'Ik wil poëzie en podium laten rijmen'

Maud Vanhauwaert (25) volgde de opleidingen Woordkunst en Taal- en Letterkunde en werkt nu aan haar master Meertalige Professionele Communicatie. De Vlaamse maakt theatervoorstellingen, onder andere bij De Tijd, is freelancer bij Jeugd en Poëzie, en heeft een kanariepiet die luistert naar de naam Giraf. Binnenkort verschijnt haar eerste dichtbundel bij Querido. Stof genoeg dus voor een interview met haar. Sylvie Marie stelt de vragen.

Een bezig bijtje ben je wel. Binnenkort heb je drie diploma’s op zak en je bent met duizend en één dingen bezig. Heb je een specifiek doel voor ogen, een droomjob misschien?
Ik wilde taal vanuit verschillende perspectieven benaderen. Vanuit een literair perspectief in de opleiding Taal-en Letterkunde, vanuit een creatief perspectief in de opleiding Woordkunst, en nu vanuit een zakelijk perspectief in de master Meertalige Professionele Communicatie. Soms is het  bevreemdend eerst aan een gedicht te werken en een half uur later in een les marketing te zitten. Alsof ik verstrikt raak. Maar meestal ervaar ik een grote synergie tussen mijn verschillende activiteiten. Er ontstaat wederzijdse inspiratie. Zo heb ik vorig jaar in een scriptie een vergelijking gemaakt tussen marketing en poëzie.
Ik hoop dan ook dat t ik de verscheidenheid waarvan ik nu geniet, kan doortrekken in mijn professioneel leven. Een droomjob heb ik dus niet. Ik heb wel veel droomprojecten. Zo wil ik graag een nieuw theaterhuis opstarten. Een huis waarin plaats is voor poëzie, diepte-interviews en taaltheatervoorstellingen.

Hoe past poëzie in jouw leven?
Als ik een activiteit mocht kiezen die ik als Sisyphus tot in den treure zou moeten volhouden, dan is het zeker het schrijven van poëzie. Ik moet minstens een avond per week vrijhouden om te schrijven, anders word ik onrustig. Het is begonnen in Rome, een paar jaar geleden, toen ik er een maand alleen verbleef. Elke avond zat ik op hetzelfde terras op de Piazza Navona, met mijn schrijfboekje. Na twee weken vroeg een ober waar ik mee bezig was. Ik vertelde hem dat ik een onderzoek uitvoerde naar everzwijnen. Hij vond mij zo’n bizarre klant, dat hij mij de rest van de maand heeft getrakteerd.
In werkelijkheid heb ik die maand een reeks gedichten geschreven. Ze waren niet zo’n lang leven beschoren. Ik heb ze intussen geschrapt. Wel heb ik toen ontdekt wat poëzie voor mij betekent. Ik kom nergens zo warm thuis als in poëzie. Vorig jaar reisde ik door de States en ik heb al heel wat schrijfboekjes klaarliggen voor volgende reizen. Poëzie schrijven ervaar ik niet als een last, een zware steen, maar als een luxe. Soms voel ik mij dan ook schuldig als ik er te lang in vertoef.

Waarom?

Onlangs liep ik met mijn microfoon door Antwerpen en vroeg aan mensen of ze voor mij een gedicht konden voorlezen uit het nieuwe verzamelde werk van Herman de Coninck. Natuurlijk slaan de meeste mensen dat af. Je ben een vervelende mug. Dat begrijp ik. Maar ik schrok hoe weinig van de gezwichte slachtoffers interesse tonen in poëzie en ik durf je niet te vertellen hoe weinig van hen Herman de Coninck kennen.
Na zo’n namiddag voel ik mij betrekkelijk eenzaam. Ik denk er dan even aan poëzie op mijn nachttafeltje te laten liggen en naar een communicatiefunctie in een bedrijf te gaan solliciteren. Maar gelukkig ben ik nog jong en naïef. Ik geloof echt dat poëzie, als ze tenminste goed wordt gebracht, een groter publiek kan bereiken.

