Gedichten
Gedichten
Esther Naomi Perquin
Mens blijft staan
Waren we nuttiger dingen geweest, onze buiken groenblauwe globes,
onze harten de motors (eenzaam, knalroze) onze handen door
goden omwikkeld met plakband, aan draden tot grotere dingen bewogen
en waren we draagbaar geweest (handvat aan de bovenkant) vraag dan
hoeveel keer beter, hoeveel keer meer - waren we eenmaal
doorzichtig geweest, de lijnen kwijt, we hadden het beter begrepen.
We hechtten tot nu toe geloof aan een mond en twee ogen
maar dit heeft geen gezicht, heeft geen gezicht nodig.
Het is hoe het kijkt en laat je hier achter.
Niemand verplaatst je in wat je betekent, geen mens laat je opstaan
en zweven, we zijn ons beperkte bewegen gewend.
We zullen niets zinnigs meer wo
Gedichten
Jane Leusink
Medea ben ik
kleindochter van Helios
die er mocht zijn met zonnevlekjes licht en schaduw
op haar gebruinde huid, ligt hier voor u ter inzage
geen Medea ben ik
als vleugels van gezworen woorden scheuren
als taal geschoren schapen baart, in wisselend perspectief
een ravage aan kapotte liefde
wie zegt hier dat het minder kon
alleen verdriet dat klein is trekt zich de buren aan
wie zegt hier dat ik akkoord kon gaan
ja Jason jou krab en schrap ik uit mijn vuile lijf!
als ik had kunnen kiezen
had ik die dubbelstengelige krokus gewoon aan de rand
van de sneeuw laten staan, nu sloeg jij in mij het gat waaruit dít
stroomt, alle seinen staan op rood er is geen stoppen aan
onherbergzaam leed is dakloos, logisch, ik
Gedichten
Runa De Moudt-Svetlikova
O, de ode aan de ode aan
Ik ken een vrouw: ze sterft op uw bodem
zij mag het niet weten zij zou huilen als bij
het afscheid van haar favoriete personage
in die soap heet ze Carmen zo heetten ze
allemaal zij die tevergeefs op u wachtten.
Ik heb u slechts vertaald gelezen, hoe anders
klonk ge in de zachte g mineur van uw eigen
tong. Ik heb uw verzameld werk gelezen, ze
dansen en dansen en nog sterft het in vertaling
ssst, nee, ik verwijt u niks ik heb geen oorlog
geen vijand dan mezelf god’domme
hoe kan ik dan ooit dichter
misschien is het dat: Het is moeilijk leven
zonder hiernamaals. Misschien is het dat
wat ik bij u zoek: de schaduw van het licht
het hierna nogmaals van letters in
Gedichten
Marije Langelaar
Stoel
Ik stond naast een tafel en het verontrustte mij dat ik zo
alleen was en opeens hoorde ik het kloppen erg
zachtjes weliswaar maar iets maakte zich kenbaar.
Het was zo subtiel dat ik moest knielen, zo vond ik de
stoel en ik raakte het hout zoals je een tong raakt, ik
legde mijn vinger in een nerf, het begon onmiddellijk te
schemeren en dieren stonden om ons heen.
Inmiddels was ik al niet veel groter dan een speldenpunt
en innerlijk dronken de stoel zond mij zijn gedachten, vrij
technisch maar gevolgd door het ruisen van bomen
voor even, een seconde of drie werd ik stoel. Het was zalig, zalig
dat hout in mijn wervels! De klop in mijn been, een bestaan
zonder bloed of gedachten. En stil te staan eeuwig
Gedichten
Estelle Boelsma
AANTEKENINGEN
het regent maar weer de hele dag
ragfijn, gemeenlijk priemende
soldatenhonger naar beneden
vaak telt hij, staat even op van zijn stoel
laat zich weer vallen, naar achteren
geleund is minstens drie keer getreurd
als we binnenstappen staat
moeder aan het aanrecht hakt
pillen in stukken - de
werkelijkheid doorklieft
een ware glansrol van het vleesmes
en ons lichaam op de plank –
in de coulissen zeg je me gedag
treur niet –
je weet dat er een mooie etalage
klaarstaat
waarin je mint, bemint, waar de receptuur
steeds onbekend is
vanaf dit moment zullen we niets meer zeggen
en accorderen we elk verzoek
Gedichten
Martin Berghoef
MISMOEDIG
Ze laat mij zakken in een land
van sneeuw en ongeboren wolken,
waar raven hun nest hebben verlaten;
de schuld aan God is kwijtgescholden.
In het nieuwe land
vraagt een jonge godin de weg
naar de hemel. Ik zeg: er is geen weg.
Vastbesloten.
Ik kom eruit. Op eigen kracht.
Er is iets voorbijgegaan. Een raaf
vliegt weg, laat niets achter, behalve ik;
hand in hand met de vers gestreken lucht.
De zon verliest.
Geen berg verrijkt het geheel. Ik zwijg. Langzaam
heelt de wind haar wond tussen mijn zwarte nagels.
Gedichten
Bart de Block
DE PUBLIEKE RUIMTE
Hoe performen we hier? Met welk gedrag?
Voorbeeld 1. Op de bus helpen we een kinderwagen aan boord, tonen spontaan
ons vervoerbewijs.
We beschadigen ramen en bekleding, terwijl ik op de bus zit.
Ik word beïnvloed door (frisdrank):
Een man houdt een vrouw dichtbij. Een dramatische interactie tussen personages
linkt het merk aan seks. Durf je dit?
Dit schema, deze manier van handelen. De begeerte naar (merk).
We nemen een taalbad in de publieke ruimte. Durf je de publieke ruimte lezen, beluisteren,
fotograferen?
De woorden die ik hoor of spreek, propageren iets.
Gedichten
Nell Nijssen
Podiumkunsten
Praten hoeft al lang niet meer. Handen die futloos
voorwerpen verschuiven - van a naar b om meteen
de handeling te zien - is het goedgekeurde uitgangspunt.
Kamers vullen zich met troebel luisteren, ertussendoor
prikt een flard modernisme door het membraan. Het
heelt en brengt luchtiger denken met zich mee.
Combinaties in diverse kwadraten. Eenvoudig wordt
het nooit meer. Alles is ten minste één keer vervangen.
En o wee, diegene die als eerste durft te lachen, zal
als laatste dit toneel verlaten, zittend op een zeepkist.
Een kwestie van kiezen. Ertussen of ernaast. Met de
troost dat boten blijven varen als er voldoende water staat.
Gedichten
Nic Castle
Strepen
Strepen wezen op
dagen gevangenschap
meten, kindervrezen,
hongersnood. ’s Avonds
gevangen vissen los
-laten op de koudstenen vloer
en dan nogmaals vangen,
nog een keer. En hoe we
keer op keer
mannensnorren maaiden
rebelse makkers opfraaiden
met rode kinnen, blauwe
holtes, gele vlekken, ze
flikkers noemden.
’s Ochtends woorden zoeken.
Vrouwenfoto’s aan de muur.
Langer moeten werken
voor je sigaretten
dan je nog te leven hebt.
