Klassieker 113: Gerrit Achterberg – Code

In deze nieuwe Klassieker buigt Joris Lenstra zich over ‘Code’, een van de bekendste gedichten van Gerrit Achterberg. Het verscheen oorspronkelijk in En Jezus schreef in ‘t zand (Daamen, ‘s-Gravenhage 1947), een bundel die zo populair werd dat er in 1963 al een 7e druk van uitkwam. Het was dan ook de bundel waarvoor Achterberg – als eerste dichter – de Staatsprijs voor Letterkunde, de P.C. Hooftprijs 1949 ontving.

Lees verder

Gedichten

Ellen Deckwitz

De grootvader die ik niet had

Mijn grootvader leidt me rond
in zijn urn, hangt de jas op
bij het familieportret en zijn geweer
terwijl ik schrijf:

dat zijn rug zich recht,
de levervlekken lopen leeg.

Ik maak de tijd
een platgeslagen vlieg
op het pasgewassen raam.

Hij neemt me op schoot, vertelt
over onze soort, de Hades in de aderen
die alles schoonwoedt. Het gat tussen
zijn ogen dat zich vol met inkt zuigt
dat zich sluit. Ik kruip tegen hem aan,
hij gelooft niet dat er in een ballpointpunt
ook een kogel zit.

Lees verder

'De kleur van het bloed blijf je zien'

Hedwig Selles trad op zondag 9 november op namens Meander bij Poëziepodium Ongehoord in Rotterdam. Ze publiceerde al vele malen in Meander en behoorde vorig jaar tot de genomineerden voor de Dichtersprijs. Eerder hadden we een interview met haar.

Lees verder

Dark verse van een jackpotwinnaar

Ellen Deckwitz (1982) is een bijzonder talent. Ze schrijft eigenzinnig werk en experimenteert met de voordracht van haar poëzie. Jeroen Dera nam een interview af met deze literaire duizendpoot.

Lees verder

Du Fu: wonderkind en dichter

In de Chinese middeleeuwen regeerde gedurende bijna driehonderd jaar de luisterrijke dynastie van de Tang. In de tweede eeuw van de Tang leefde de dichter Du Fu (of Tu Fu, Toe Foe, 712-770). Hij wordt onder Chinese en westerse critici het vaakst genoemd als de grootste van alle Chinese dichters. Daan Bronkhorst vertaalde een reeks gedichten, waarvan wij er een aantal selecteerden.

Lees verder