Klassieker 237: Jules Deelder – Spartaans gedicht

door Eric van Loo

Meander Klassieker 237

In Rotterdam is het ‘Spartaans gedicht’ van Jules Deelder al lang een Klassieker. Na zijn plotselinge dood, vlak voor Kerstmis, werden her en der regels uit het gedicht aangehaald. Dat maakte Eric van Loo nieuwsgierig naar het gehele gedicht. Het bespreken van dit gedicht leek hem een mooie manier om de nachtburgemeester nog een keer in het zonnetje te zetten.

SPARTAANS GEDICHT

(voor Jan)

Vroeger of later
ga je dood
Dat staat als een paal
boven water
Zo oud als Sparta
word je nooit

En als je gaat
is het je tijd geweest
Dat is een ding
dat zeker is

Zo niet
ofter een hemel is
maar álster een is
dan zal je zien
dat de Hemelpoort – o!
brok in ons keel –
verdacht veel weg heeft
van het Kasteel


Jules Deelder (1944 – 2019)

Uit: Lijf- en andere gedichten (1991)
Uitgever: De Bezige Bij

Is dit een gedicht wel een Klassieker? Volgens voetballiefhebbers waarschijnlijk niet, want die denken bij de klassieker aan Ajax – Feyenoord. Volgens veel poëzieliefhebbers mogelijk ook niet, want voetbal en poëzie vormen geen voor de hand liggende combinatie. Toch zijn er een aantal goede redenen, om het gedicht deze maand als Klassieker te bespreken.

Na het recente overlijden van Jules Deelder werden veelvuldig fragmenten van dit gedicht geciteerd. Om te beginnen de eerste strofe, die ons aller sterfelijkheid belicht. Daarnaast het enigszins ingekorte slot: ‘Dat de Hemelpoort verdacht veel weg heeft van het Kasteel’. Deze tekst staat in levensgrote letters op een bord boven de eretribune van het Sparta-stadion: een mooi voorbeeld van poëzie buiten de bundel. Het werd nadrukkelijk in beeld gebracht de dagen na Deelders overlijden, maar ook op de feestelijke 24 november 2019. Toen vierde Deelder zijn 75e verjaardag in het Sparta-stadion, en werd hij voorafgaand aan de competitiewedstrijd Sparta – Vitesse door de club benoemd tot Lid van Verdienste. Dit werd tijdens Studio Sport die avond uitgebreid in beeld gebracht, een unicum. Alle reden dus, om in deze rubriek het gehele gedicht eens goed onder de loep te nemen.

De titel van het gedicht is dubbelzinnig. ‘Spartaans’ verwijst in de eerste plaats naar de voetbalclub Sparta uit Rotterdam. Sparta werd opgericht in 1888 en is daarmee de oudste club in het betaald voetbal in Nederland. ‘Zo oud als Sparta / word je nooit’ is een inkoppertje: toen Deelder het gedicht schreef bestond Sparta ruim honderd jaar. Zelfs als de ‘je’ ook honderd zou worden, is deze niet zo oud als Sparta, omdat Sparta in de tussentijd ook weer ouder geworden is. Een veel bredere betekenis van ‘spartaans’ verwijst naar de stadstaat Sparta in het oude Griekenland, en betekent zoveel als ‘streng, sober en hard’. Deze betekenis klinkt door in het thema van de sterfelijkheid, hoewel het gedicht allesbehalve streng en sober eindigt. Deelder zelf kon dan ook geenszins een spartaanse leefwijze worden toegedicht.

‘Dat staat als een paal / boven water’ is evident, waarbij de paal ook subtiel naar het voetbalveld verwijst. De dood is in het oeuvre van Deelder geen onbekende. Beroemd is natuurlijk het meer dan honderd regels tellende ‘De dood’ (uit Ruisch, 2011): ‘De dood is hier / De dood is daar / De dood is ver / De dood is na / (…) / De dood is uit / De dood is kut’. In dezelfde bundel schrijft hij een gedicht voor zijn overleden hond, ‘Bixology’: ‘Bix de hond / Ze is niet meer’, dat eindigt met een ontroerende oproep: ‘Wacht op mij / aan gene zij // Kwispelend en / zonder pijn // Wees m’n gids / o lieve Bix // Als straks mijn / tijd gekomen is’. We komen hier later nog op terug.

De tweede strofe is een tussendoortje. De eerste twee regels kunnen zo op een tegeltje. Toch heeft de dichter iets toegevoegd. Je hoort vaker ‘als je gaat, is het je tijd’, of ‘het is zijn tijd nog niet’. Het ‘geweest’ geeft een extra lading, en maakt van het moment van overlijden direct een retrospectief op het leven (‘je tijd’). Vervolgens neemt de dichter ons in de maling. De zekerheid wordt met het ‘Zo niet’ aan het begin van strofe drie weer op de helling gezet.

