LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Gedichten

Gedichten
Gedichten
Fleur Bourgonje Hartenbeest Stel je bent binnen bereik in dit landschap, je lijkt een van de wijs gebracht dier. Kom kan ik zeggen, de dood is elders daar hoor je niet, ik had je hier. Stel ik ben steviger kleren gaan dragen, soort harnas van stof, snijd er een loper van begin die langzaam uit te rollen voor flard samenzijn, ampere aanraking blik, kort bonzen van je hart in zijn jakkerend ritme: duizel, duizeling, ruisen dat ademen wordt. Stel ik rol de loper over de ijzeren spijlen van het wildrooster klap in mijn handen, steen op steen, klik met de tong op de troostende toon van de vroegere vrouwen vorm een kring, alleen, en omvat je fluister kom fluister haal hem haal hem naar hier hartenbeest hartendier-
Gedichten
Gedichten
Jan Doornbos Naar Groenland en terug We verscheuren de krant. Je kunt niet meer lezen nu je vertrekt. Ik ben buiten zinnen: schreeuwende koppen, verstikkende regels, je wordt ingecheckt. Niets aan de hand dan het zout in mijn ziel, de pest in jouw lijf. Mijn hoofd staat in brand. De zenuwen vliegen met jou in minuten naar Groenland en terug. Zoals altijd. Samen je lichaam verloren, samen je ogen naar buiten gericht. De kou kan je redden. We worden bezien. We slepen ons door je, we vriezen ons in. De uitvreter krijst een barst in het ijs.
Gedichten
Gedichten
Maria Sanz Galmende gooi Je deed het venster open. De dag ging klaren boven alle eeuwen. Een distelvink kwam op de vensterbank, op zoek naar een geslaagde echo om die aan te heffen. Het hart welde op, het lichaam zalfde zich met de vroege bries. Langzamerhand verschenen opnieuw al de taferelen waarin hij wist op te treden, het voorspelbare voor een afwezigheid wreed als de zijne. En plotseling werd je gewaar: de vlammen van zijn handen op je schouders, het volmaakte plengoffer van de dauw dat in jou overstroomde. Je omgaf hem met adem van honing, reeds ademloos na je voorkomen te hebben verzorgd. Nooit was hij daar. De dag ging klaren boven al het leed. Een paar trillermelodieën slaagden erin om in je geheugen binnen
Gedichten
Gedichten
Herbert Mouwen De anderen die de wassende maan weggeven aan een dode hunkering, die zich huizen en tuinen dromen van ziel en lichaam, die luisteren naar het gazongras dat onhoorbaar groeit, die hun verkleumde handen ruilen voor de vurige monden van de zon, die met hun ogen akkers kunnen omploegen en inzaaien en die zich ontworstelen aan het ongerijmde melodietje van een straatmuzikant, die gaten slaan in hun geheugen en niet meer weggaan, die denken dat vrouwentongen kamerplanten zijn en die de dwangbuis die ik hun aandoe als een bevrijding voelen
Gedichten
Gedichten
Pieter Lobbezoo April Ik zie onder mijn huid de aders lopen Als ik mijn hand tegen het licht houd. Als het december is en ik mijn mouwen opstroop Zie ik ringen rond mijn onderarm lopen Ik heb ze geteld, het zijn er drieënveertig links Tweeëndertig rechts. Vanaf de polsen naar boven. Er is niemand die me kan vertellen wat het betekent Maar in de wintermaanden voelt het alsof ik van kwarts ben Koud, bleek, met als enige kleur die vijfenzeventig ringen. Drieënveertig links, tweeëndertig rechts. Ik hou niet van sneeuw, het is koud, bleek en het smelt Tot een onooglijke platgelopen drab. Ooit een gelukkige sneeuwpop gezien? Nu is het goddank april. Als het lente is lijkt mijn huid minder op het berkenfineer van mijn b
Gedichten
Gedichten
Catharina Blaauwendraad ADEM Begraaf dit leven in een keel delf een kuil achter de huig Hoor het kokhalzen in zolderkamers Angst met de paplepel
Gedichten
Gedichten
Yerna Van Den Driessche Rug je rug moeder, hebben we het best gekend alsof je alleen maar uit rug bestond van je afgevallen: buik en borsten het weke vlees dat ons ooit zoogde dat alles, weg moeder wat overbleef waren wervels wrevels voor je kinderen een houvast voor vader je rug moeder, altijd gebogen over gaten van sleet en kattenkwaad maar nooit over sprookjes die moesten we zelf verzinnen
Gedichten
Gedichten
Anneke Haasnoot TABEH MARINIER Soms draaide hij muziek Walste met haar de kamer door Fluitte met opzet hard en vals De man die zich op schilderles Afzijdig hield bij het pauzeren Zij bracht de stille kunstenaar Dan altijd koffie Met verbazing zag ik Hoe hij tijdens reünies Kleurrijk en met open blik Tapijten conversatie knoopte Voor mij bleef hij gesloten boek Batik om magerte, mijn vader
Gedichten
Gedichten
Guy Dierckx Ach (waarschuwing op een pakje tabak) De wereld, laat deze wereld lijden aan de ziekte der geleerden: zij, die na de ontlasting de handen wassen in onschuld en, als alles om zeep is wat bijverdienen met het grossieren in één of andere therapie. Alleen de namen van grote rokers leven voort: ze vertrouwen op hun adem wijl hun longen weigeren het volmaakte na te praten.