Jidi Majia – Ik schrijf omdat ik een toeval ben

Een ander uitzicht

door Hettie Marzak




Chinese poëzie is niet zo bekend in ons land. Japanse haiku’s hebben hun plek wel gevonden bij Nederlandse dichters, maar wat China betreft zijn het alleen de hertalingen van Slauerhoff, Yoeng Poe Tsjoen, en de Chinese gedichten van Willem de Mérode die enigszins bekendheid hebben gekregen en beiden maakten gebruik van bestaande vertalingen in het Duits, Frans en Engels. Door de vertaling van Silvia Marijnissen kunnen we nu ook kennis maken met het werk van de Chinese dichter en politicus Jiri Majia, wiens werk al vertaald was in onder meer het Grieks, Roemeens, Ests, Marokkaans en Oostenrijks, maar dat nu voor het eerst in het Nederlands verschenen is.
Marijnissen schreef ook de uitstekende inleiding, waarin ze vertelt dat Majia behoort tot de Nuosu, een volk van ongeveer 2 miljoen mensen, die deel uitmaken van het Yi-volk uit de zuidelijke provincie Sichuan. Zij hebben een eigen taal, die verwant is aan het Birmees, en een eigen alfabet. Majia schrijft zijn gedichten echter in het Chinees om zo meer mensen te kunnen bereiken, maar blijft daarbij uitgaan van zijn eigen tradities en culturele identiteit.

In het lange openingsgedicht van de bundel, ‘Een stem’, begint elke versregel met de woorden: ‘Ik schrijf gedichten omdat’, waarop als een poëtisch credo talloze redenen volgen die in korte en vaak humoristische zinnen worden vervat:

Ik schrijf gedichten omdat ik twee keer in het water ben gevallen,
——— maar aan de dood ben ontsnapt.
Ik schrijf gedichten omdat ik heb leren zwemmen.


Maar ook geeft Majia een opsomming van de thema’s die hij in zijn poëzie legt: zijn liefde voor de eeuwenoude culturele tradities van zijn volk, het in harmonie samenleven met en in de natuur en de maatschappelijke verantwoording die hij voelt voor het hier en nu.

De eerste vijftig gedichten uit deze bundel zijn niet binnen een bepaald tijdsbestek te plaatsen, ze zouden ook duizend jaar geleden geschreven kunnen zijn. Ze hebben een gedragen ritme en passen goed binnen een orale traditie zoals de Chinese literatuur die kent. Ze gaan over de rituelen van de Nuosu, de geesten en de voorouders, dieren en kleuren die een rol spelen in de religie van het volk van de dichter – Nuosu betekent ‘zwarte stam’- en de liefde van de dichter voor zijn geboortestreek.
De gedichten zijn vrij eenvoudig, zonder veel stijlfiguren, maar fris en sprankelend als een bergstroom die ontspringt uit een eeuwenoude bron. Er komt veel herhaling van woorden en zinsdelen in voor, wat te maken heeft met het feit dat alle poëzie in de Chinese cultuur bedoeld was om voor te dragen. Toch is de veelvuldige herhaling bij lezing nooit echt storend en kan die zelfs een verrassend effect hebben, doordat de steeds terugkerende formulering in een volgende strofe iets gewijzigd wordt:

Antwoord

weet je nog wel
dat weggetje naar Jjile Bute?
honingzoete schemering
ze zei tegen mij:
ik ben mijn borduurnaald kwijt
snel, kom me helpen zoeken
(ik heb dat hele weggetje afgezocht)

weet je nog wel
dat weggetje naar Jjile Bute?
gewichtige schemering
ik zei tegen haar:
er zit iets diep in mijn hart
dat moet je borduurnaald zijn
(ze was tot tranen toe geroerd)


Jjile Bute is de geboortestreek van de dichter. In deze gedichten schetst hij een wereld die al eeuwen bestaat en nooit lijkt te verdwijnen, waar behalve de seizoenen ook nooit iets verandert. De gedichten voeren je mee naar het China dat we denken te kennen uit de boeken van Pearl S. Buck. Maar in werkelijkheid gaat het om een tijdperk en een wereld die wel degelijk verloren zijn geraakt en waar de dichter met weemoed aan terugdenkt. Het zijn gedichten die je raken omdat ze heel eenvoudig en oprecht zijn.

Ruim over de helft van de bundel staat het gedicht ‘Terugblik op de twintigste eeuw’, opgedragen aan Nelson Mandela, waarin Majia een andere kant van zijn dichterschap laat zien: zijn betrokkenheid met hedendaagse problemen zoals klimaatverandering, politiek, oorlogen geweld. Deze gedichten zijn feller dan de vorige, maar ook hier klinkt een heel persoonlijk geluid. Majia gelooft in de kracht van poëzie om de wereld beter te maken en gaat daarbij uit van de harmonie en de eenheid van alle dingen. Ook moderne problemen worden door hem ingebed in zijn persoonlijke beleving en de traditionele cultuur van de Nuosu, zoals in de eerste strofe van ‘Ik heb horen zeggen’:

ik heb horen zeggen
dat één trilling van de vleugels van een libel
in de wouden van de Andes
een storm kan veroorzaken
boven de Stille Oceaan
en ik vraag me af:
kan de dood van een schaap
in mij geboortestreek Jjile Bute in het Grote Liangmassief
een jachtluipaard wekken op de savanne van Oost-Afrika?
hoewel ik nooit van m’n leven
zo’n wonder heb mogen aanschouwen
denk ik dat er verborgen, ondoorgrondelijke verbanden bestaan
tussen de tienduizend dingen op deze wereld


Marijnissen heeft ervoor gekozen om een zo breed mogelijk beeld van de poëzie van Majia aan te bieden aan de Nederlandse lezer. Zo heeft ze ook vijf sonnetten opgenomen uit de reeks Twintig sonnetten voor mijn moeder, die een liefdevol portret tekenen van een vrouw die haar leven in het heden begint in te ruilen voor haar herinneringen aan het verleden. Weemoedig en ontroerend beschrijft de dichter hoe zijn moeder terugverlangt naar een leven dat voorbij is. Ook in deze gedichten spelen de geboortestreek van de dichter en de aloude levenswijze van zijn volk een rol.

Als laatste heeft Marijnissen een selectie van 24 korte gedichten opgenomen van nooit meer dan vier regels, die zijn samengebracht onder de titel ‘Het onvergankelijke’. Het zijn filosofische en soms humoristische beschouwingen van een moment:

Terwijl hij zijn schapen hoedde,
raapte een kind een agaat op.
Hij wist niet dat hij een geluksvogel was,
hij hoopte juist op een boekweitkoekje.


Nu eens ontwapenend, dan weer uitnodigend tot overpeinzing zijn deze korte, anekdotische gedichten een mooie aanvulling op de langere gedichten waarin Majia zijn herinneringen en zijn maatschappelijke opvattingen tot uitdrukking heeft gebracht.
Marijnissen heeft met het vertalen en samenstellen van deze bundel een interessante kennismaking met de poëzie van Majia aangeboden. Ze heeft daarmee een venster opengezet naar een ander, maar niet minder weids poëtisch uitzicht dan we gewend zijn.

____

Jidi Majia (2021). Ik schrijf omdat ik een toeval ben. PoëzieCentrum, 85 blz. € 20,- ISBN 9789056552596

Geplaatst in Recensies.