Gedichten

Jelle Jan Klinkert

Evangelie

Er waren hoge bomen waar
grote ruwe vogels in nestelden.
Soms gooiden zij een jong naar beneden.

De wolken braken van hun geschreeuw.
De zon was al niet veel beter, scheen
groter en valer te zijn dan met Pasen.

Hij trok zich niets aan van ons roepen,
was verleidelijk, onzinnig uitgedost voor
weer een feest, het licht hielp ons niet.

Wij waren beneden, gevangen in ons rare leven,
anderen lachten om ons, was de deur niet
gesloten geweest, wij hadden geen

uitgang gekend. Maar nu riepen wij,
keken hemelwaarts, vroegen om nog
een jong, waren al half moedeloos.

Er scheen ook licht van buiten, anders
dan ik niet kon vermoeden of vrezen,
of ooit zou dromen. Maar ontwaakt

was de lente binnen geslopen.
Nooit eerder hoorde ik die vogel.
Het regende. Ik was toch gelukkig.

Lees verder

(12) De poëzielezer

Wat is poëzie? Hoe moet zij gelezen worden? Is hedendaagse slam-poëzie ook echt poëzie? Het zijn actuele vragen. In een reeks korte essays wordt de poëzie vanuit verschillende invalshoeken bekeken. De zoektocht naar het wezen van de poëzie staat hierin centraal. In deel 12 gaat Joris Lenstra in op de ‘hamvraag’ van de poëzie. De meeste dichters onder ons hebben een antwoord op de vraag waarom we gedichten schrijven of hebben er ooit een paar woorden aan gewijd. Maar waarom worden gedichten gelezen en door wie? En natuurlijk: bestaan ze nog, mensen die alleen gedichten lezen?

Lees verder

Gedichten

Fleur Bourgonje

Hartenbeest

Stel je bent binnen bereik in dit landschap,
je lijkt een van de wijs gebracht dier. Kom
kan ik zeggen, de dood is elders
daar hoor je niet, ik had je hier.

Stel ik ben steviger kleren gaan dragen, soort harnas
van stof, snijd er een loper van
begin die langzaam uit te rollen
voor flard samenzijn, ampere aanraking

blik, kort bonzen van je hart
in zijn jakkerend ritme: duizel, duizeling, ruisen
dat ademen wordt. Stel ik rol de loper
over de ijzeren spijlen van het wildrooster

klap in mijn handen, steen op steen, klik
met de tong op de troostende toon
van de vroegere vrouwen

vorm een kring, alleen, en omvat je
fluister kom
fluister haal hem

haal hem naar hier
hartenbeest hartendier-

Lees verder

Catharina Blaauwendraad – Beroepsgeheim

In Beroepsgeheim etaleert Catharina Blaauwendraad overtuigend het brede scala van dichterlijke potenties waarover zij beschikt. Joop Leibbrand prijst haar werkwijze: de anekdotiek niet schuwend, maar in feite steeds vertrekkend vanuit een talig uitgangspunt, helder en ogenschijnlijk eenvoudig, maar vol dubbele betekenissen, waarbij de lezer altijd alert moet zijn op extra connotaties.

Lees verder

Gwy Mandelinck – Schemerzones

In Schemerzones van Gwy Mandelinck lijken sommige gedichten een beetje op gebroken spiegels en zijn sommige beelden niet waterdicht, vindt Ivan Sacharov. Maar als een goede regisseur bewaart de auteur de climax tot het eind.

Lees verder