Gedichten
Gedichten
Heinrich Heine
Ich weiß nicht was soll es bedeuten,
Daß ich so traurig bin;
Ein Märchen aus alten Zeiten,
Das kommt mir nicht aus den Sinn.
Die Luft is kühl und es dunkelt.
Und ruhig fließt der Rhein;
Der Gipfel des Berges funkelt
Im Abendsonnenschein.
Die schönste Jungfrau sitzet
Dort oben wunderbar;
Ihr goldnes Geschmeide blitzet,
Sie kämmt ihr goldenes Haar.
(...)
*
Ik weet niet wat toch de reden
Is dat ik zo treurig ben;
Een sprookje van lang geleden,
Dat maalt maar steeds door mijn brein.
De lucht is koel en het donkert.
En rustig stroomt de Rijn;
Zie hoe de bergtop flonkert
In de laatste zonneschijn.
De schone jonkvrouw zit er
Daarboven stralend bij,
Haar gouden opschik schittert,
Haar gouden haar kamt z
Gedichten
Michiel van Rooij
Zachte dwang
Voor S
Liefde steelt stiekem je leven. Het rooft
je oude stellingen leeg, immers niet meer
nodig. Het laat je opnieuw kennis maken met
jezelf. Met een verbeterde versie ervan.
Dit is liefde: een sluipend dier. Een man
die zich angstig achter een hoek verschuilt.
Het slissen van de penpunt over het papier.
Jij bent het gestaag volraken van de lijnen.
Zoals de liefde met zachte dwang je wezen
overneemt. Jij je behoedzaam in mij wringt.
Langzaam je leven vol laat druppelen, totdat
je denkt dat je haast niet meer bestaat,
en als liefde over de rand van jezelf vloeit.
Gedichten
Eric van Hoof
Het Plein der Leegte I (Grebbelinie)
Er huizen woorden in deze steen,
maar geen mens, geen dier die hier
alleen loopt te zoeken naar een naam.
Er speelt wind op deze vlakte.
Dit stuk afstervend beton ingeklemd tussen
muren die groen uitgeslagen kalmte voelen.
Er zijn planten die kleven, kleine dieren
die daarvan leven en kinderen die beven
bij de verhalen van kogelgaten.
Een persoon rent, hapt vissen van stilte,
die smachten naar vocht, als sluizen
die wachten op water tussen liniedijken.
Water, ja water vormt dit om
tot een Grebbelinie,
tot een plein van leegte.
Maar bovenal is er stilte, sssst,
de wind waait als de wereld draait
en de linie onveranderd zijn schouders ophaalt.
‘Het maakt niet uit,
Gedichten
Jurre van den Berg
VOOR HET VERTREK
Er is een lijst gemaakt met plaatsen
en tijden van aankomst.
Als we de kinderen een lepel
jenever hebben gegeven
kan er gesproken worden
over wat in diepe zakken
te bewaren, wat we achterlaten
waar onze pijngrenzen liggen.
We wegen de bagage
vijlen onze nagels
poetsen tanden zacht
vragen de cartograaf de kaart
nog één maal uit te leggen
terwijl we onze vingers vlijen
aan het voeteneinde
van hoogtelijnen.
Gedichten
Steven Mortier
ademtocht
stapvoets drijf ik
asfaltopwaarts – altijd asfaltopwaarts
ik ben een watergeest.
iets dat vloeit althans.
(haperend, maar toch)
wist u dat licht kan stollen?
we noemen het schaduw maar eigenlijk
is dat dus gestold licht.
het is een uitstekend bouwmateriaal,
het beste. overdag hangt Sint-Anna
met haar oksels in krukken. ze staat -
maar niet erg vast. ’s nachts draagt ze
een harnas. is ze een oorlogsbodem.
steeds paraat – nimmer uitvarend.
aan haar voeten langs mij heen
buitelen bultruggen. u moet weten
dat bultruggen zich uitsluitend
bij regen in de stad vertonen.
snel, geruisloos en altijd per fiets
zeldzaam zijn ze niet, maar
je moet ze opmerken.
mij zien ze niet. ik ben immers
een wa
Gedichten
Chrétien Breukers
Bezoek aan het geboortehuis van C. B.
Hier werd mijn jonge vriend geboren!
Met schroom deed ik de voordeur van het
slot. Het huis stond leeg. Rollend pluisstof.
Zonder woorden was toen mijn gebed.
Om mij heen werden de muren broos.
Buitenlucht scheen er doorheen. Stemmen
fluisterden mij verzen in. Klaagtaal
over tijd die te beginnen stond:
eeuwen waar mijn vriend geen weet van had.
Gedichten
Mariano Shifman
SPINOZA OBJECIÓN A BERKELEY
Sobre tibios pilares de cemento
bajo el sol encantado de septiembre
un casal cumple el rito de la especie.
Lo contemplo sin ánimo idealista,
mi visión no construye seres nuevos:
las palomas existen por sí mismas.
Cuando el tiempo convierta el celo en crías;
cuando tiemblen las ramas con el brío
y mis ojos lejanos nada vean,
no habrá de verlas Dios para que sean
Dios es el celo, el huevo y el nido.
SPINOZA BEZWAAR TEGEN BERKELEY
Op lauwwarme pilaren van cement
onder de bekoorde zon van september
voltrekt een paar de rite van de soort.
Zonder idealistische bedoeling
kijk ik het aan, mijn visie schept geen nieuwe
wezens: de duiven bestaan voor zichzelf.
Als de tijd de paardra
Gedichten
Steven Graauwmans
Zet je schrijlings zacht klokkend
op mijn zij – slaags langsheen de zee
schuimkragend over mijn vaste war
begerige rots naar brandende handen
Schouwen wij je drama met kennersogen,
noteren bedrijvig de staat van het goed,
bewijzen met cijfermateriaal de houdbaarheid
Niet een drama dat je merkt,
de stokken van moeder en de toorn van vader
heb je met argumenten tegen verdacht
Je ontwijkt wijzende vingers
je bakent je aan grenzen:
met tastende voeten zoek
je steun in het struikgewas
Je hoort nog onderaan de stenen:
de branding die zich wreekt
op het land
Gedichten
Jelle Jan Klinkert
Evangelie
Er waren hoge bomen waar
grote ruwe vogels in nestelden.
Soms gooiden zij een jong naar beneden.
De wolken braken van hun geschreeuw.
De zon was al niet veel beter, scheen
groter en valer te zijn dan met Pasen.
Hij trok zich niets aan van ons roepen,
was verleidelijk, onzinnig uitgedost voor
weer een feest, het licht hielp ons niet.
Wij waren beneden, gevangen in ons rare leven,
anderen lachten om ons, was de deur niet
gesloten geweest, wij hadden geen
uitgang gekend. Maar nu riepen wij,
keken hemelwaarts, vroegen om nog
een jong, waren al half moedeloos.
Er scheen ook licht van buiten, anders
dan ik niet kon vermoeden of vrezen,
of ooit zou dromen. Maar ontwaakt
was de lente binnen geslopen.
Noo