Ik zag je ooit eens optreden. Tijdens het voorlezen van je gedichten kleurde je het ene moment je neus rood met een stift, zette je het andere moment een gekke bril op en vroeg je meerdere keren om inspraak van het publiek. Hoe belangrijk is performance voor je?
Ontzettend belangrijk. De meeste poëzievoorstellingen die ik zag in Vlaanderen, vond ik verschrikkelijk slaapverwekkend. Een dichter die voor een parochiaal aandoende pupiter staat te zwijmelen in zijn eigen poëzie, daar kan ik echt niet tegen. In Vlaanderen worden dichters nog altijd als heilig gezien: vooral wazig. In Nederland worden heuse poetry slams georganiseerd, waarbij de meeste dichters al rappend gedichten afratelen. Ik kan mij voorstellen dat het metrisch murmelen van woorden ontspannend is voor de murmelaar zelf. Maar dan denk ik: doe dat op een matje in je slaapkamer, tijdens de yogales of een andere coming-to-yourself-les, maar niet op een podium. Ik heb daar, als toeschouwer, totaal geen boodschap aan.
Het is niet gemakkelijk natuurlijk. Poëzie voordragen is en blijft een onmogelijkheid. Vanuit die wetenschap vertrek ik. Poëzie heeft voor het medium papier gekozen en alles wat daarvan afwijkt, is risicovol. Maar net dat risico wil ik opzoeken, opspannen, uitrekken. Ik wil poëzie en podium laten rijmen.

Hoeveel Maud zit er in je gedichten?
Heel veel. Ik kan heel moeilijk een gedicht in opdracht schrijven, over een vooraf bepaald thema. Een gedicht begint altijd bij mij. Dat betekent niet dat de inhoud van de gedichten rechtstreeks op mijn persoonlijk leven te projecteren is. Ik wil  in mijn gedichten verder gaan dan in mijn leven.
Ik voel mezelf nog heel jong in het vak en ben volop zoekende. Mijn meest recente gedichten dragen een heel andere stijl in zich dan mijn gedichten van vorig jaar. Ze worden alsmaar meer taal. Ik weet zelf niet waar het naartoe gaat. Ik heb er voor gekozen om de publicatiedatum van mijn eerste bundel uit te stellen. Ik kan nu nog geen punt zetten. Mijn gedichten staan nog te dicht bij mij. Ik heb nog niet de kans gehad ze te ontmoeten.

Dat jonge mensen hun weg naar uitgevers vinden, is voor Meander geen verrassing meer. De meeste talenten die we hier te gast hadden, deden dat wel op een andere manier dan jij. Ze groeiden via tijdschriften, wedstrijden of optredens. Jij lijkt out of the blue te debuteren bij Querido. Hoe komt dat?
Het is niet zo dat ik out of the blue debuteer. Ik ben al heel lang met taal bezig. Ik kan mij niet herinneren wanneer het begonnen is. Het lijkt wel nooit begonnen te zijn. Maar het is waar. Ik heb mij nooit geprofileerd in het literaire circuit. Mijn wit blad is altijd het podium geweest. Het is pas sinds een paar jaar dat ik mijn teksten ook uit handen durf te geven. Vorig jaar ben ik afgestudeerd aan de opleiding Woordkunst. Als masterproduct heb ik een dichtbundeltje gemaakt, onder de vleugels van Bart Moeyaert. Dat bundeltje heb ik verstuurd naar een paar uitgeverijen en ik was heel verrast dat vier van hen het wilden uitgeven. Ik heb, na lang overwegen, gekozen voor Querido.
Ik denk erover om de publicatie te laten samengaan met een theatervoorstelling. Ik weet nog niet hoe ik dat wil aanpakken. Ik heb het gevoel dat er geen brug bestaat tussen de literaire wereld en de theaterwereld. Dat ik dan maar mijn twee voeten in twee verschillende werelden moet plaatsen. Soms lijk ik te verglijden in een ongemakkelijke spagaat. Soms geeft mij dat – voeten stevig uit elkaar – extra draagkracht.

Zie ook www.maudvanhauwaert.be

Geplaatst in Interviews.