Die rare taal….

door Hans Franse

Men zegt dat Italianen, zeer oraal begaafd, als grote sprekers en improvisatoren, gemiddeld één boek per jaar lezen.  Bij de meeste mensen zie je dan ook, afgezien van wat medische literatuur, geen boeken in huis. Toen mijn vrouw op de piazza stralend vertelde dat haar 85-jaar oude moeder aan staar geopereerd was en weer kon lezen, zei een van de oudere dames die op de fontein zat: ‘Maar ze hoeft toch helemaal niet meer te lezen’. Veel van die oudere dames zijn nog steeds analfabeet. Er zijn echter ook mensen die van het boek houden om kennis te nemen van de inhoud en er plezier aan te beleven, maar ook om het boek als mooi papieren voorwerp, cultuurgoed van ongekende waarde.

Giuseppe B.is zo’n man. Hij was toevallig aanwezig was bij een soort niet-rituele boekvernietiging, waarbij een stapel boeken in de papierversnipperaar werd gegooid: een Engelsman was overleden en voor zijn kostelijke bibliotheek was geen belangstelling. Giuseppe B. was geschokt, mobiliseerde zijn vrienden en besloot een systeem op te zetten om oude boeken te redden: libri salvati. Ze werden verzameld, op één punt bij elkaar gebracht en daarna verdeeld onder de binnen een jaar tot stand gekomen, meer dan 40 thematische bibliotheekjes in Umbrië, de INTRA-bibliotheken. Er zijn nu in veel kleinere ‘paeses’ (dorpen en stadjes) kostbare en minder kostbare bibliotheken ontstaan, in lege schoollokalen, dorpshuizen, musea. Of ze veel gebruikt worden, weet ik niet, maar ze zijn er.
De thematische verdeling is wel aardig: alle reisboeken zijn ondergebracht in het museum van het dorp Cannara, waar een plaatselijke missionaris zijn collectie van etnografica en reisbeschrijvingen in een privémuseum onderbracht. In Brufa, waar zich een beeldenpark ontwikkelt zijn alle boeken te vinden over beeldhouwen, in Deruta alle boeken over keramiek; er is een pedagogische bibliotheek, een bibliotheek met vrouwenboeken en nog 35 andere. Plaatselijke comités zijn verantwoordelijk, sommige ontwikkelen zich tot plaatsen waar literatuur gepromoot wordt.

Eén probleem was dat er veel boeken overbleven van oude expats. De kennis van buitenlandse literatuur is niet erg groot, men kent, afgezien van de grote namen, vaak de inhoudelijke waarde van de boeken niet. Ook de kennis van de taal laat nog wel eens te wensen over, men kan moeilijk Nederlands van Duits onderscheiden. Daar vooral Engelsen en Duitsers gek zijn op Italië en vaak zeer zeldzame en kostbare boeken verzameld hebben, nu verouderd maar op zich van groot belang, zocht men ook daarvoor een plek. In mijn ‘paese’ Bettona is in de jaren ’70 van de vorige eeuw een soort Nederlandse woongemeenschap ontstaan waarin ook Engelsen en Duitsers woonden; men sprak over het ‘Villaggio degli Olandesi’. Nederlanders spreken Engels en/of Duits, dus het lag voor de hand dat alle internationale boeken naar Bettona kwamen.

Wij hebben in mijn dorp van 400 inwoners nu een uitpuilende bibliotheek met boeken in het Engels, Frans, Duits, Nederlands, Zweeds, Fins, Portugees, Spaans en Nieuw Grieks, plus in het Italiaans vertaalde boeken uit die talen. Daartussen vond ik een vertaald boek van Pieter van der Meer de Walcheren en een erg mooie vertaling van het ‘Dwaallicht’ van Elsschot. De Duitse collectie is qua literatuur de rijkste, de Engelse het meest uitgebreide, de Nederlandse bibliotheek is nogal ‘jaren 50’.
Te midden van de stapels zag ik een boek van Piter Terpstra: ‘De dei is forroun’ uit 1972. Ik uitte een kreet van verbazing die mijn Italiaanse vrienden nieuwsgierig maakte. Ik vertelde dat dit een boek in het Fries was. ’Een dialect?’ vroeg iemand. Ik legde uit dat het om een taal ging, ouder dan het Nederlands, die bij ons in het Noorden gesproken wordt en lijkt op de taal van de Angelen en Saksen.’Kun je het lezen?” vroeg Giuseppe B. Ik moest het ontkennen.

afbeelding Pixabay

 

Sinds die tijd krijgen we excursies naar de bibliotheek, ook de televisie is geweest, om naar ‘dat boek in die vreemde taal’ te kijken. Sta je tussen meesterwerken in de moderne Europese talen met literaten en laureaten en dan is er slechts belangstelling voor één boek. Ik heb maar een presentatie gemaakt over Friesland, de taal, het landschap, de mensen, die ik al vaak heb afgedraaid. Er is nauwelijks besef dat er zoiets als Nederlands bestaat, laat staan dat er een taal als Fries bestaat en nog dialecten ook. Wat moeten we dan met Stijn Streuvels, Guido Gezelle, Ede Staal, Haagse Harrie, Normaal, Rowwen Hèze, Nienke Laverman? Toch heb ik dan de kans om een taal en een literatuur die me dierbaar is te presenteren.
De dozen met boeken stapelen zich inmiddels op in het lokaal van ‘Pro Loco’, een soort plaatselijke belangenvereniging, afgestaan aan INTRA. Onlangs ging ik kijken; er was weer een ‘Duitse doos’ aangekomen met veel poëzie. Ik struikelde over stapels boeken. Vrijwilligers lijken de stroom niet aan te kunnen. De plaatselijke gemeentebibliotheek is daarentegen leeg, maar gesprekken ketsen af: het heeft met politiek te maken, met de felle tegenstelling tussen links en recht en het algemene gebrek aan leesinteresse. INTRA heeft geen plaats meer, wel boeken; de gemeentelijke bibliotheek heeft geen boeken maar wel veel plaats.

Ik heb trouwens ruzie met Giuseppe B. Hij presenteerde zijn boek, ‘Fiabe d’acqua, la sirenetta della laguna’, gecombineerd met ‘La cruna del lago’, een moeilijk uit te leggen woordspeling. Voor die presentatie had mijn vrouw twee prachtige marionetten gemaakt. Dat was goed, zei hij, maar het moest ook komisch zijn. Hij wist het, komische lachhumor: ik zou in een clownspak op moeten komen en wat in het Nederlands zeggen. Dat was leuk.
Ik heb me zelden zo beledigd gevoeld: alles waarin ik leef, droom, denk, schrijf, communiceer: komische humor in een rare taal.

Geplaatst in Column.