Dagboek van een redacteur (3)

door Eric van Loo


De afgelopen maanden draaide de film Yesterday in de bioscopen. Het gegeven is even simpel als briljant. De matig getalenteerde Jack Malik probeert vergeefs door te breken als singer-songwriter. Tot hij na een busongeluk en een mysterieuze wereldwijde stroomstoring wakker wordt in een wereld waarin The Beatles nooit hebben bestaan, terwijl hij al hun hits nog uit z’n hoofd kent. Vervolgens maakt hij goede sier met ‘Yesterday’, ‘Let it be’, ‘Hey Jude’, noem maar op.

Hoe zou dit uitpakken in de literatuur? In de roman Herinnering komt de student Nederlands Thomas Witvoet er bij toeval achter, dat niemand ooit van Hendrik Marsman heeft gehoord. Tijdens een wandeling langs de Rijn bij Doorwerth mompelt hij voor zich uit: “Denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan…” “Dat klinkt goed,” zegt zijn vriendin, “dat moet je opschrijven!” Wanneer zelfs zijn docenten dit beroemde gedicht uit de Nederlandse literatuur niet blijken te kennen, besluit hij het in te zenden voor de Turing gedichtenwedstrijd. Het sneuvelt al in de tweede ronde: “Uw gedicht opent verdienstelijk, maar het komt ook wat oubollig en gedateerd over. Met woorden als ‘einder’ en ‘olmen’ lijkt u het landschap te willen romantiseren. Ook is mogelijk sprake van plagiaat. Uw inzending is schatplichtig aan ‘De binnenring van Holland’ van Gerrit Komrij, dat opent met de regels: ‘Denkend aan Holland / zie ik waardepapieren / snel door begerige / vingers gaan’. De overeenkomst van de door u gekozen rijmen met dit vers is zo consequent dat dit geen toeval kan zijn.”

Met zijn voordracht van ‘De grijsaard en de jongeling’ op het Open Podium in de bibliotheek van Amsterdam heeft hij evenmin succes. “Je wilt zeker groots en meeslepend rijmen, maar dan moet je nog iets meer je best doen!” begint de gastheer met het gebloemde overhemd het nagesprek op het podium. Het publiek komt niet meer bij van het lachen.

Waar ging het mis? Bestaan er dan geen klassieke gedichten, die de lezer generaties later nog in het hart kunnen treffen? In de laatste hoofdstukken van Herinnering wordt hier dieper op ingegaan: “Wat er miste aan de poëzie van Thomas Witvoet was de bevlogenheid. Het vechten voor elk woord, de voldoening wanneer een regel of rijm op zijn plek viel. Hij toverde zijn gedichten kant-en-klaar uit zijn hoge hoed. Op de een of andere manier konden de mensen die met ‘zijn’ gedichten geconfronteerd werden dit voelen.”

Wat miste was de geboorte van het gedicht. Een gedicht is meer dan het eindproduct, een gedicht ontstaat tijdens het schrijven. Dat is iets wat we in de Klassiekers tastbaar proberen te maken. In de afgelopen zomermaanden heb ik weer heel wat oude besprekingen op de website geplaatst. Het was een bijzondere ervaring, om de bijdragen van het eerste uur door mijn vingers te laten gaan. Soms betreft dit geslaagde technische analyses van een gedicht, waarbij de lezer wordt ingewijd in zaken als assonantie, alliteratie en personificatie. Maar mooier nog zijn die analyses, die zoeken naar wat het gedicht wil zeggen, zonder tot een eenduidig antwoord te komen. De bespreking loopt als het ware om het gedicht heen, klopt er hier en daar op, poetst wat aanslag weg en probeert de lezer zo deelgenoot te maken van verschillende gezichtspunten.

Overigens zult u in het overzicht van de Klassiekers vergeefs zoeken naar ‘Herinnering aan Holland’ en ‘De grijsaard en de jongeling’. Wel zijn er interessante analyses van ‘Paradise regained’, ‘De boot van Dionysos XVII’ en ‘De bruid’. Want Hendrik Marsman valt niet meer weg te denken uit de Nederlandse poëzie.

 

Eric van Loo

Geplaatst in column.