Gedichten

Maarten Embrechts

Hetzelfde

Jij en ik wij zijn onvolmaakter in elkaar
gezet dan onze vaders We denken dat
we hen herhalen en vechten ’s nachts

Zal ik het mannetje Zal jij het vrouwtje

Onder de lakens spuwen we hun ergste
zonden uit Steeds willen we van opzij
naar de geboorte van de wereld kijken

Lees verder

De handzame krukken van de poëzie

Maarten Embrechts (1946) is een poëtische laatbloeier. Niettemin ontpopt hij zich in een tempo dat de lente eer aan doet. Vorig jaar stonden zijn gedichten in De Brakke Hond, komend najaar verschijnen ze in Het Liegend Konijn. Nu is de beurt aan Meander.

Lees verder

Daniël Dee – Monsterproof

‘Televisiereclames, alcohol, de dood, de liefde: als thema’s voor poëzie zijn ze volledig uitgekauwd en onuitputtelijk tegelijkertijd. Er is een dichter van formaat nodig om over deze onderwerpen nog iets origineels op papier te zetten. Daniël Dee (1975) is zo’n dichter’, stelt Bouke Vlierhuis vast en hij levert er in zijn recensie vervolgens de argumenten bij.

Lees verder

Schrijven: een heilig en heerlijk moeten

‘Leuk, leuk, dat is zo’n woord’, antwoordt Carla Boogaards op de vraag wat er leuk is aan het geven van schrijflessen. ‘Ik hou van lesgeven, kennis doorgeven. Ik ben een beroepsgek. Streng, dat ook. Talent kan ik mijn studenten niet geven, ik kan wel helpen het talent te ontwikkelen. Dat ze teleurgesteld zijn als het niet in één keer lukt, dat snap ik niet. Echt, ik snap niets van dat bozige en verongelijkte.’

Lees verder

Gedichten


Carla Bogaards

Schon wieder ist von meiner Zeit ein Lebensjahr dahin *

De tijd van een minnaar zo jong dat hij van een beetje coke al in mijn bed plaste,
zocht ik jaar op jaar naar het vuurwerk van de Chinese families,
er een camee in mijn ogen werd geprojecteerd
vanaf de straathoeken die ik op mijn zoektocht overstak,

er joegen Wedgewood blauwe sneeuwstormen door de lege bossen van onze verjaarskalender,
backstage dronken we whisky en champagne, we rookten filtersigaretten,
gulzigaards dat waren we, ik ook, maar ons lichaam deelden we,
Jezus volgend; neem dit brood dit is mijn lichaam, drink deze beker wijn, mijn bloed,

ik verdien meer dan de herinnering aan ontwaken met samengeklonterde mascara op mijn wimpers,
koortsig rode oorschelpen, de beeldschone jongen die mijn bed natmaakte,

de steen viel uit mijn ring, maar ik droeg de camee,
roze als mijn slaapwangen, totdat ik het vuurwerk van de Chinese familie op het spoor kwam.

* cantate van Bach

Lees verder