LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Gedichten

6 x Dichters
6 x Dichters
THOM SCHRIJER de werker Hij wordt wakker van het dringen van een dag, de ochtendspits, de dunne handen op zijn schouders. Hij is houder van records zonder betekenis. Van zijn tijd bolt hij de uren uit in bange dienstverbanden. Door productielijnen overmand, zijn hoge toon verzand in wrevel, wil hij vandaag alleen maar rekenen in soorten van verdwijnen, uit zijn systemen weggeschreven zijn. Vandaag wil hij plaatsvinden in een fietser op een plein, een fietser die rondrijdt op een plein en regels terugzingt uit een droog gevallen kinderlied.
6 x De Dichter
6 x De Dichter
ERIK JAN HARMENS Sekspalm zoëven was ik je naam ineens kwijt ik kwam nog wel tot initialen maar de volle naam moest ik uit mijn outlook halen regen viel pathetisch neer als een roversbendeleider die zijn moeder niet rolvast uit kan zwaaien zei ik wees een lafaard en kom hier ik klapte mijn samsung open geen bericht weer dicht dan koekoek ik klapte mijn samsung open één bericht dat ik opende koppensnelde en verwijderde god leidde mij naar een vlakte waar hij me aan mijn lot overliet ik spitte de zaak om en irrigeerde vanzelfsprekend toen ik zwarte cijfers schreef klonk daar de bonsbons van de heer de volgende vlakte kon de k krijgen daar mocht ik blijven ik hield de vingertoppen van mijn handen boven mijn hoofd bi
Gedichten
Gedichten
Hans van Willigenburg Prozaïsche poging iets uit te leggen over de werking van mijn brein en het soort dichterschap dat daar het gevolg van is - Grote kwesties hebben bij mij de neiging dermate groot te zijn dat ze, nog voor ze zijn doorgedrongen tot mijn hersenpan, al in felle kleuren en duidelijk te onderscheiden stukken zijn onderverdeeld, reflexmatig, zodat ze mij niet omver blazen en ik een eerder ingenomen standpunt haast gedachteloos kan herhalen op grond van eerder uitgevoerde demontage. Kleine kwesties daarentegen hebben bij mij de neiging zo klein te zijn dat ze, nog voor ik het valluik van de gedachte paraat heb, als hyperactieve insectenlegers naar alle uithoeken van mijn brein uitzwermen en ik vanaf het e
Gedichten
Gedichten
Marco Houtschild SADDER BUT WISER Als jongeling zocht ik naar stenen waarmee ik mijn weg naar Rome een stap verder kon plaveien. Kasseien die een pelgrimstocht konden lenigen, klinkers die de loop van een verhaal konden keren. Zo ontstond mettertijd mijn stenenverzameling die net met een doffe bonk door de vloer is gezakt. Gelukkig stond ik op zolder toen het gebeurde in de wolken in het dakraam panda’s te herkennen.
Gedichten
Gedichten
Alex Rutten wij zaten in de kamer, de kamer waarin alles kon gordijnen dicht, deuren dicht, ergens ver boven ons een plafond van licht, en daar zaten wij dan alles kon, maar wij deden niets, wij zaten, wij aten en aten, wij zaten, wij deden de dichte gordijnen dicht, wij vervingen het licht als het donker werd de muren waren gewit, de deuren zaten dicht, wij zaten in de kamer, de kamer waarin alles begon de gordijnen zaten open, nu dicht, wij zaten, wij aten, met de deuren gesloten, ergens ver boven waar alles kon, alles kon, maar wij aten, wij deden niets, niets in de kamer, wij zaten, wij deden de gordijnen dicht, de muren waren wit, altijd licht wij vervingen het licht als het donker werd, en dan zaten wij, in de kamer
Gedichten
Gedichten
Maud Vanhauwaert nog altijd neemt ze haar glas met twee handen vast op de loopplank ligt te veel werkelijkheid tussen twee huizen door huilt ze schuilend of andersom zoals je bij een sjaal denkt aan de kou zo denkt ze aan het leven thuisgekomen haalt ze het speelplein van onder de nagels van het kind raadt granaatappels juist op tv gaat slapen, zo uitgestrekt mogelijk morgen is haar territorium weer twee voeten maat 38, groot
Gedichten
Gedichten
Maarten Das Vrienden Hij boog zich voorover, bebloed maar sereen. De tranen die regenden, veegde Hij af. Hij sprak van een schitterend, louterend vuur. Maar mijn vrienden zien niets dan hout aan een muur.
Gedichten
Gedichten
Mariken van de Bovenkamp er ligt een lange nacht in mij te slapen ik wek haar niet, wacht tot zij uit zichzelf ontwaakt ik zal haar door de zomer dragen in mijn armen stapelt zij mislukte dromen ik kus de warme, natte krullen op haar wang zo zijn wij voor elkaar geschapen in september leg ik haar onder de bomen zij breekt mijn water met haar eerste blik dan staat zij op, loopt traag de verte in
Gedichten
Gedichten
Milo de Angelis I Quando su un volto desiderato si scorge il segno di troppe stagioni e una vena troppo scura si prolunga nella stanza, quando le incisioni della vita giungono in folla e il sangue rallenta dentro i polsi che abbiamo stretto fino all’alba, allora non è solo lì che la grande corrente si ferma, allora è notte, è notte su ogni volto che abbiamo amato. I Wanneer je op een dierbaar gezicht de sporen ziet van teveel voorbije seizoenen en een donkerblauwe ader de kamer verduistert, wanneer de littekens van het leven samenkomen en het bloed trager stroomt door de polsen die wij vasthielden tot het ochtendlicht, dan is het niet alleen daar dat de grote stroom stilhoudt, dan is het nacht, nacht op ieder gezich