Philip Hoorne – Het is fijn om van pluche te zijn

De gedichten in Het is fijn om van pluche te zijn van Philip Hoorne zijn volgens Yves Joris zo ‘light’ dat hij ze soufflégedichten durft te noemen. Licht verteerbaar, maar je hebt dadelijk weer honger. Hem bekruipt bij dit ‘New age stoofvlees’ voortdurend het gevoel ‘dat kan ik ook’. Een recensent op de culinaire toer.

Lees verder

Jan Emmens – Overkomst dringend gewenst

Bert van Weenen stelt bij zijn lectuur van Overkomst dringend gewenst, de door Wim Brands samengestelde bloemlezing uit de gedichten van Jan Emmens, de vraag wat deze poëzie zo indringend maakt, dat je er hoe dan ook mee rond blijft lopen. Volgens Brands had Elly de Waard misschien het antwoord: “Jan was een briljante man, hij wist ongelooflijk veel maar dacht tegelijkertijd dat het allemaal niet waar was, dat hij ontmaskerd zou worden. Ik overdrijf niet als ik zeg dat hij afgrondelijke tegenstellingen in zich herbergde.”

Lees verder

Albert Hagenaars – Bloedkrans

In Bloedkrans profileert Albert Hagenaars zich nadrukkelijk als een reiziger, en wel in dubbel opzicht. Enerzijds is hij de levensreiziger die verslag doet van het eigen leven, beginnend bij de geboorte en eindigend bij het bereiken van wat als zijn bestemming kan worden beschouwd. Anderzijds is hij de wereldreiziger, die inmiddels een vast adres in Indonesië heeft en door de beide Amerika’s, het Midden-Oosten en Azië trekt. De reislust en bijbehorende onderdompeling in de diversiteit van andere culturen komt volop in Bloedkrans tot uiting.

Lees verder

Alida Winter

Alida Winter, pseudoniem van Masja Kooiman (Dordrecht, 1971), studeerde literatuurwetenschap en is vanaf het begin van de jaren negentig actief op verschillende poëziepodia. Ze maakte deel uit van een voorleestheater dat eigen werk voordroeg in Tilburg, Amsterdam en Nijmegen. Ze was te horen tijdens de Nacht van het Boek, Paradox en het Dub-festival in Tilburg.

Lees verder

Gedichten

Alida Winter

Tegentonen

Draak op je rug doezel je in
een eiland van kruid. Walrussen
doen kunsten met een krukje.
Jij droomt niet op of om.

Je zoemt en ik zit naast je.
Ik lees een boek
over meisje in tableau vivant,
een man met camelia.

Duif komt dichterbij.
Draak knipoogt.
Ik lees. Jij geeuwt.
Straks vertrekt onze trein.

Lees verder