In strofe drie gaan alle remmen los. Het rustige parlando wordt verlaten, evenals het ABN. Het Rotterdams is een bijzonder dialect. Trouw tekende daags na de dood van Deelder de volgende commentaren op. ‘Ja, hij is dood, hè? Erg zeg. Hij was toch de nach-burgemeester van de stad. (…) De t in nacht spreekt hij niet uit, de r rolt niet, maar glijdt.’ Een andere voorbijganger verzucht: ‘Hij was natuurlijk een echte Rotterdammert, in dit geval juist uitgesproken met een extra t.’ Die extra t vinden we ook in ‘ofter’ en ‘álster’. Het gedicht werkt toe naar een climax, met het accent op ‘als’, waaruit bijna een geloofszekerheid spreekt. De clou wordt even uitgesteld met het ‘– o! / brok in ons keel –‘, wat niet alleen een regieaanwijzing voor de voordracht is, maar ook het slotrijm voorbereidt. Door het afgekorte ‘ons keel’ lopen r.16 ‘brok in ons keel –‘ en r.18 ‘van het Kasteel’ metrisch mooi parallel. Het ‘Kasteel’, met een hoofdletter, is het stadion van Sparta Rotterdam. Het dankt zijn naam aan het karakteristieke gebouw met de twee torentjes, dat bij de ingrijpende verbouwing van 1999 behouden bleef.

Deelder was bijzonder benieuwd hoe het is om dood te zijn, vertelde Benjamin Herman, saxofonist en vriend/collegamuzikant van Deelder, op de dag van diens overlijden op de radio. Deelder was niet bang, eerder nieuwsgierig hoe het zou zijn om je lichaam te verlaten. Dat had hij al vaker meegemaakt. Dat kan natuurlijk een gevolg zijn geweest van het gebruik van psychedelische middelen. In dezelfde bundel waarin het hier besproken gedicht staat, lezen we echter ook hoe deze ervaring door het nemen van een warm bad kon worden opgeroepen: ‘Gezeten in het bad / het zwetend ik onstegen // neemt men soms zich- / zelve waar // met de ogen van / een vreemde // Alomvattend alomtegen- / woordig wezen // in zee van / onveranderlijk bewegen // De grenzen van het zijnde / verre overschreden’ (‘Gedicht in bad’, zie ook Bzzlletin Jaargang 22). De ‘Hemelpoort’ in het gedicht is dus niet alleen maar het restant van een christelijke opvoeding, maar raakt aan een voor Deelder essentiële ervaring.

Het lijkt behoorlijk ironisch, om de toegang tot het hiernamaals in een voetbalstadion te situeren. Een geslaagde grap. We moeten echter niet vergeten, dat voetbal, en zeker Sparta, voor Deelder een hoogst serieuze zaak was. Het is niet voor niets dat hij als hondstrouwe bezoeker tot Lid van Verdienste werd benoemd, een eer die alleen oud-spelers en oud-bestuursleden ten deel was gevallen. Voetbal wordt door sommige cultuurfilosofen ook als een vorm van religie gezien: het vereren van de spelers als halfgoden, het toeleven naar de volgende zondag, het koesteren van parafernalia die verdacht dicht in de buurt komen van relikwieën en bovenal het opgaan in de massa tijdens de wedstrijd. Voor veel supporters heeft het voetbalstadion de plaats ingenomen van de kerk van weleer.

Jules Deelder was zeer populair bij de gewone man in de straat, in Rotterdam dan. Ondanks zijn excentrieke gedrag was hij een man van het volk. Veel mensen, ook die verder niet van poëzie houden, kennen pakkende regels of zelfs hele gedichten van Deelder uit het hoofd. ‘Spartaans gedicht’ is daar één van.


Meander Klassiekers

In deze rubriek bespreken we elke maand een bijzonder gedicht, dat de tand des tijds heeft doorstaan. Of zal doorstaan. Sinds 2000 zijn in deze reeks ruim 200 analyses verschenen. Klik hier voor recente klassiekers, en hier voor een overzicht van de klassiekers vanaf 2000 – heden (work in progress).

Reageren op deze bespreking?

Neem contact op met de redactie: Xklassiekers@meandermagazine.nlX (verwijder de hoofdletters X uit dit adres)

Zelf een bijdrage leveren?

Voor de komende maanden staan besprekingen ingepland over werk van Frank Koenegracht, Jan van Nijlen en Ben Cami.
We houden ons aanbevolen voor nieuwe inbreng. Mocht u zelf ideeën hebben voor een bespreking, neem svp tijdig contact met ons op: Xklassiekers@meandermagazine.nlX (verwijder de hoofdletters X uit dit adres)

Eric van Loo, redacteur Meander Klassiekers

Geplaatst in Klassiekers.