Aan het woord: Moniek Spaans (1961)

Moniek Spaans “Van origine ben ik beeldend kunstenaar. Taal heeft echter altijd een grote rol in mijn beeldende werk gespeeld. Objecten die ik maakte droegen verhalende titels zoals ‘Toevluchtstoren van Lapje en Soucha Twinings’.
Uiteindelijk ontstond uit deze kruisbestuiving van woord en beeld Het in vergetelheid geraakte koninkrijk van Pablo Swentibold, een kleurrijk uitgegeven boek waarin mijn prozaschetsen samengebracht werden met mijn beelden, collages met tekeningen en foto’s. (Uitgeverij Em. Querido bv. 2002)
In 2008 verscheen Hazenpad of de kunst van het verdwijnen, met gefiguurzaagde illustraties, ook bij Em. Querido bv.
Het spel met taal dat ik in mijn proza speel, kan ik in mijn poëzie nog veel beter, uitgebreider toepassen. Woorden doormidden knippen, andersom weer aan elkaar plakken, verbuigen, zinnebeelden schetsen, het voorstellingsvermogen kietelen. De taal ontginnen, comprimeren, mij er in wentelen en haar aanwenden als klei, als materiaal. Onlangs werd mijn poëzie gekenschetst als woordwellust. En dat is wat poëzie voor mij betekent, mij vrijelijk associërend kunnen vergrijpen aan taal en daarmee een beeld, een sfeer, een gedachte, een wereld oproepen.
Ik ben een woordwellusteling.”

Geplaatst in Interviews en getagd met .