar een wereld buiten deze dansschool, waarin mensen elkaar dezelfde ruimte zouden geven. Geen oordelen, maar verdraagzaamheid, geen onverschilligheid, maar interesse. Waardering ook, voor de poging bij ervaringen en beelden woorden te vinden."
100 jaar Elburg, in stilte
"Het is een aardig gebruik om de honderdste geboortedag van een schrijver niet ongemerkt voorbij te laten gaan." stelt biograaf Jan van der Vegt maar op 30 november 2019 bleef het stil en vergat men de honderdste geboortedag van Jan G. Elburg. Met een prachtig voorbeeld uit de rijke poëzie van Elburg en deze column van Van der Vegt maken wij dit een beetje goed.
Autobiografisch dichten: kan dat wel?
Wie gedichten op voorhand autobiografisch leest, kan veel mislopen. En kun je eigenlijk wel biografisch schrijven? Een column door Hans Puper.
De lachende hemel
"Als twee dichters elkaar omhelzen lacht de hemel". Een column vol heimwee, zinderende hitte, vriendschap, kunst, geuren en kleuren en de stem. Waar de een stopt, neemt de ander het van hem over. Hans Franse denkt nog vaak terug aan deze dag.
Dagboek van een redacteur (6)
H. Marsman schreef ooit, dat het graan des levens wordt omgestookt tot jenever der poëzie. In deze decembermaand, rijk aan gedichten, rijk aan drank, buigt Eric van Loo zich op een andere wijze over de verhouding tussen alcohol en poëzie.
Een klap op je bek
Pubers onderwijzen, daar ben ik niet laconiek genoeg voor, dacht columnist Jan Loogman, maar het ging prima. Er werden woorden genoteerd, zinnen gevormd, lijstjes gemaakt die aan het Sinterklaasfeest deden denken en daaruit werd gekozen: drie woorden. Uit drie woorden kan per slot van rekening een prachtig vers ontstaan. En dat is een geweldig cadeautje.
