Rob de Vos-prijs 2019, eervolle vermeldingen (II)

De winnaars van de Rob de Vos-prijs 2019 zijn inmiddels bekend. Maar welke dichters werden er nog meer genomineerd?
De jury gaf onderstaande gedichten een eervolle vermelding.  Ook deze gedichten eindigden in de top 10.

 

Frank Van Den Houte (1960) woont in Grimbergen, provincie Vlaams-Brabant en is gradueerde in de godsdienstwetenschappen. Pas in 2018 begon hij poëzie te schrijven.  In 2019 publiceerde hij gedichten in Meander, Poëziekrant, Het Gezeefde Gedicht en in meerdere bloemlezingen. Hij won eerder poëziewedstrijden in Utrecht, Zaventem en Rotselaar.

foto P. Lievens

 

Costa Rica

toen we bij maanlicht onze fietsen stalden
zagen we wezens uit de branding komen
zij leken lage ganzen op vier poten
en waggelden onwennig naar een legplaats

met pingpongballen vulden zij de putten
zij trapten kuilen dicht, vertrokken zeewaarts
omdat het water riep – er kwamen mensen
die met hun ogen omeletten smulden

er was een roze dageraad geboren
toen we de dorpelingen hielpen graven
zij vroegen ons met zuinigheid te rapen
terwijl hun blikken naar de hemel wezen

want ook de kaalkopooievaar moet eten
hij is zo wijs niet heel het nest te roven
we zagen blinde schildpadjongen kruipen
naar waar de zee ze lokt, en aten karig

Jurycommentaar: 

Het verhaal van de zeeschildpadden en de bedreiging in hun voortbestaan wordt door de dichter op beeldende wijze neergezet. In de eerste twee strofes wordt de lezer op het  verkeerde been gezet. Het vergelijken van schilpadden met ganzen en eieren met pingpongballen plus –mensen die met hun ogen omeletten smulden– geeft aan dit gedicht een ludiek tintje. Maar in de laatste fijne zin –en aten karig-eindigt de dichter met een serieuze boodschap.

 

 

Ingeborg ten Hoopen (1958) woont in Zutphen en is al dertig jaar beeldend kunstenaar. Tevens houdt zij zich bezig met het schrijven van poëzie. In 2013 kwam onder het pseudoniem Elisa Breimer de dichtbundel  Stom Gedicht uit. Haar liefde voor taal maakt dat ze ook gedichten vorm geeft.

 

aan het licht

zonder jou is er geen onderscheid
geen dramatiek, geen helderheid noch diepte
zonder jou gloort er geen hoop aan mijn horizon
is er geen daadkrachtig opstaan
gehuld in koele lakens
zonder jou vindt het oog geen reden
om zich op wat dan ook te richten

maar oh, als jij door de kieren straalt of
onverdroten schittert op de golven,
verlegen afgelegen steegjes uit half duister tilt
en het overstraalde asfalt doet beven in verzonnen water

als jij een schuchtere boom zijn grootse schaduw geeft en
ingetogen gordijnen doet blozen in het laatste uur,
of een bevroren veenmeer grondig zilver kleurt
en in het blauwe uur een rilling jaagt over de vlakten
of wat dichtbij is in de verte plaatst

ja, dán voel ik mij aangeraakt
door licht dat komt en gaat
en mij nooit onbewogen laat

Jurycommentaar: 

Lofzang op het licht. De dichter gebruikt personificatie om het abstracte  begrip -licht-concreet en invoelbaar te maken. Er wordt er een beeld geschetst hoe de dichter zich voelt in afwezigheid van licht. Wat dit gedicht sterk maakt zijn de regels waarin de dichter door het licht wordt aangeraakt. Zoals –verlegen afgelegen steegjes uit half duister tilt– En –ingetogen gordijnen doet blozen in het laatste uur- . Mooie beeldende zinnen.

 

 

Gino Dekeyzer (1967) Assenbroek, België schreef al op jonge leeftijd ‘feelgood’ gedichten. Hij volgde in 2014 de driejarige opleiding Literaire Creatie en zijn gedichten kregen een modern randje. In de afgelopen jaren vielen zijn gedichten vaak in de prijzen.  In 2019 won hij de 4e prijs van de poëziewedstrijd CC Boontje.
Gino Dekeyzer is in het dagelijkse leven chauffeur voor minder mobiele mensen.

 

Derderangshotel

schaars belicht in kamer twaalf
leg je je mond in mijn woorden
wakkert me vuurrood aan
tussen verse lakens vallen we in elkaars plooien
breken broze beloftes
in de zachte morgen onder stromend water
spreken we af geen vrienden te worden

het ochtendgloren dekt me minzaam toe
op weg naar huis groeit het verzet
van een koortsige zwerver
bang van de vuile was
bang van schone kleren
een middenweg kan ik niet bedenken

thuis wacht een vrouw
verzoend met het onbehagen
er staat brood en beleg op tafel
niemand die het zwijgen openbreekt
de onbevlekte lakens hangen rozig
in een woelige wind te drogen
hier eindigt de zomer

 

Jurycommentaar:

Het zijn zinnen als -onder stromend water spreken we af geen vrienden te worden- en op weg naar huis groeit het verzet- die vragen oproepen en prikkelen. In de titel zit verborgen hoe er in het algemeen over overspel wordt gedacht – als derderangs. Maar na het lezen van het gedicht blijft een veel genuanceerder beeld achter. En dat zet tot nadenken.

Geplaatst in Gedichten.