Gedichten

Maarten Buser
Winnaar Bellum Poetica, de jaarlijkse poetry slam georganiseerd door studievereniging Awater

Beatrijs

Nu en mach minen lichame
Niet langher in dabijt gheduren

Ze hield meer van me dan ik
me voor kon stellen, dus nam ik,
terwijl ze nog sliep, de eerste bus

nadat ik hem mijn sleutel heb gegeven,
zodat hij bij haar in bed kon kruipen
Hij heeft mijn toestemming voor onder meer

lepeltje-lepeltje, maar hij weet dat ik,
jaren en studieboeken later,
aan z’n bed zal staan en hem weer af zal tikken

Marloes Robijn
Winnaar Leeuwarder Poetry Slam

Muren vallen niet

Het gaat er om de muren te behangen, dode dieren op te rapen
langs de weg. Naar beneden kijken als je wandelt, meenemen

wat je ziet. Hier zie je de opa omgeven door kasten

(vol mappen met brieven met stempels. Suikerzakjes (het liefst van
familiehotels), een kangoeroestaart, botten van terpen, onverwachte
stenen, een bericht van een koningin, noodzakelijke boeken meer
knipsels dan bladzij, hompjes van overblijfsels, opgedirkte vlinders)

en hier de oma

Het gaat er om de muren te wijden aan jaargangen
op planken, zelf zijn ze glad ontoegankelijk

neem er nooit te veel in huis

Het gaat er om de hoeken te vullen met stoelen
een voor de oma en een om uit op te veren

De vinger te leggen op voorwerpen, tegenlicht zoeken
voor wat je ziet. Misschien houdt alles alsnog

met elkaar verband

Hier zie je de oma in haar stoel. Na de val
kwam de kringloop voor wat kasten

Het gaat er om de afmetingen te behouden
niet te wijken voor de muren

Luuk Wojcik
Winnaar Gelderse Kampioenschappen Poetry Slam

OP EEN PLEIN

Dit is hoe een auto langzaam voorbij rijdt met
zoekende ogen achter de ruiten: dreigend, ’s avonds.
Een plastic zak is een autoraam.

Er staan bomen meer dan bankjes.
Er is altijd wel wat.

Hier loop je alsof je ieder moment een traptrede tegen kunt komen.
In een razend tempo groeien de stenen.
In een situatie vlakbij een casino schreeuwen mannen naar moeders.

Azuurblauwe neonletters van het hotel verlichten het gezicht
van het minderjarige meisje in de nachtwinkel.

Op de achterliggende weg zoeft een brommer voorbij.
Ik steek mijn arm uit, en maak van mijn hand een pistool, volg hem ermee.
Ik heb niets in mijn lichaam wat op kogels lijkt.

Roel Weerheijm
Gedeeld winnaar Pictura’s Poetryclash in Dordrecht

as is de opgerookte sigaret
as is je ontkleden voor het slapengaan
as is koffiedik
as is koffiedik littekens in mokken op een lege keukentafel
as is koffiedik of het oog boven de piramide?
as is vulkanen die barsten, roken, spuwen

vulkanen die slapen met hun oog dreigend geopend
as is de vrucht van de helling van de vulkaan

en de vrucht die aan de boom lachend lente hangt te zijn
as is het boek dat in brand staat
maar niet wordt verteerd door de vlammen

as is de jongen die op het eind van het etmaal
met een telescoop naar de maan kijkt
en de maan vermomd als man zonder lijf
die naar de jongen terugkijkt

de jongen had die avond gelezen over
exploderende sterren in gasnevels waar nieuwe
planeten manen en soms ook jongens met telescopen
uit ontstaan

Geplaatst in Gedichten en getagd met .