Rodaan Al Galidi en Maud Vanhauwaert – Samen Alt’hope

Een geschenk dat lucht geeft

door Paul Roelofsen




Al bijna een jaar melden de media ons dagelijks dat we de huidige pandemiecrisis alleen samen kunnen oplossen. ‘Samen’ is het lemma en devies van deze tijd en het is dan ook niet verwonderlijk dat de Nederlands-Vlaamse titel van het Poëziegeschenk 2021 daarop aansluit.
Samen Al ’t Hope wil zoveel zeggen als ‘Alles samen’ of wat speelser ‘Alles op een hoopje’ en is geschreven door de uit Irak afkomstige Nederlander Rodaan Al Galidi en de Belgische Maud Vanhauwaert. Zij werkten samen aan de bundel maar schreven daarin los van elkaar hun gedichten, al laat Vanhauwaert zich wel inspireren door een versregel van Al Galidi.
In het eerste deel van de bundel staan zes gedichten van Rodaan Al Galidi. Hij is een buitenbeentje in de Nederlandse poëzie wiens precieze leeftijd onbekend is (1971?) omdat op het platteland van Irak waar hij werd geboren geboortedata niet werden geregistreerd en verjaardagen niet gevierd. Na zijn studie bouwkunde in Erbil vluchtte hij om de dienstplicht te ontlopen uit het Irak van Saddam Hoessein, zwierf enige tijd door Azië, om in 1998 politiek asiel aan te vragen in Nederland. Dit werd hem geweigerd waardoor hij geen lessen Nederlands kon volgen. Rodaan deed dit dan maar zonder begeleiding en begon te schrijven. Ondanks zijn nog beperkte woordenschat werd zijn talent snel ontdekt en zijn werk daarna overladen met nominaties en prijzen. Wat zijn proza betreft brak hij door met Dorstige rivier (2009), zijn poëzie vond de schijnwerpers al eerder met De herfst van Zorro ( 2006) of bijvoorbeeld op Meander met Liever niet’, antwoordt de liefde (2013).

Uit het Poëziegeschenk een klein gedicht van hem:

VOOR EEUWIG VERBONDEN

De dood en het leven
gaan naar dezelfde school,
zitten bij elkaar in de klas,
luisteren naar dezelfde meester.
Bij een vraag steken ze beiden hun vinger op
en geven samen hetzelfde antwoord.
In de pauze spelen ze op hetzelfde plein,
vallen uit dezelfde tak,
kloppen hetzelfde zand uit hun schoenen
en na de laatste les,
gaat het leven naar de dood
en de dood naar het leven.

Karakteristiek voor Al Galidi is zijn voorliefde abstracte begrippen te personifiëren, waardoor deze directer en vaak op een geestige manier bij de lezer aankomen. In dit gedichtje gaan bijvoorbeeld ook het leven en de dood naar school, zitten zij zelfs in dezelfde klas en steken samen hun vinger op bij een vraag.

De schrijfster en theatermaakster Maud Vanhauwaert was tot voor kort stadsdichter van Antwerpen. Zij debuteerde in 2011 met Ik ben mogelijk waarvoor zij de Belgische Vrouw Debuut Prijs ontving en met Wij zijn evenwijdig won zij in 2015 zowel de Hughues C.Pernath Prijs als de Herman de Coninck publiekswedstrijd.

Haar vier gedichten voor het Poëziegeschenk zijn wel op een heel originele manier gecomponeerd. Zij laat zich in deze gedichten, ‘verwoede pogingen tot coalitievorming’ namelijk louter leiden door zeven zinnen van anderen die ‘aan haar bleven haperen’.
Die anderen en hun quotes op een rijtje:
Conner Rousseau: ‘Ik wil dat dit land vooruit gaat’
Greta Thunberg; ‘Je bent nooit te klein om het verschil te maken’
Donald Trump: ‘Muren werken als ze goed zijn gebouwd’
Rodaan Al Galidi: ‘Ze wast de komkommer,/hakt hem in moten met haar mes’
Fernando Pessoa: ‘Dichter zijn is niet echt mijn ambitie. Het is alleen mijn manier om alleen te zijn’
De schrijver van de bijsluiter van Desorelle 20 : ‘Heeft u een dosis gemist, neem die dan alsnog in’
De overleden oma van Maud: ‘Het is maar te hopen dat we lang t’hope blijven’

Een niet geringe opdracht die de dichter zich stelt, temeer omdat in elke ‘coalitievorming’ verschillende zinsdelen – bijzinnen, woorden, lettergrepen en letters – vrij zijn zich buiten de citaten te bewegen.
Uit de eerste drie gedichten enkele fragmenten:

Eerste verwoede poging tot coalitievorming (waarin de bijzinnen vrij zijn)

Muren werken
om een verschil te maken
als ze goed zijn gebouwd
heeft u een dosis gemist

Tweede poging tot coalitievorming (waarin de woorden vrij zijn)

We werken lang om te hopen
ik wil dat zijn, die, dit, dat zijn

Je bent nooit t’hope
het hakt in

(Als u mijn komkommer heeft gemist
neem hem dan alsnog in)

Derde verwoede poging tot coalitievorming (waarin de lettergrepen vrij zijn)

Muze ,kom
neem dat diepe mes
dat hem omhakt
vooruit: ren dan
leen, leen
verken het werpen

Wanneer men iets uiteen rafelt tot de kleinste onderdelen en deze verstrooit wordt de samenhang verbroken. Dit gebeurt in het laatste gedicht. Ik citeer het in zijn geheel.

Vierde verwoede poging tot coalitievorming (waarin de letters vrij zijn)

Het kauwen op beelden
die elkaar nooit raakten
om bellen te blazen
waarin het leven trilt

De nachthemel zoemt
meerstemmig mantra’s

Ontmantel mij, spiegelhuisje
omhels de muze
(kniehoge wittige hoefjes)
die niemand verstond

Amai, kijk, wat elkaar nooit
vond gonst, humt samen

In een zwijgende mond

Een prachtig voldragen gedicht dat zijn oorsprong vindt in een spel. Het zou een opdracht kunnen zijn uit een poëziecursus voor gevorderden. Deze vierde poging om tot een coalitie te komen lijkt eindelijk te slagen, maar niet nadat de oorspronkelijke samenhang van de premissen wordt losgelaten: ‘Ontmantel mij, spiegelhuisje / omhels de muze’ en ‘Amai, kijk, wat elkaar nooit / vond gonst, humt samen // In een zwijgende mond’. Dat de mond zwijgt zou er op kunnen duiden dat wanneer een coalitie eenmaal is gevormd en er kan worden samengewerkt dit nog niet betekent dat de wereld is gered. (Tussen twee haakjes, de ‘vier verwoede pogingen’ zouden ge-end kunnen zijn op het politieke bestel van België dat wereldkampioen is in de tijdsduur coalities vormen).

In deze tijd van onrust en zwaarmoedigheid zal dit collector’s item door zijn speelse toon door velen ongetwijfeld als een baken van verlichting worden ervaren. Dank daarvoor.
____

Rodaan Al Galidi en Maud Vanhauwaert (2021). Samen Al t’hope. Poëziecentrum vzw, Awater/Stichting Poëzieclub, 24 blz. Poëziegeschenk 2021. ISBN 9789056552299

Geplaatst in Recensies.