LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Gedichten

Gedichten
Gedichten
Jos Versteegen Iets moois voor films De hennen zaten ’s ochtends nog bijeengekropen aan de wand, er lag een sneeuw van bruine veren. Hij zag de rattenpoot waarop de klem was dichtgeslagen, ’s nachts, achter een scherm van kippengaas. Het dier dat zich had losgevreten. De buurman luistert, roert zijn koffie, stoot sigaretten uit een pakje. De lucifers, de rook, het lachen. Hij trok de kaken los, viste de rattenpoot uit mest en zaagsel en wierp hem buiten van zich af, een boemerang van vlees en bloed, verdwenen in een struik maar door de grote hond teruggehaald. Het was om zes uur in de morgen. Ze drinken bier – de flessen sissen – en eten peperkoek met boter. De rat zou doodgebloed zijn, dacht hij, of anders h
Gedichten
Gedichten
Krijn Peter Hesselink Lotgenoten Een knikker ligt op straat, ik buk, het is zo’n grote, tientallen gewoontjes had ik er vroeger voor over om zo’n knikker op mijn handpalm rond te mogen laten rollen Een zwarte man loopt naar de tram, sportschoenen een beige pantalon, een overhemd een pet van gangsterrapper 50 Cent en op die pet twee plastic duivelhoorntjes en in zijn hand een plastic drietand om in zondig vlees te prikken, de tram rijdt voor zijn neus de straat uit, hij heeft geen weet van wat hij heeft gemist, de vork hangt langs zijn lijf, nog even en de tanden boren zich in het gebarsten asfalt Hoe lang kan iemand zo verloren blijven tot iemand hem de hand reikt, in de mijne rust nog die knikker, onwillekeurig b
Gedichten
Gedichten
Geert Jan Beeckman GASSTATION Dit is wat je kan zien: kwam de laatste man langs met zolen van stof en grind tot hij zweeg stierf er ook een auto zwart in de woestijn en sindsdien gaat het gat van het land over de grondwet van stilte of wat nog op oude tijden ontstaat wind waait alles het verleden in. Wij die door de zon Hopper zien weten wat voor de hypnose kiest: de bel als lichtjaar door de lucht het werkelijke wachten in zo goed als echt buiten zien.
Gedichten
Gedichten
Federico García Lorca EL GRITO La elipse de un grito, va de monte a monte. Desde los olivos será un arco iris negro sobre la noche azul. ¡Ay! Como un arco de viola el grito ha hecho vibrar largas cuerdas del viento. ¡Ay! (Las gentes de las cuevas asoman sus velones.) ¡Ay! * DE KREET De ellips van een kreet slaat van berg naar berg. Vanuit de olijfgaarden wordt hij een zwarte regenboog over de blauwe nacht. Ay! Als de strijkstok van een altviool liet de kreet de lange snaren van de wind trillen. Ay! (De grotbewoners komen met hun lampen naar buiten.) Ay! Vertaling: Bart Vonck
Gedichten
Gedichten
Gerry van der Linden King Ear De jongen met oren, ha, ha als koolbladeren eet niet hij beziet het schimmenrijk schaart zich om een hoeveelheid koninklijke schaduw hij vangt en eet het op het wast tot in zijn oren zijn hoofd troont ermee weg hij denkt niet meer aan wat hij voorstelt hij groeit tot een man met een glazen muil een man met fonkelende oren
Gedichten
Gedichten
Ron Hoeks Onze eigen Big Rip Laat mij toch afgezaagd hier liggen, verworpen uit een tuin die ooit bruiste, zie jij niet dat het uitspansel nooit meer zwart is? Ik aarzel je uitgestoken hand te aanvaarden, mij nog éénmaal op te richten, maar vooruit, laat ons nog een paar tellen ruggelings naar het einde van de schepping kijken, dertien miljard jaar is aan het verdampen – misschien dat ik nog heel even mee kijk tot de zon uitgaat
Gedichten
Gedichten
Joris Miedema Ophoepelen je hoorde de stilte aan mijn vader knagen net zo lang tot hij een gat werd met verjaardagen moest je altijd oppassen dat je niet in hem stapte je wist precies waar hij was want als er ergens een deur open stond dan tochtte hij moeder had een hoepel om hem heen gebonden zodat we konden zien waar hij niet meer was
Gedichten
Gedichten
Jeanine Hoedemakers Arme stilte geluid tekent haar schetst haar zo zij zich uit haar rust getild voelt en wij zeggen sorry meer dan sorry want wij waren het wij gooiden de ramen en deuren van de taal open en trillen nu na in onze sponningen sorry weer we zetten haar terug in haar schoenen wrijven haar de enkels strelen haar het hoofd geven klopjes op de rug van haar hand met de goedheid van schuld en zij zegt amen zo gebedziek is ze dat we haar het toonbeeld noemen van geloof of van geduld of van aanvaarden en we roemen haar landing haar geruisloze landing waarin enkel het piepen van iets piepends nog klinkt
Gedichten
Gedichten
Daan de Ligt Haagse gaten wat zijn dat toch voor vreemde ronde gaten als holle ogen in een bleek gelaat gevuld met zand, maar leeg en desolaat welk wezen zou die sporen achterlaten ze intrigeren mij in hoge mate zijn het de stempels van een duivels kwaad het werk van een ontsnapte psychopaat die iets begroef in maanverlichte straten de gaten wachten, vullen tijd met zwijgen de leegte nam bezit van hun bestaan wat komen zou, is nimmer aangekomen eens zouden nieuwe stammen hier ontstijgen de telgen van wat ooit is heengegaan het wachten is op de beloofde bomen