“als dichter voel ik de drive om uit chaos/crisis orde te creëren”

Gerda Posthumus (1960) publiceerde inmiddels drie dichtbundels: Zeisend licht (2010), Deining rimpeling onderstroom (2015) en Niemand kent Vlieland (2016). Sinds mei 2013 is ze de eilanddichter van Vlieland, waar ze ook Slauerhoff-wandelingen organiseert.
Alja Spaan sprak met haar.

 

 

De aanleiding tot dit interview is het winnen van de tweede prijs van De Gedichtenwedstrijd, gefeliciteerd! Wat betekent deze prijs?
Deze prijs betekent voor mij allereerst erkenning voor de versvorm van het Sonnet. Foregrounding van deze vorm. Het sonnet maakt gebruik van strikte regelgeving. De taal die binnen het sonnet kan rebelleren is dan voor wat betreft haar inhoud of bedoeling vrij. In het winnende gedicht Chaos kan het vrije associatieve waaraan poëzie haar beelden ontleent, binnen de veiligheid van regelgeving haar vrijheid nemen. Vorm en inhoud blijven contact met elkaar houden: de een is niet de baas over de ander. Daarnaast is het geen vraag of het mannelijke of vrouwelijke overheerst. De vorm is mannelijk of staand rijm. Daarbinnen is de poézie zo vrouwelijk als maar kan: gericht op geboorte van iets nieuws uit chaos.
Tweedens is het in de opbouw van mijn verdere ontwikkeling als eilanddichter Vlieland en als founder van de stichting Louise Post Poëzie, een welkome financiële ondersteuning.

De jury stelt dat in de beginzin van Chaos de echo van Vasalis doorklinkt in haar beroemde openingszin ‘Ik droomde dat ik langzaam leefde’. Alleen droomt de ik hier ‘dat er niets geregeld was’. Is het werk van Vasalis een leidraad?
Ik kende het gedicht niet van Vasalis. Bij toeval kreeg ik een bundel vanVasalis de week voor de uitslag van de poëziewedstrijd. Een leidraad was de behoefte om iets te schrijven vanuit een zeker gevoel van onbehagen omdat er in de ‘werkelijke’ wereld schijnregels bestaan die noodzaken om je ogen te sluiten en je juist naar binnen te richten. Daar weet je binnen je eigen ordening de juiste woorden te vinden om dat onbehagen aan te kunnen gaan.

Het is knap, zegt de jury, dat er in dit ‘crisisgedicht’ een zekere mate van catharsis plaatsvindt: of er nog iemand in leven is, is de vraag, maar te midden van de catastrofe is een standbeeld opgedoken dat het slagveld rustig lijkt gade te slaan en glimlacht.
Is de schrijver dat standbeeld?
Voor wat betreft mijn huidige fase van leven herken ik me er sowieso in, maar als dichter voel ik de drive om uit chaos/crisis orde te creëren. Wanneer je met een glimlach uiteindlijk de meest grote crisis kunt beschouwen en ogenschijnlijk onaangetast lijkt en er zelfs je voordeel mee kunt doen, geldt dat als een behoorlijke loutering van de ziel, denk ik.. 

Is misschien zelfs de positie van jou als eilanddichter dat?
Als eilanddichter heb ik wel de mogelijkheid me meer terug te trekken in de natuur waar een eigen orde heerst. Daar word ik uiteraard wel door beïnvloed. Daarnaast zijn de getijden van de zee een constante beweging van ordening door de maan. Een standbeeld is iets statisch. Als eilanddichter voel ik me niet statisch maar onder invloed toch wel van de bewegingen van de elementen om me heen. Het gedicht zelf zou het standbeeld wel kunnen zijn: de uiteindelijke toeschouwer van wat de dichter heeft willen zeggen.

 

Waddentaal

Het Wad, de zee en lege straten
de kou heeft alles stil gelegd
zoals wij bij elkander zaten
maar zonder al te veel gezegd

zou ik het nooit meer kunnen laten
het heeft voor altijd mij gehecht
aan wad en zee en lege straten
niets hoeft te worden uitgelegd.

Zit er meer heimwee in jou dan in de gemiddelde stadsdichter? Moeten we het onderscheid wel maken?
Heimwee zou van verlangen spreken naar iets dat voorbij is gegaan: als eilanddichter zie ik wel dat er veel herinneringen vrij onaangetast blijven maar ook zie ik dat de tijd verder gaat en dan wordt het eerder melancholie. Herinneringen worden overschreven op dezelfde plek. Je denkt dan dat het nog hetzelfde is, immers de omgeving verandert niet zo snel maar dan toch is er veel in jezelf veranderd en in mijn geval ook in mijn bestaan hier op het eiland.. Als entiteit op Vlie om met de mogelijkheid van poëzie mijn weg te vervolgen en daarbij het cutureel erfgoed van Vlieland – gerelateerd J.J. Slauerhoff – meer en meer te waarborgen hier en op de kaart te zetten, is een heel fijn gegeven. Maar heimwee heb ik zeker ook vertaald in de fado’s die ik heb geschreven en gezongen al dan niet vertaald naar het Portugees. Daarin vindt de muziek het woord en wel degelijk dus in mij. 

