Misbaksels en hypocriete types

door Jan Loogman

‘Lieve dichters, houd uw coronakunst voor uzelf!’ In haar artikel in NRC Handelsblad van 10 april 2020 onderscheidt Delphine Lecompte twee soorten dichters: ‘een goede soort dichters en een verwerpelijke soort dichters.’ De goede soort dichters schrijft ‘niet voor een publiek’ maar ‘om gered te worden van zichzelf.’ De verwerpelijke soort dichters schrijft louter voor het podium. Aan dichters van deze soort is de oproep van Lecompte gericht want deze soort stuurt nu – beroofd van het fysieke podium – via het internet ‘onder het mom van verbondenheid en zorgzaamheid zijn/haar corona misbaksels de wereld in.’

Let wel: de oproep houdt niet in dat dichters geen coronaverzen mogen schrijven, wel dat zij deze voor zichzelf moeten houden. Vertrouwen in het navolgen van haar oproep toont Lecompte niet want tegen het einde van haar artikel vraagt ze de lezer: ‘Lees deze (de coronamisbaksels) niet’. Ze heeft liever dat we andere gedichten lezen, ‘prachtige gedichten van (bijvoorbeeld) Koenraad Goudeseune, Mark van Tongele, of Annemarie Estor.’

Lang niet iedereen denkt er zo over als Delphine Lecompte. De site Coronagedicht.nl is door onder anderen Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja opgezet ‘om poëzie geschreven naar aanleiding van het coronavirus te verzamelen en op verschillende manieren onder de aandacht te brengen.’ Wie wil, kan een gedicht inzenden. Er wordt geen melding gemaakt van een kwaliteitstoets. Wel kan de redactie besluiten inzendingen niet te plaatsen. De kranten melden een ‘stroom van gedichten.’ Misbaksels of geslaagde producten?

De coronacrisistijd levert ook initiatieven op om mensen gedichten voor te lezen. In verschillende Nederlandse plaatsen kunnen mensen de bibliotheek bellen en vragen om een gedicht. Later worden zij dan teruggebeld en leest de bibliotheekmedewerker een gedicht voor. In Vlaanderen kunnen mensen nu (in de weken na Pasen) ‘Dichters van Wacht’ bellen. Zij krijgen de dichter van dienst aan de lijn en deze leest een gedicht voor. Lang niet mis want onder de vijftig Dichters van Wacht zijn bekende namen als Bart Moeyaert en Maud Vanhauwaert. Wat heb je eraan?  ‘Poëzie kan je helpen te mijmeren,’ licht Bart Moeyaert in een radio-uitzending toe. Mijmeren is nadenken over het leven en heel wat anders dan je verliezen in zorgen, in gepieker.

Moeten we, de oproep van Delphine Lecompte indachtig, wantrouwend staan tegenover initiatieven van dichters die zorgzaamheid tonen en zoeken naar verbondenheid. Benutten zij dit als masker en gaat het hen er louter om in deze tijd van schaarsheid toch een podium te hebben?

De tweedeling van Lecompte is natuurlijk onzinnig. Er zijn wel meer dan twee soorten dichters. In haar artikel wekt zij bijvoorbeeld de indruk Ingmar Heytze tot haar tweede soort (de verderfelijke) te rekenen. Nu wordt over Heytze in de meest recente Meanderrecensie van zijn werk gezegd dat hij bekend staat als lichtvoetige, toegankelijke dichter, maar ook dat hij van zijn frustraties poëzie maakt. Is dat zoveel anders dan dichten om ‘gered te worden van zichzelf’, precies het kenmerk waarmee de goede soort dichters volgens Lecompte zich onderscheidt? Dat is het niet en dus hoort Ingmar Heytze volgens de definitie bij de goede soort, terwijl hij toch wel degelijk vaak op een podium staat.


foto Utrechts Gevelstenenfonds

Het goede verhaal is verdwenen als een suikerspin in een somber kind,’ dichtte Delphine Lecompte ooit, in Iedere dag wakkerder.  Of een dichter wel of niet graag op een podium staat, zegt niets over zijn of haar poëtische kwaliteiten. Het kan evenmin een reden zijn de dichter als een ‘goed’ of juist ‘verderfelijk’ mens te beschouwen. Hypocrisie, daar moeten we wantrouwend tegenover staan.  Maar hoe komen we erachter of mensen werkelijk handelen uit zorgzaamheid en verlangen naar verbondenheid, of dat zij vuile hypocriete types zijn die louter uit zijn op zelfpromotie? ‘Nergens kan ik zeker over zijn,’ staat drie regels verderop in hetzelfde gedicht van Delphine Lecompte.

 

 

afbeeldingen Pixabay

Geplaatst in Column.