Ik snapte precies hoe de kip zich voelde

Kate Schlingemann schrijft prentenboeken, dierenverhalen, jeugdgedichten en apps. Aan Meander vertelt ze dat ze haar woorden wikt en weegt en verklapt een nieuwtje.

Kate SchlingemannWat doe je in het dagelijks leven?
Naast het schrijven en illustreren, en wat daar uit voortvloeit: scholenbezoek, poëzieworkshops, werk ik als gezinsondersteuner bij mensen met een lichte verstandelijke beperking. Ook ben ik decoratieschilder in ons decorbouwbedrijf.

Wat betekent poëzie voor je?
Het ontdekken van de zeggingskracht van taal, en hoe taal alles omvat, in woord en in beeld. Een gedicht is een soort vraag: wat staat er, welke betekenis heeft dit woord of deze zin, deze vorm, juist hier, juist zo. Wat roept het geheel op? Steeds woorden wegen, opnieuw lezen en luisteren, bewust kiezen van woord, plaats en vorm. Of alles dan klopt met wat ik wil zeggen en of ik zó heb geschreven dat het loskomt van mij als dichter, dat het door de lezer herkend wordt als iets wat al in hem woonde, of hem een nieuw inzicht verschaft.

Waar heb je opgetreden?
Zo’n vijf keer per jaar treed ik op. Onder andere bij Haarlemse Dichtlijn, Dichter op de Deel in Exmorra, Kunstroute Paradepaadje Boazum (aug.2014), Alkmaarse Dichterskring, Sneeker Gedichtenavond, Poëzie in ‘t Heerenlogement in Harlingen, De Bres in Leeuwarden, Café Marleen in Groningen, bij boekhandels en boekenfeesten. Bij Dichters in de Prinsentuin in Groningen.
De optredens bieden een platform voor de jeugdpoëzie. Er wordt niet veel jeugdpoëzie gepubliceerd, veel ‘podia’ vallen weg, dus waar ik kan, zal ik jeugdgedichten voorlezen. Ik merk dat het publiek vaak blij verrast reageert. Misschien ervaart men jeugdgedichten als een meer toegankelijke vorm van poëzie. Of men herkent zich sneller in het onderwerp, terugdenkend aan de eigen jeugd.

Je ingezonden gedicht heb je later herschreven. Herschrijf je vaak gedichten?
Ik blijf werken aan gedichten tot ik denk dat er staat wat er moet staan. Soms gaat het in een keer goed, maar dat komt zelden voor. Of het is een aforisme dat ik dan toch weer uitwerk tot gedicht. Daarna is het schaven, schrappen, schuren, opbouwen, sleutelen, in een vorm gieten. Eerste versies bespreek ik in mijn Dichtersgroep.


Illustratie van Kate Schlingemann

Hoe lang ben je al met poëzie bezig?
Met jeugdpoëzie ben ik al veel langer bezig dan met gedichten voor volwassenen. Het heeft jaren geduurd voordat ik het aandurfde om een grote-mensengedicht op te sturen naar een wedstrijd of een poëzietijdschrift. Dat gebeurde voor het eerst in 2010. Het gedicht won een prijs en werd gepubliceerd. Daarna volgden meer publicaties (o.a. Gids, Turing Top 100-bundels, Dighter, Krakatau, diverse bloemlezingen, Poëziekalender, SlA|Avier).
Toen Querido in Querido’s Poëziespektakel 4 ‘Vijf draken verslagen’ twee jeugdgedichten van mij opnam, ben ik vooral doorgegaan met het schrijven van jeugdpoëzie. Het jaar daarop zijn vier jeugdgedichten opgenomen in QP5 ‘Er zit een feest in mij’ en stond mijn naam op de omslag. Een van die gedichten komt in een taalboek voor de basisschool. Ik ben jeugdgedichten gaan schrijven omdat ik wilde weten of ik de taal nog kende en de manier van kijken beschikbaar had, die kinderen gebruiken om hun gedachten en waarnemingen te verwoorden.
Ik wist, door het gedicht ‘Zwartbessie’ van Annie M.G. Schmidt, dat moeilijke woorden goed kunnen in teksten voor kinderen, mits de context helder is. In het genoemde gedicht lijdt de kip aan een depressie. Als kind van acht kende ik dat woord niet, maar ik snapte precies hoe de kip zich voelde.
De eerste jeugdgedichten schreef ik bij eigen illustraties: Project Poëzie-in-Plaatjes. De serie van veertig gedichten in schilderijen, toen voor het thema Dieren (De Leeuw is Los) van de kinderboekenweek, werd een groot succes; alle PPiP’s hingen in de etalage van uitgeverij Luister en waren later in verschillende bibliotheken te zien. Nu zijn ze als prints bij Werk aan de Muur.
Jeugdgedichten zijn meestal korte teksten, net als prentenboekteksten; binnen die beperkte ruimte moet elk woord staan waar het hoort te staan en precies gekozen zijn. Ik schrijf soms gedichten als oefening in formuleren. Soms lukt het, soms niet. Soms helpt het om met kinderen samen te schrijven, samen buiten de lijntjes te kleuren, om er dan achter te komen hoe één uitgelicht moment in een reeks gebeurtenissen een heel verhaal vertelt.

Vertel eens iets over het illustreren?
Het illustreren van een prentenboek is heel anders. Daar vertelt de illustrator in beelden een verhaal, dat anders kan zijn dan het verhaal in woorden. De illustraties voegen iets toe en woorden en beelden samen verheffen elkaar. Zo illustreren is een vak apart. Bij het schrijven van een prentenboekverhaal laat ik veel aan de verbeelding over van de illustrator. Bij het schrijven van gedichten laat ik die verbeelding over aan de lezer.
Tot slot een nieuwtje: In 2015 wordt mijn debuutbundel met jeugdpoëzie uitgegeven door uitgeverij Xanten te Utrecht.

Geplaatst in Interviews en getagd met .