Is schrijven vanzelfsprekend voor je?
Schrijven is voor mij een voorwaarde voor zingeving van leven hier. Het leven op een eiland is van een zekere afzondering en toch bij de tijd blijven. Dienstbaar zijn ook aan de gemeenschap en aan de toerist. Middels mijn schrijversatelier in de Dorpsstraat waar veel werk van Slauerhoff ligt en waar ik workshops geef en mensen ontvang om kennis te maken met poëzie van Slauerhoff en eigen poëzie, maakt men ook kennis met een andere beleving van het eiland.
Dat groeit enorm momenteel. De gemeente vindt dit initiatief een trigger om meer cultureel ambachtelijk de hoofdstraat van het Dorp aangezicht te geven. Dus inspirerend, zoals poëzie naar mijn idee in de basis is bedoeld.

 

Aanslag

uit het lood geslagen potlood
het hout nog in de mond
ontluisterd woord dat met de dood
bloedrood de avond vond

het nu te dragen deze wond
koud levenloos en groot
het vel dat zich met hem verbond
een schets van vrijheid bood

er is een kaars een raam een stoet
ik schrijf dit met een vingertop
witte letter – zwarte toets

ver buiten in het donker staan
de mensen in een stad voorop
als wolken hier in zee vergaan.


Aantekening:
Vlieland – Parijs 2015

Je debuutbundel verscheen onder pseudoniem. In de recensie daarvan door Joop Leibbrand haalt hij mede-eilandbewoner Theo Sontrop aan die gezegd zou hebben dat je gedichten “van een kwaliteit zijn waar geen pseudoniem meer voor nodig is.”
Waarom gebruikte je niet je eigen naam?
Louise is wel degelijk mijn eigen naam (Gertruda Louise Posthumus).
Dus geen valse naam in dit geval. Er zijn uiteraard verschillende opvattingen over wat wel en niet een duidelijke schrijversnaam zou zijn zoals Theo heeft gezegd. Van Louise Andreas Salomé zouden we ook niet zeggen dat dit een te zoete naam zou zijn, om maar een dwarsstraat te noemen.

Het is voor jou geen discussie je professie de manlijke vorm te geven?
De professie Dichter is bijvoorbeeld te vergelijken met een Dokter (geen dokteres) of Professor( geen professores). Ik vind deze vormen meer onzijdig eigenlijk.
Een dichteres is nadrukkelijk vrouwelijk, terwijl een dichter voor mij niet persé manlijk is

Wat is het verschil tussen de laatste en eerste bundel?
De laatste bundel is geschreven voor de gemeente hoofdzakelijk met soms wat politieke lading. De eerste bundel is een verzameling van gedichten die meer over specifieke locaties en belevenissen van het eiland en de eilander gaan.

 

Nieuwjaarszee

Bevrijd haar van containers vol met dekens en van licht
van lampen die nog gloeien sinds de branding hen verwierp
de stoelen zonder poten en de kussens voor de sier
het piepschuim dat haar schuim niet is en zwaarder in gewicht

Bemin haar met je huid en al je zintuigen gericht
op waar zij stroming is op waar zij kolkt rondom een pier
op hoe haar oesters smaken, zoute strelingen en wier
lichaam jou bemint maar met een S.O.S- bericht

bevrijd mij maar bemin me met je oeverloze strijd
tegen de waanzin van consumptie van de maatschappij
vier mijn hoogten en mijn diepten al naar gelang het tij
zich van je afkeert of zich naar je toe beweegt, verleid

me met een juttersdag en maak een app aan voor mijn vloed
zodat jij en van de wereld mijn nood herkent met spoed.

Op de site Poëzie verrijkt staat een mooie omschrijving van je werk waarin ook die zorgvuldigheid genoemd wordt: ‘In haar zorgvuldig gecomponeerde gedichten voelt de lezer de sensuele en fysieke kracht die Gerda Posthumus ook uitstraalt als zij haar gedichten voorleest.’ Welke van die drie typeringen is het sterkst? Zorgvuldigheid, sensualiteit of kracht?
Ik zou de typering ‘Zorgvuldigheid omwille van het samengaan van sensualiteit en kracht’ willen noemen.

In normale tijden zou je nu opnieuw optreden en ook je Slauerhoff-wandelingen op Vlieland hervatten. Wat doe je nu?
In deze periode van Corona heb ik voor de Brede school De Jutter op Vlieland een project ‘Dichten in Coronatijd’ gedaan waarvan ik vanuit de stichting een evenement met subsidie organiseer in het najaar. De wandelingen zijn juist veelvuldig geweest omdat het een buitenactiviteit is en de mensen honger hadden naar cultuur. Verder heb ik privé een hele drukke tijd om bestaanszekerheden alhier verder op te bouwen. En het opzetten van de stichting heeft veel tijd gevraagd en door Corona veel vertraging opgelopen. Ik doe nu Workshops op Maat daarnaast. Een op een vooralsnog. Ben met mijn volgende bundel bezig en werk aan een essay.

 

Projectie

het is het podium, waarachtig, dat troost biedt en verleent
het opium aan ons verstrekt de boost in onze venen
verbeelding van de werkelijkheid, op lange slanke benen
indachtig de illusie – van elke leugen lijkt gespeend

wanneer ik voordraag iets verhoogd zwevend maar op tenen
loop, voorzichtig om het tonen van de stem die naar vermeend
zou kunnen klinken alsof zij van een ander is geleend
zou ik niets liever doen dan op te gaan, me samen te verenen

met deze storm die in mijn borst door hartstocht wordt gedreven
hij is de drang te kunnen zijn wat nog niet is geschreven
een podium waarachtig, die nog troost geeft en verleent
waar omgekeerd ‘t publiek zich weet, met jou te zijn verweven

in het licht dat oogverblindt zoals het schijnsel van de maan
vanuit de zon gezien zijn spiegel, verlost van eigenwaan.

 

 

Geplaatst in Interviews.