Aftrekken van de eeuwigheid

Miroslav Holub (1923-1998) geldt als een van de godfathers van de Europese poëzie. De vorig jaar verschenen, door Jana Beranová samengestelde bloemlezing De geboorte van Sisyphus vormt dan ook een enorme verrijking voor ons taalgebied. Meander sprak met de vertaalster over een bijzonder man én dichter.

Jana, je hebt een bloemlezing van de Tsjechische dichter Miroslav Holub samengesteld en vertaald. Wat maakt hem in jouw ogen zo bijzonder?
Zijn poëzie is een combinatie van nuchterheid en deemoed, van exacte wetenschappelijke benadering en verrassende fantasie. Soms lijkt een beeld een regelrechte ongerijmdheid die haaks op de rest van het gedicht staat. Het versmelten van deze tegenstellingen maakt zijn gedichten spannend. Ze tintelen van vitaliteit en nodigen uit tot herlezing.
Holub ging vanaf zijn debuut in 1958 voortdurend onder het oppervlak van het dagelijkse leven op onderzoek. Hij keek ook door de microscoop naar poëzie, op zoek naar wat het blote oog niet kon waarnemen. Net als in het laboratorium, dat evenmin leugens verdraagt.
Interessant vind ik verder zijn vrijere tekstvormen, zoals de poëtische essays die de kern proberen te duiden van sleutelbegrippen als leegte, vrijheid, het gedicht: ‘Het gedicht is het zijn tegen de leegte… het gedicht is de meest algemene garantie dat je iets kunt doen tegen de leegte, dat we niet overgeleverd zijn maar dat we ons overleveren’. Ook zijn wetenschappelijke essays barsten van poëzie.

Wat was hij voor een man?
Hij was arts en microbioloog, gespecialiseerd in immunologie. Toen hij aan het Instituut voor Experimentele Geneeskunde ging werken, stortte hij zich min of meer tegelijk met het onderzoek op het schrijven van poëzie. Poëzie betekende voor hem geen vlucht in een andere wereld, maar een verruiming van de wereld. Of zoals hij het zelf zei: ‘Ik heb één doel, maar twee manieren om het te bereiken. Poëzie en wetenschap vormen de basis van mijn existentie’.
In het dagelijks leven was hij een makkelijk mens, maar wel precies en wars van sentiment. Door alles heen schemerde een verbondenheid met het menselijk lot. Hij stond altijd open voor datgene wat de wereld voor hem in petto had en hij was nieuwsgierig om te ontdekken wat nog niet was opgemerkt. Met een gezond gevoel voor humor en een onuitputtelijke verbeelding.

Waar ‘staat’ hij met die nieuwsgierigheid en verbeelding in de Europese dichtkunst?
Zijn vrije, beschouwelijke inslag past uitstekend bij het werk van zijn tijdgenoten uit Midden- en Oost-Europa, zoals Zbigniew Herbert, Czeslaw Milosz, Vasko Popa. En ietsje later Joseph Brodsky. Samen met hen is hij niet meer weg te denken uit de moderne literatuur. Samen met hen was hij dan ook een van de dichters die in 1970 voor het allereerste Poetry International Festival in Rotterdam waren uitgenodigd. Dichters die, durf ik te zeggen, de moderne literatuur een behoorlijk nieuwe impuls hebben gegeven. Hun beeldspraak is verrassend, maar natuurlijk. Hun taal strak, maar ongedwongen. Volgens Martijn Benders van www.derecensent.nl is Holub ‘De Godfather van de Europese poëzie’. Daar sluit ik me graag bij aan. 

Hoe verklaar je het relatief grote aantal vooraanstaande dichters dat Midden- en Oost-Europa de afgelopen decennia hebben voortgebracht?
Ik vraag me af of jouw vraag op waarheid is gebaseerd. De dichters waren er wel, maar bleven onbekend in het Westen. Er was lange tijd geen doorstroming mogelijk als gevolg van politieke situaties en het daarmee samenhangende isolement. Vergeet niet dat er pas laat in de vorige eeuw een bredere uitwisseling van poëzie tot stand kwam, mede door internationale poëziefestivals in Londen, Rotterdam (Poetry International) en andere steden. Herbert, Popa, Brodsky en Holub werden in hun eigen land veelvuldig gelezen, maar braken toen pas werkelijk door in het buitenland. In tegenstelling tot dichters in de westerse wereld. Uitgevers raakten door het persoonlijk contact geïnteresseerd, de dichters werden vervolgens vertaald en bereikbaar voor een breder publiek.
Maar misschien is het toch waar dat moeilijke leefsituaties gunstig zijn om grotere dichters voort te brengen. Het wordt vaak beweerd. Onvrijheid en ellende bieden een overvloed aan existentieel materiaal. Schrijven is soms de enige uitlaatklep. En vergeet vooral ook niet dat poëzie in veel van deze landen een niet uit te roeien traditie heeft. Ik leerde als kind op school lange gedichten uit mijn hoofd. Sommige ken ik nog altijd. Wat schilderkunst voor Nederland is, is literatuur voor de Tsjechen, om maar een voorbeeld te noemen.

