Het eenvoudige grenst vaak aan het absurde

A.P. E. Veraar (1985) won in 2013 het Hendrik de Vries-stipendium en debuteerde op 13 december 2014 met de dichtbundel Zinkgaten bij uitgeverij Passage. Het eerste exemplaar van de bundel kreeg ze uitgereikt door wethouder Paul de Rook tijdens het cultureel festival Wildvang in het CBK te Groningen. Ze is columnist bij Glasnost, een lokaal radioprogramma en magazine.
Op een zonnige ochtend in winter 2014 ontmoet ik Leonie (A.P.E) Veraar in het lichte koffiecafé Doppio aan de Brugstraat in hartje Groningen. Vlak voordat de dichteres op retraite gaat naar Engeland heeft ze tijd om onder het genot van een cappuccino een aantal vragen te beantwoorden.

A.P.E. VeraarHoe kwam je op het idee om voor het Hendrik de Vries-stipendium in te zenden?
Als kind was ik dol op boeken en vanaf het moment dat ik een pen in mijn hand kon houden schreef ik veel. Ik droomde van een boek met mijn naam erop. Op mijn achttiende ging ik studeren in Groningen en ben ik begonnen met artikelen schrijven voor de Universiteitskrant (UK). Als vanzelf kwamen er steeds meer opdrachtgevers bij. Na mijn studie Nederlands was het een logische stap om als freelance tekstschrijver aan de slag te gaan.

Daarnaast bleef ik verhalen schrijven, maar voelde niet de behoefte daarmee naar buiten te treden. Maar na tien jaar schrijven als volwassene vond ik het wel eens tijd worden om iets te publiceren. Inmiddels was ik klaar met mijn studie Nederlands en zat ik in het derde jaar van de Schrijversvakschool in Groningen. Op de Schrijversvakschool krijg je les in verschillende vakken, zoals toneel, scenario, essay, proza en poëzie. In het begin had ik een grondige hekel aan poëzie. Dat is geloof ik, zoiets als vloeken in de kerk. Ik vond poëzie soms overdreven en onbegrijpelijk en had het gevoel op een dichtavond een buitenstaander te zijn.

Nu is dat anders, ik doe niet meer mijn best om elk woord te begrijpen als ik een dichter hoor of lees.
Het schrijven van gedichten bleek goed te passen bij mijn schrijfstijl en deze manier van schrijven gaf me – onverwacht – de ruimte om te experimenteren. Ik mocht een keer komen optreden op een cultureel festival en werd opgemerkt door de organisatoren van Dichters in de Prinsentuin. Zo kwam van het een het ander. Nu treed ik regelmatig op en heb ik een aantal keer een eigen voorstelling mogen maken. 

Het Hendrik de Vries-stipendium bood een mooie kans om mijn – niet eerder gepubliceerde werk- te bundelen. Mijn eerste dichtbundel heet Zinkgaten en is gepubliceerd bij uitgeverij Passage. Ik won vaker prijzen, zelfs mijn rijbewijs heb ik gewonnen door columns voor de ANWB te schrijven. Voor de bundel heb ik een keuze gemaakt uit bestaand werk. Ik ben daarin begeleid door Tonnus Oosterhof en een redacteur bij de uitgever.

Wat is het thema van de bundel Zinkgaten?
We ervaren allerlei dingen als zekerheden en zo ook de grond onder je voeten en het perspectief van waaruit je kijkt. Maar het bestaan van zinkgaten wijst er op dat je zomaar meegesleurd kan worden in 50 meter diepte. De orde die we waarnemen in de meest normale dingen wordt voortdurend ondermijnd door chaos en dat geldt eigenlijk voor alle zekerheden. Het eenvoudige grenst vaak aan het absurde. Ik vertel van het surrealisme in het reële en de dreiging van uiteenvallen. Absurdisme ligt ook in mijn poëzie dichtbij eenvoud.

Ik had nooit gehoord van zinkgaten
maar het blijken gaten in de grond te zijn
die plotseling ontstaan
en waarin je zomaar kunt verdwijnen

De vreselijkste dingen
die ik als kind geloofde
blijken waar te zijn

uit : Zinkgaten, A. P. E. Veraar, Uitgeverij Passage, Groningen, 2014

Hoe komen je gedichten tot stand?
Dichten is voor mij een groot experiment. Vaak begint het met een sterke zin, die zomaar in mijn hoofd opkomt, die ene zin voelt aan als de cijfers die je al hebt bij een Sudoku. De rest kan logischerwijs worden ingevuld, mathematisch bijna. Het moet kloppen, zowel qua inhoud als qua gevoel en ritme. Als ik tevreden kan kijken naar een gedicht is het klaar. Dat klinkt simpel, maar ik ben vaak ontzettend lang aan het priegelen, dat maakt het zo leuk.

Je bundel bestaat uit dertig gedichten. Hoe lang heb je eraan gewerkt?
De gedichten zijn onderverdeeld in vijf afdelingen met titels als Hier is alles goed en Stockholmsyndroom. Ik schrijf nu drie jaar gedichten, dat is ook de tijd dat ik aan de bundel heb gewerkt.

Je schrijft ook proza en een blog en columns, waar allemaal?
Mijn fictieve werk schrijf ik meestal niet in opdracht. In mijn hoofd ontstaan verhalen en ik vind het zonde om ze daar te laten zitten. Ik ben nu wel de vaste columnist van Glasnost, een magazine en lokaal radioprogramma over kunst en wetenschap.

Heb je een baan?
Ik werk parttime als administratief medewerker, een eenvoudige functie die goed te combineren is met mijn schrijfwerk. Eerder schreef ik als freelance tekstschrijver voor allerlei bedrijven en organisaties, maar dat bleek niet te combineren met mijn autonome werk en daar ligt mijn prioriteit. Ik word erg droevig als ik lange tijd niet schrijf, dan lijkt het net alsof het leven niet zoveel zin heeft. Als ik dood zou gaan zou ik liever een boek achterlaten dan alleen maar hebben gewerkt aan een carrière. Om die reden heb ik de commerciële schrijfklussen nu even op een laag pitje gezet.

Wat zijn je schrijfplannen voor de toekomst en ben je al ergens mee bezig?
De ideeën buitelen momenteel over elkaar heen. Ik heb al eens eerder een toneelstuk geschreven dat ook is opgevoerd. Het was een monoloog van een half uur. Het was zo magisch om zelf in die zaal te zitten en mijn eigen woorden te horen uit de mond van een acteur. Ik zou nog eens iets voor het toneel willen schrijven. Daarnaast heb ik al een aantal jaren een idee voor een kinderboek, nu ik zelf binnenkort moeder word, begint dat idee mijn aandacht te vragen.
Ook wil ik graag korte verhalen blijven schrijven. Het schrijven van korte verhalen ligt dichtbij poëzie en inspiratie voor poëzie doe ik eerder op door verhalen te lezen dan door andere poëzie te lezen. Ik lees bijvoorbeeld Julio Cortázar, Esther Gerritsen, Lydia Davis. En natuurlijk blijf ik dichten, ik zou graag nog eens Stadsdichter zijn van de stad Groningen, wie weet is het komend jaar al zover.

Lees verder op haar vernieuwde website: www.leonieveraar.nl

Geplaatst in Interviews en getagd met .