Knutselen met kleuren in elke zin

De Antwerpse dichteres Ingrid Strobbe (1962) stuurde ons drie intrigerende gedichten. In de jaren ’90 bracht ze in eigen beheer drie bundels uit, Aan kersen hangen 1&2 en Witte Snibbe. Ze publiceerde in tijdschriften als Kluger Hans en Gierik & NVT  en was laureaat voor de Kronkelprijs 2015. Ze trad op in de Vooruit, Gent op de Vlaamse Hersteldagen en won de tweede prijs met het gedicht ‘Samen’.

Vind je het niet jammer dat je de Kronkelprijs 2015 niet hebt gewonnen?
Nee hoor! Een laureaat is sowieso een beetje een winnaar en zo heb ik me ook gevoeld die dag. Jan Delvaux verraste mij op de Hersteldag met een foto bij het gedicht Arthur. Ik vond het heerlijk mijn gedichten voor te lezen.

Je schrijft in de begeleidende tekst bij je ingezonden gedichten dat je gered bent door het woord. Zou je dat nader kunnen toelichten?
‘In den beginne was het woord’…voor mij is dat een kernspreuk van grote betekenis. Vroeger zat ik opgesloten in het onzegbare, ik voelde me vrijer worden door het leren benoemen van gevoelens van allerlei aard. Het woord heeft mij en misschien wel alle mensen gered, tenminste als we woorden correct gebruiken. Laat het woord verdwijnen, dan volgt er iets dat primitief is. Voor mij is dat primitieve te weinig genuanceerd, te onduidelijk. Ik ben gered door het woord en vond zo woordspel (poëzie) in mezelf en anderen. Laat ons samen spelen, lezen, en knutselen met kleuren in elke zin.

Wat doe je in het dagelijks leven?
Ik probeer elke dag te genieten, al was het maar één uur. Ik heb veel activiteiten die ik graag beoefen, zoals recreatieve sport en het volgen van lessen Literaire Creatie. Beroepshalve ondersteun ik mensen in een kwetsbare situatie. Ik help hen met praktische zaken en intermenselijk contact bij het voortzetten van zelfstandig wonen. Ik ben vrijwilliger in een cultuurcentrum en bij BZN. Ik wil graag elke dag als een leerdag zien.

Heb je ook al gepubliceerd?
Ik publiceerde bij ‘de schaal van digther’ , ‘het gezeefde gedicht’ en lang geleden ook op Contrabas. Ik zie mezelf nog niet als een debutante zolang ik niets uitgeef bij een uitgeverij en mijn werk niet bij de boekhandel verkrijgbaar is.

Heb je voorbeelden en wat betekent poëzie voor je?
Ik geloof niet meer zo in ‘voorbeelden’ die aan mij voorafgaan, ik zoek wel naar een diepere versie van mijn eigen stem. Poëzie betekent voor mij een kippenvelmoment, een zucht van ‘ach, zo mooi gezegd’ en ‘hé, wat een rijke taalschat’ en zelf open zijn voor wat me te binnen schiet aan mooie zinnen of beeldtaal en woordcombinaties. Poëzie betekent voor mij een kunstvorm die al heel lang een prominente plaats krijgt in mijn dagen, weken, jaren. Op reis ga ik ook steeds op zoek naar dichters van dat land. Zo leerde ik in Polen en IJsland respectievelijk Szymborska en de bloemlezing Moordliederen (Moderne IJslandse Poëzie) kennen. In Wales las ik S.W. Rhydderch. De gedichten maken mijn vakantie compleet.

Een paar vragen over de bijbehorende gedichten.
Waarom heet het eerste gedicht Juliette? Verwijst het woord slaapzalen naar een ziekenhuis, een klooster of een weeshuis in het verleden?
Het gedicht draagt de naam van een vrouw voor wie ik heb gezorgd in een RVT. Een bejaarde en dementerende dame. Haar gedrag heeft op mij veel indruk gemaakt en ik probeer haar te vatten in het gedicht. Eigenlijk schrijf ik als mijn omgeving of de mensen daarin te verwarrend zijn of worden om het allemaal wat te ordenen.

In het tweede gedicht schrijf je over jagers?
De jagers zijn mensen die ergens jacht op maken: dieren, succes, geld, amusement. In dit gedicht zijn het ingebeelde jagers die in het hoofd van de angstig en verwarde man een rol spelen. Hij ziet zelfs ingebeelde belagers op de televisie en schraapt ze weg. Dit gedicht gaat over mensen met een psychiatrische problematiek, en over hoe moeilijk het voor hen is om zich ontspannen over te geven aan het leven.

Van de drie gedichten vind ik het derde gedicht het meest onduidelijk. Waarnaar verwijst de wolk in het gras bijvoorbeeld?
Het speelt zich af in een openluchtmuseum en het gaat over beelden schieten. De zoon, de moeder en ik als observator. De zoon schiet beelden met pijlen uit zijn boog, de moeder met haar Fuji en ik maak beelden met taal. Arthur schiet met een pijl naar een werk van een beeldend kunstenaar en naar de lucht. Beelden zijn voor sommigen lucht omdat ze niets doen met het gevoel of de gemoedstoestand van de kijker. De wolk is voor interpretatie vatbaar. De wolk staat voor iets dat naar beneden geschoten wordt en niemand verwondt of beschadigt. Neem een wolk weg en je lijdt geen verlies, leg een wolk in het gras en je kan er op gaan zitten. Ik denk niet dat ik iets moet dicteren over hoe mijn gedicht gelezen moet worden, want dan is de magie weg. Ik schrijf soms intuïtief en interpreteer pas later.

Hierboven schrijf je dat je knutselt met kleuren in elke zin. Schaaf je veel?
Ja, elk woord heeft als het ware een eigen kleur en een gedicht schrijven is kleuren naast elkaar leggen, bij elkaar doen passen, mengen. Ik schaaf niet altijd want soms is het meteen goed. Als ik te lang blijf schaven, is het beter het weg te werpen.

Wat zijn je toekomstplannen in de poëzie?
Vaste plannen heb ik niet maar de kans is groot dat ik een novelle schrijf waar gedichten in verwerkt worden. De novelle zal Tellen heten. Een novelle met een hoek af en een hoed op.

Geplaatst in Interviews.