Als je een gedicht van Holub als ‘visitekaartje’ voor de leek zou willen gebruiken, welke tekst zou je dan kiezen?
‘Masterclass’. Het is raak, nuchter van inhoud en verrassend, en laat zowel Holubs relativeringsvermogen als zijn beeldspraak zien. Een heerlijk gedicht…

MASTERCLASS

Hij sprak
en de hemden van boetelingen
vielen op de grond, bezwangerd.
Het was de keizersnede van de gedachte,
pluchen poppetjes werden geboren, juichend.
Het was het profiel van eenieder,
geknipt uit zwart papier.
Lieveheersbeestjes kropen van onder onze nagels.
Je kon het bazuingeschal horen bij Jericho
en het gesis van onze genen.
Het was schitterend, zoals hij sprak.
Ik kan me alleen niet meer herinneren
waarover.

Holubs teksten lezen in het Nederlands vrij gemakkelijk, wat zonder meer jouw verdienste is. Hoe moeilijk viel je het vertalen van zijn werk?
Het vertalen van poëzie is altijd moeilijk. Hoe gemakkelijker een gedicht lijkt, hoe moeilijker het is om het ook zo te herdichten. Je herschept de tekst in een andere taal – in een andere klank en een ander ritme. Het moet weer een gedicht worden. Ik heb natuurlijk het gemak dat ik zelf dichter ben. Dat betekent onder meer dat ik een zekere techniek ken en dat ik voelhoorns heb voor wat goed is. Dat hoop ik tenminste. Als ik aan het vertalen ben, lees ik keer op keer alles hardop. Het is een manier om te ontdekken waar het nog niet klopt. In feite ben je er dag en nacht mee bezig, in je hoofd dan. In poëzie telt elk woord.
Voor mij was uiteraard ook heel plezierig dat ik Holub langere tijd persoonlijk heb meegemaakt. Hij kwam in de jaren negentig geregeld naar Rotterdam, naar het festival als lid van de Advisory Board van Poetry International. Ik begeleidde hem dan altijd. Ook in Praag bezocht ik hem verschillende malen, thuis en op zijn werkplek bij het Instituut voor Experimentele Klinische Geneeskunde. Zo raakte ik vertrouwd met zijn denkwijze, zijn humor, zijn niet te stuiten geloof in het nimmer aflatende leven dat hij aan de natuur zelf onttrekt. Kijk maar: ‘Moord in de lithosfeer./ Uit steen spoot klei,/ uit klei vloeide vuur./ Op de bodem van de trechter/ een naakt, teer, liefderijk/ kikkerhart,/ klopt.’

Tot slot: heb je een favoriet gedicht van Holub?
Een van mijn lievelingsverzen komt uit Holubs allerlaatste dichtbundel (1998). Diep existentiële regels, bijna fysiek voelbaar, die laten zien hoe sterk de dichter verbonden is met het lot van de mens. De twijfel, al bijna aan het einde van de weg, het zoeken naar de taal om de zin uit te drukken. Een gedicht dat nog vóór zijn dood opgenomen was in de bloemlezing De mooiste 300 gedichten uit de hele wereld onder redactie van Koen Stassijns en Ivo van Strijtem.

SCÈNE MET MUZIKANTEN

Sneeuw kwam recht uit het hart. En bleef.

We liepen, de klarinet een ijspegel,
de viool rillend onder de jas. De schemering
viel van oor tot oor. Voorbij de heuvel
een varken, in doodsstrijd. Geen muziek,
alleen stilte, steeds straffer.

Ons hele leven
waadden we door diepe sneeuw
van portaal tot portaal, links en rechts.

Pas helemaal aan het eind,
buiten adem, buiten onszelf en dus
zonder gewicht, kraste iemand
in die stilte.

Kras, sintel van muziek. Kras,
muziek zelf.

Laten we die weg, die sneeuw,
die scène en die stilte
dan maar
aftrekken van de eeuwigheid.
 

De geboorte van Sisyphus
Miroslav Holub
Vertaald door Jana Beranová
De Bezige Bij
ISBN: 9789023429159

Geplaatst in Interviews en getagd met .