LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Gedichten

Gedichten
Gedichten
Tom van Haerlem
de cirkelkwadratuur Niets is zo volmaakt als Pi. Zo af. O marmeren bol! Zo gepolijst, zo glad, dat vingertoppen hun houvast verliezen als in eenzaamheid, jij bent de ruwe schets, de onvolkomen replica van ‘t perfecte! Zoals het Delftse 1521/484 dit is: de onvolmaakte cirkelkwadratuur, aldus van Ceulen. Dus Ludolph rekende stevig door naar het mooie: Π> 3,14159265358979323846264338327950288, Π< 3,14159265358979323846264338327950289. Edoch helaas! Ook deze Delftse afgeleide was te variabel als de uitkomst. Wiskundelippen bleken niet in staat om het getal een staart te geven. Pi ontglipte. Lambert bedacht irrationaal en Lindemann vond transcendent.
Gedichten
Gedichten
Maarten Embrechts Hetzelfde Jij en ik wij zijn onvolmaakter in elkaar gezet dan onze vaders We denken dat we hen herhalen en vechten ’s nachts Zal ik het mannetje Zal jij het vrouwtje Onder de lakens spuwen we hun ergste zonden uit Steeds willen we van opzij naar de geboorte van de wereld kijken
Gedichten
Gedichten
Carla Bogaards Schon wieder ist von meiner Zeit ein Lebensjahr dahin * De tijd van een minnaar zo jong dat hij van een beetje coke al in mijn bed plaste, zocht ik jaar op jaar naar het vuurwerk van de Chinese families, er een camee in mijn ogen werd geprojecteerd vanaf de straathoeken die ik op mijn zoektocht overstak, er joegen Wedgewood blauwe sneeuwstormen door de lege bossen van onze verjaarskalender, backstage dronken we whisky en champagne, we rookten filtersigaretten, gulzigaards dat waren we, ik ook, maar ons lichaam deelden we, Jezus volgend; neem dit brood dit is mijn lichaam, drink deze beker wijn, mijn bloed, ik verdien meer dan de herinnering aan ontwaken met samengeklonterde
Gedichten
Gedichten
Vera De Brauwer Kalme zee Zo is het ons uiteindelijk vergaan: als schepen zonder lading reizen wij. Niet doelloos, neen, de sterren en de maan zijn onze gids, zoals weleer toen zij het trekken langs een vaste hemelbaan aan ons als voorbeeld stelden. Ieder tij bracht wrakhout mee uit onze oceaan. Toch ging de dreiging, leek het, ons voorbij toen wij voor anker lagen op de ree. We deelden in de haven nog een kade maar dan is elk een eigen koers gaan varen alsof de trossen nooit verstrengeld waren. Nu mijden we elkanders breedtegraden en schrijven in ons logboek: kalme zee.
Gedichten
Gedichten
Jelmer van Lenteren Mama Niets dan kracht ontglipt mij bij het dragen van jouw haar. Een Albert Heijntas dient als doodskist voor jouw krullen. Toen het uitviel zei je soms: "Geen haar op mijn hoofd dat denkt aan blijven." Nu lig je daar broos en kaal. Je wilde altijd al weg. Je wilde naar de dierentuin. Naar een andere stad. Of gewoon een blokje om. En als je was waar je was wilde je daar vandaan. Jij kon nergens zijn. Alleen maar naar ergens anders onderweg. Maar weg willen is wat anders dan weg moeten. Ik bedek met mijn handen je hoofd. Ze worden een pruik. Ik houd een spiegel bij. Je glimlacht nog een laatste maal. Je zwakke blik is nog een vragende. Je wilt dat ik het zeg. Dan buk ik me en fluister in jouw oor: "
Gedichten
Gedichten
Kees Klok Haar gids Jawel, wanneer iemand ook maar even een volkslied suggereerde kroop ze achter de piano volksliederen niets dan volksliederen jarenlang had ze het Franse geoefend, het Nederlandse, het Griekse en met wat aarzeling het Russische al leken ze altijd verdacht veel op elkaar. Het kwam door Wim, zei ze, Wim had het haar geleerd hij zond de noten vanuit het hiernamaals avond aan avond of na maandenlange stilte. Dan probeerde ze haar eigen liederen volksliederen met het karakter van landen die nog moesten worden ontdekt. Ja, ze zou op reis gaan om te ontdekken wat het ook kosten mocht, wanneer Wim het zei, tot haar kwam en haar zou leiden, daar moesten we niet aan twijfelen. In tijden van gelukkige commun
Gedichten
Gedichten
Barack Obama Ondergronds Onder water grotten, holen vol met apen die vijgen eten. Stappend op de vijgen die de apen eten, knerpen ze. De apen brullen, ontbloten hun tanden, dansen, tuimelen in het kolkend water, muffe, natte vachten glinsteren in het blauw. Vertaling: Daan Bronkhorst
Gedichten
Gedichten
Ann van Dessel ooit was ik de eerste die op kamertemperatuur de kast beklom. zolang ik rook naar verre landen streelden de handen die mij vonden de zomer uit mijn huid. verhard van heimwee naar zee en zand gaf ik mijn kleuren op. ik werd een mak soort kamerplant die nooit om water vroeg en zwijgzaam het stof van maanden droeg. door een ander strand te vondeling gelegd, bloedde elke zomer een nieuwe steen dood naast mij. de handen luisteren al lang niet meer naar de zeeën die wij zingen. de kast kreunt onder het gewicht van ons keihard zwijgen.
Gedichten
Gedichten
Anne Toulet naakter kan ik niet ik heb mijn woorden afgelegd ze zwerven over de vloer ja, daar naast die vuile sokken de punten, met of zonder komma's vind je onder het bed wellicht tussen stof van vroeger vrijen en een verdwaalde zondagskrant ik draag nu enkel nog mezelf en spreek mijn taal in stilte zodat jij slechts de echo hoort van een verkleed verleden