Steven Van Der Heyden

Steven Van Der Heyden (Gent, 1974) is leraar in het secundair onderwijs. Hij is klimaatdichter en redactielid van het e-zine Roer.land. Gedichten van hem verschenen in diverse tijdschriften waaronder  Het Gezeefde Gedicht, Meander, De schaal van Digther, Ballustrada, Extaze en Liter. In 2017 was hij deelnemend dichter aan het internationaal kunstenfestival Watou. In 2018 werd hij genomineerd voor de Melopee poëzieprijs. In februari 2020 debuteerde hij bij Uitgeverij P met de duo-bundel Tot ze koud is.

Poëzie is voor hem een manier om houvast te vinden in een onzekere wereld, om mensen dichter bij elkaar te brengen.

 

Whale fall

Ik ben niet langer wachter van de zee
maar prooi in het bellennet
verstrikt in een trage verticale dans
een op hol geslagen sonar
in de greep van het duister

Ik hang niet meer vast aan klanken
verlaat de plek die zingt, de bloei van het water
hoe dieper ik duik, hoe meer zwaarte naar binnen lekt
echo’s geven geen klik meer

Op deze diepte draagt enkel mijn huid nog
mijn verhaal, lezen inkervingen als braille
daaronder kraken ribben, krimpen luchtkamers
scheurt een oeroud geheugen uit membranen

Een nieuwe wereld kruipt mijn lichaam in
met het diep geduld van water
geef ik de oceaan haar vorm terug
Antropoceen

.            De mens is een triest zoogdier dat zich kamt
.            César Vallejo

het gerucht doet de ronde
dat we onze voorouders voor de gek houden.
we wapenen ons met beton
breken een ritme van groei en erosie

om niet over de rand van dijken te vallen
klampen we ons vast aan koppige idealen
besmetten uren met drijfvuil en ontkenning,
kijken weg van onze verzamelwoede

hoe kleren als vacht aan ons kleven
met plastic botten houden we ons bijeen
uit kelp en korstmos filteren we boodschappen

als ontheemde mieren graven we ons in
zoeken richting en redding. wij, donkere materie
voer voor een zwart gat.
Afrikaanse gieren

zwart afstekend draaien ze hun cirkels
op zoek naar een laatste stuiptrekking
in wat diep verloren ligt

de schoonmaakploeg van de natuur
telt steeds minder leden, thermiek houdt hen
niet langer boven de afgrond, breed is hun val

met opgezette mantelveren en kale koppen
lijken ze monniken die de doden wegslepen
hun pikorde raakt verstoord

ze zijn een verslindende onderneming, klaar
om te verdwijnen in bijgeloof
amuletten en verscholen gif

oude genezers met koppige idealen
kijken scherp de toekomst in, zien andere
aasgieren onder een schrale zon
Geplaatst in Gedichten.