Meandermagazine
Poëzie in beweging

Bloemlezing - Ik sta in wilde schoonheid
Schrijver Susan Smit stelde de bloemlezing ‘Ik sta in wilde schoonheid’ samen, hierin staan gedichten over het vrouwenlichaam, geschreven door vrouwen. Dit wekte de interesse van Marc Bruynseraede, want: ‘Een titel als deze alarmeert natuurlijk ook het mannelijk deel van de bevolking, want waar wilde schoonheid op het programma staat, daar kan het mannelijk geslacht nooit ver uit de buurt zijn.’

Aafke van Pelt
Een taalfestijn, het werk van Aafke van Pelt, in een consequente eigen stijl. Heerlijk zinnelijk met woorden die ‘doorglijden in je open keel alsof je een oester leeggiet’, met ‘volhongere vingers’ en ‘suikerslagroomwolk’, ‘pistachekruimbestrooide’ en het ‘weezoete vet’ en ‘het kleverige proef-maar-alles op onze huid’ en ‘dat wat er nakomt’: ‘we smaken eindelijk vol’,
‘nasmaak die blijft spoken’.

Bernadette Stom - Heimweecafé
Jeroen van Wijk noemt ‘Heimweecafé’ van Bernadette Stom een enigszins veilig, maar prima debuut: ‘Er is weinig op aan te merken, kwalitatief zijn ze in orde, er schuilen mooie beelden tussen de woorden, maar vaker wel dan niet blijft het daar ook bij.’ Gelukkig zitten er voldoende gedichten in die hem als lezer een fijne kluif geven.
Poëzie en zelfreferentie
Zelfreferentie tref je ook aan in de natuurlijke taal en daarmee in poëzie en humor, dus ook in deze column. Binnen poëzie ontstaat zelfreferentie als de dichter pogingen onderneemt om het onzegbare te zeggen. Het onbenoembare wordt benoemd. De lach blijft in veel gevallen eigenlijk ook ongrijpbaar. Het lijkt alsof we vaak niet weten waarom gelachen wordt.
Klassieker 299 : C.O. Jellema – Notitie bij een Friese kerkmuur
Jan Buijsse bespreekt het gedicht ‘Notitie bij een Friese kerkmuur’ uit 'Stemtest' (2003), de laatste bundel van C.O. Jellema (1936 – 2003). Hij ziet er hoe de lezer getuige is van een gebeurtenis, die voor de dichter een kort lichtend moment in de tijd is, een ervaring die een eeuwigheid inhoudt.

Anne Vegter - Projectmedewerkers
Johan Reijmerink bespreekt ‘Projectmedewerkers’ van Anne Vegter. Hij concludeert: ‘We hebben in deze bundel van Vegter van doen met zorgvuldig ingepakte en versleutelde poëzie. De schoonheid ervan openbaart zich in verrassende metaforen en snelle opeenvolgende situaties, gezien vanuit de alwetende verteller. De langs flitsende beeldopeenvolging overschaduwt soms de verstaanbaarheid.’
