Meandermagazine

Daniël Vis - Aan wie, deze offers
Volgens Jac Janssen hebben de gedichten in ‘Aan wie, deze offers’ van Daniël Vis een grote zeggingskracht. Ze raken diepere lagen die in ons allen schuilen: ‘Verlangens die het individu te boven gaan, existentiële twijfel en wanhoop die van alle tijden zijn. Terwijl de intimiteit in sommige regels weer zó dichtbij is dat je er bijna niet naar durft te kijken.’ Janssen vindt het een bundel om te koesteren.
Paul Rodenko - de alchemie van het woord
Voor Pieter Sierdsma is Paul Rodenko de uitvinder van sensibiliteit in de beweging van het woord en de taal. Toen hij op de middelbare school het gedicht Februarizon in zijn schoolagenda las, waaide dat als een zachte wind in het gezicht, verrassend, herkenbaar, maar toch anders, nieuw gevonden. En nog steeds is zijn werk zuiver als een muzikale beweging van woord en taal.
Peter Gielissen
Met regels als ‘Ik wil eigenlijk alles zijn. Voor altijd. / Een vrije val door een ventiel naar een groot elders.’, terwijl de dichter begint met ‘Houd niet van mij, want ik ben dichter bij de dood;’, wat kunnen we anders dan blijven lezen en ons ‘in gedachten laten wiegen naar een laatste dok’ met deze gondelier.

Het commentaar op Willem ten Berge
Hans Franse heeft zich verdiept in dichter Willem ten Berge (1903 – 1969), die op jonge leeftijd in de extatische katholieke sfeer van twee tijdschriften ook twee bundels publiceerde. Hij heeft daarna weinig meer gedaan met zijn dichterschap. Interessant voor die tijd is dat er een katholieke massabeweging ontstond die Mussolini vereerde. Op demonstraties en spelen werd de fascistische groet standaard gebracht. Dichters en schrijvers voelden zich hier sterk tot aangetrokken.

Interview Rogier de Jong
‘Een gedicht is geslaagd’, zegt Rogier de Jong, ‘als het die gehoopte mengeling van realisme en ontwrichting heeft waarop ik mik.’ Hij dicht heel veel, bijna elke dag, vaak vanuit een gevoel, een woord, een zinsnede die opwelt. Dat hij zijn werk wil delen, heeft niet zozeer met persoonlijke ervaringen te maken als wel met het feit dat het gedichten zijn en geen hartenkreten.

Froukje van der Ploeg - Soms blijft iets
De gedichten in ‘Soms blijft iets’ van Froukje van der Ploeg kunnen Peter Vermaat niet bekoren: ‘’Vermoedelijk ligt de oorzaak voor mijn leeservaring vooral in de bespiegelende aard van de teksten, het – enigszins beteuterde – terugkijken van nu naar vroeger en het af en toe wat klagerige verwijzen naar slachtofferschap van de vrouw – niet alleen door biologisch bepaald ongemak, maar toch ook door ‘het verschijnsel man’’’