Edith de Gilde – Vleugels van cement

In Vleugels van cement toont Edith de Gilde een grote beheersing van haar materiaal. Taal is dienstbaar, maar wordt nooit ondergeschikt. De Gilde heeft het talent haar gedichten als volkomen vanzelfsprekend te laten overkomen. Zij is nooit cynisch of bitter of zelfs maar onverschillig, al brengt haar nuchterheid wel een zekere distantie mee die aan een haast klassieke gemoedsrust doet denken.
Joop Leibbrand stelt vast: een rijke en wijze bundel.

Lees verder

Gedichten

Gëzim Hajdari

Ik droom vaak van een terugkeer naar de heuvel met judasbomen
en van een leven naast je,
ook al zij het in armoede,
maar enkel naast je.
Het is jaren geleden dat ik gedwongen werd te vertrekken.
Wat doe je? Wat denk je? Zullen we ons redden in dit leven?
Het lot van een dichter is hard,
gisteren waren we voor de dictatuur een gevaar,
vandaag zijn we voor de vrijheid nutteloos.
Ach, als ik van een dorpsvrouw had gehouden,
had ik niet zoveel geleden in die gestorven steden,
waar ik mijzelf iedere seconde weer moet verdedigen.

Schrijf me, als je het gezang van de koekoek hebt gehoord
vanuit de bloeiende brem.

Lees verder

Albanië is voor mij poëzie

Een attente lezeres van Meander maakte ons onlangs attent op Gëzim Hajdari, een Albanese dichter die al twintig jaar in ballingschap in Italië woont. Sander de Vaan zocht contact met hem en spr@k met hem over taal als vaderland, vervloekte bergen, woorden als stenen en nog veel meer.

Lees verder

Liesbeth Lagemaat – Het uur van de pad

Soms zijn er van die bundels die je om uiteenlopende redenen tot wanhoop drijven. Meestal is de inhoud de reden. Poëtische gedachten maken nog geen poëtische gedichten. In het geval van Het uur van de pad van Liesbeth Lagemaat is dit zeker niet het geval. De bundel is te overladen. Na een tijdje gaat het associatieve haasje-over zichzelf voor de voeten lopen.

Lees verder