Gedichten
Gedichten
Josse Kok
Stamgast
Ik draag een hemel in mijn hoofd.
Daarin ben jij ook uitgenodigd.
Sterker nog, je moet er zijn.
Die engelen, ze roken niet.
De barman met de witte baard
zal ons een straffe drank
serveren. Dat is hem geraden.
Ons gezelschap, onbetaalbaar.
De laatste ronde is voorspeld.
Met horeca zijn wij bekend.
De hemel in een dronken hoofd
giet ons vol bijgeloof.
Gedichten
Giuseppe Conte
Vreemde woorden aan zijn vrouw
Het moet gisteren rond een uur of twee of drie
‘s morgens geweest zijn toen ik in bed kwam
liggen en tegen je praatte.
Je lag al te slapen en ik drukte mijn wimper
tegen jouw warme wimper. Ik sprak vreemde woorden
tegen je over eeuwige liefde
mijn poging was tragisch
als de vervallen regels van het spel
Zo liggen achter onze oogleden en ogen de banen
van planeten. Onze vingers zijn van steen en we hebben
heupen van aarde, onze voeten zijn vloeiend als een meer
en tot ranken en nesten voor uilen geworden.
We zullen niet meer samen zijn. We zullen er niet
meer over spreken. Een toekomstige wind zal langs
onze ramen huilen, de wind van een verre zee
wij zullen muizen, kwallen,
Gedichten
Gedichten
Niels Blomberg
FEIERABEND
De wind is gaan liggen,
zon en regen hebben het hoogste woord.
Fietsers stappen af,
auto’s zoeken een vluchtplaats,
wisselgesprekken verstommen,
vingers wrijven niet langer over het glas.
Al wat kijken kan, ziet aan de horizon
het dubbeltoetje van de dag.
Gedichten
Marjon Zomer
A6V3.309.2
het bordje boven je bed
is een plaatsbepaling
voor administratieve doeleinden
dat jij hier eindigt
en het doel daarvan
daar denk ik aan
mijn billen drukken een afdruk
in de groene stoel
die ik niet zie zolang ik zit
bij opstaan zuigt de zitting
de herinnering aan mij weg
terug in oude positie is zij
klaar voor een volgende
in het bed lig jij
je draagt de dood
ik laat je ermee achter
ik breng een schone pyjama
ongestreken uit de droger
flanel is gekamd katoen
het verzacht de situatie niet
Gedichten
Pieter Grootendorst
Vader, vandaag
In de schuur brandt nog licht.
Je repareert onze geduldige fietsen,
bewoont de avond.
Probeer je ons te leren kennen?
Je denkt misschien dat ik slaap
zoals onbereikbare zonen slapen,
maar nee, ik maak een tekening van je afwezigheid:
een kwart eeuw geleden
rukten de hulpdiensten uit
om je thuis te brengen.
Gedichten
Roelof ten Napel
POËTICA (III)
zoals alle geruchten
moet je ze betwijfelen, afwachten
tot het beweerde wordt bevestigd
in wat het zegt
het zijn echo's aan de verkeerde kant
van het spreekwoord
en je moet maar één ding doen:
houd het in gedachten
tot het bezweerde zich vestigt
in het echt
Gedichten
Angelo di Berardino
People are strange
Door smalle deuren zijn wij gegaan, op
trappen van cellofaan, wij leefden dit leven
met vingers van vrede. Kwamen wij u tegen,
dan kende u ons niet, wij droegen bloemen,
de rug gekromd, het hoofd rechtop. Niets
zijn wij geweest en alles, en in het diepste
van uw aarde heb ik dit gezien. Een schoft
van een mens, zijn heimelijk kruipen. Ik hoorde
moeders kreunen, zag de monnik branden,
de angst in de ogen van mannen.
Te vroeg hebben wij de bloemen afgelegd,
de woede in lagen van ons afgepeld. Zo
hebben wij ons doorgegeven, de leugen
hersteld, huizen gebouwd, kinderen gebaard.
Wie we geweest zijn, wat we voor u waren,
nooit minder dan dit, een handvol dwazen,
wat wierook en duiven
Gedichten
Milou Voskuilen
Conserveren
Als een blind en eenzaam monster kroop de dood naar binnen,
door de poriën van zijn huid.
Ik streelde zijn hand alsof ik de dood wilde aaien.
Ik bedacht me hoe ze de draadjes uit zijn lichaam zouden verwijderen.
Hoe ze hem los zouden koppelen van de monitors.
Hoe zijn lichaam, ooit zo sterk en warm, zou
verdwijnen van de zaal.
Het was het lichaam waar ik me door had laten verzwelgen,
alsof ik door wilde dringen nog voorbij de huid.
Ik had me in zijn lichaam willen nestelen,
warm en verzadigd, als een dier in zijn winterslaap.
Ik bedacht me dat ik als ik hem in de toekomst wilde strelen
ik vingerafdrukken op de foto's achter zou laten.
Een oude video moest kijken om zijn stem te hor
