François Muir – Wachten op doortocht

Op weg zonder terugkeer; een obsessie

door Paul Roelofsen

François Muir (Ukkel,1955) schreef zowel gedichten als romans en toneelstukken, en hield zich bovendien nog bezig met de beeldende kunst. Mijn bespreking over deze uitzonderlijk smaakvol uitgegeven bundel, waarin ook ruimte is gemaakt voor zijn plastische werk -tekeningen in Chinese inkt en schetsen in waskrijt-, beperkt zich tot de poëzie, uit het Frans vertaald door Bart Vonck, die daarvoor meer dan lof verdient! (Ik kom hierop terug). Muir stierf in 1997 aan een hartstilstand.

De bloemlezing bestaat uit een zestal titelloze reeksen die vallen onder de verzamelnaam ‘Le mort des commencements’ (‘De dode van alle begin’), een paar daarvan losstaande cycli en niet eerder gepubliceerde gedichten.
De eerste reeks, ‘De veronderstelling van de spiegel’ bestaat uit korte teksten.
Hier de eerste drie achter elkaar:

De nog open
Wond van mijn ogen,
Witte gedachtenis van een doortocht
Zonder terugkeer.

Op de weg,
Zoals een schaduw,
Mijn uitgestorven stap,
Sprakeloze kreet
Bij het naderen
Van de woning.

In de nacht,
Op zoek naar die plek
Waar wachten zich opheft,
Het gezicht onbezet.

Opzichzelfstaande gedichten die op elkaar aansluiten; samen zouden zij ook een gedicht kunnen vormen waardoor ik de neiging heb almaar door te lezen; het zijn stuk voor stuk cliffhangertjes.
Om meerdere redenen boeit me deze poëzietaal. De compacte, brokkelige vorm, de mysterieuze zinsneden (‘Onder het masker / Brandt het gezicht, / En daarna, op deze uiterste dag, / Opeens het gevoel / Dat alles vertraagt, / Tot het verdwijnt.’) en de ruimte erin die oproept tot associatieve gedachten, ze spelen alle een rol.
Bart Vonck schrijft in zijn nawoord over Muir: ‘Hij is verbeten op zoek naar een poëzie die een dagelijks gevecht tegen het alledaagse is, naar een uitdrukkingsvorm die hem beschermt tegen een dreigend verval, tegen een ontbinding die hij overal aanwezig weet’.

In de laatste twee reeksen (‘De dode van alle begin’ en ‘Grondgebieden ongeweten’) krijgen de gedichten een langere adem en wordt de onderliggende dreiging versterkt door het herhaaldelijk terugkeren van geladen woorden als wond, prooi, doortocht, verzwijgen en uitval. Muir lijkt hierin een ingehouden strijd tegen de dood te voeren, het verzwijgen, en deze is zo intens dat ze er een huiveringwekkend karakter door krijgen.

(…)
Zich onttrekken aan de litanieën van de grote tocht,
Het idioom van de doortocht verzwijgen.

Ontblote borst,
Niets daagt op.
Het verzoek, de onverzettelijke zandvlakte.
De uitgestrektheid willen
.                         – ze grenst aan de puntige paal
.                         aan de materie van de ramp.

(…)

De val, voortdurend uitgesteld.
De winter van de minuscule harlekijnen.
Zelfs aan de veelvuldige veranderingen verzaken.
Het embleem van de sneeuw
Het landschap verzwijgen.

De vertaling. In mijn bespreking in 2018 van Trage nederlaag met volle zeilen van Henri Michaux gaf ik al hoog op van Bart Vonck als vertaler.
Ik doe dat zonder reserve nogmaals ten aanzien van deze door hem samengestelde bloemlezing. Uit zijn nawoord blijkt dat hij zich eerst uiterst grondig heeft verdiept in François Muir (waarvoor Vonk onder meer de moeder van de dichter raadpleegde) voordat hij begon aan het vertalen van de Franse tekst naar het Nederlands.
Niet alleen de zorgvuldig- en vindingrijkheid vallen op, ook het eigen(zinnige) en complexe taalgebruik van Muir blijft in de vertaling behouden. Opvallend is dat hij bepaalde woorden op verschillende wijzen vertaalt, het woord ‘commencements’ bijvoorbeeld wordt als ‘alle begin’ en als ‘momenten van begin’ vertaald al naar gelang de context.

Geen bundel om er even tussendoor te lezen, deze poëzie vraagt om openheid van geest, tijd en concentratie. Daar krijgt de lezer veel voor terug.

____

François Muir (2019). Wachten op doortocht. Bloemlezing uit zijn poëzie & plastisch werk, gekozen, vertaald en van een nawoord voorzien door Bart Vonck. Uitgeverij P, 160 blz. € 34,50. ISBN 9789492339690

Geplaatst in Recensies.