Stijn Praet – Lieve Ganymedes

Jongensachtig mooi

door Herbert Mouwen



De uitgave Lieve Ganymedes. Homo-erotische gedichten uit de middeleeuwen bestaat uit vier delen die alle hun betekenis hebben. Uiteraard is het eerste deel ‘Gedichten’ met achttien uit het Latijn vertaalde en bewerkte gedichten het belangrijkste deel, maar ook het ‘Nawoord’, de ‘Commentaren’  en de uitgebreide ‘Bibliografie’ dragen bij aan deze opmerkelijke verzamelbundel. Ganymedes, de naam in de titel van deze bundel, verwijst naar de Griekse mythologie. Hij is de zoon van koning Tros, de stichter van Troje. De goden hebben veel aandacht voor hem vanwege zijn fysieke schoonheid. Uiteindelijk wordt Jupiter verliefd op hem. Hij rooft de mooie Ganymedes met behulp van een adelaar en maakt hem wijnschenker op de berg Olympus. In de beeldende kunst en in de literatuur is zijn verhaal, dat verschillende versies kent, een allegorie voor de homo-erotische liefde. Stijn Praet, die gasthoogleraar aan de Universiteit Gent is, breekt een lans voor de invloed van de Latijnse cultuur op de middeleeuwen en vermeldt dat de naam van Ganymedes in de bundel in een aantal gedichten voorkomt.

In het ‘Nawoord’ wijst Stijn Praet er terecht op dat velen nog zijn vastgeroest in het negentiende-eeuwse beeld van de middeleeuwen ‘als een verloren millennium van culturele duisternis, religieus dogmatisme en intellectuele stilstand’. Dit is inderdaad een somber en negatief beeld van deze periode en iedere lezer kan zich afvragen wat er mis is aan het oeuvre van schilders als Rogier van der Weyden en Jheronimus Bosch en aan literaire werken als Karel ende Elegast, Beatrijs en Vanden vos Reynaerde. De middeleeuwen – duizend jaar! – zijn geen nietszeggende overgangsperiode tussen klassieke oudheid en renaissance. In de achttiende en negentiende eeuw hebben ‘Verlichtingsdenkers’ van het tijdvak van de middeleeuwen een karikatuur gemaakt door het weg te zetten als een ‘tijdperk van achterlijke barbaarsheid en irrationaliteit’.

Uit: Marbodus Redonensis,
‘Dissuasio intempestivi amoris
sub assumpta persona’

Etas consimilis, decor et risus puerilis,
aspectus letus, vox dulcis, sermo facetus.
Quos affectabat, faciles sibi conciliabat,
Et paribus lignis ardebat mutuus ignis.
Marbod van Rennes, ‘Onweerstaanbaar’



Hij was even oud als ik
en hij lachte en hij was
jongensachtig mooi.

Hij zag er guitig uit,
was warm van stem
en rad van tong,
en als hij iemand wou,
draaide hij hem zo
rond zijn vinger.

Dan sloeg de vonk weer over
en stonden ze met twee
in vuur en vlam.

In de ‘Commentaren’ is te lezen dat de Latijnse titel, die Praet niet letterlijk vertaald heeft, ‘Betoog tegen de bandeloze liefde vanuit een fictief standpunt’ betekent. Hij heeft als titel voor zijn vertaling aan één woord genoeg: ‘Onweerstaanbaar’. De Latijnse versie is een fragment uit een groter gedicht dat ook enkele malen zelfstandig uitgebracht is. In het laatste gedeelte van zijn ‘Nawoord’ geeft Stijn Praet zijn manier van werken aan: hij wil de moderne lezer niet lastig vallen met een wetenschappelijk verantwoorde letterlijke vertaling, maar hij kiest voor ‘een literaire vertaling die recht probeert te doen aan het poëtische karakter van de teksten’. In de ‘Commentaren’ geeft hij mondjesmaat inhoudelijke uitleg en plaatst hij de gedichten als hij dat nodig vindt in een culturele, historische of literaire context. Formeel maakt hij bij zijn vertalingen gebruik van het klassieke metrum en de Latijnse rijmvormen, maar soms kiest hij bewust voor speelse en aantrekkelijke Nederlandse dichtvormen, zeker wanneer dat de toegankelijkheid van de poëzie bevordert.

De deelparagraaf ‘Van knapenliefde tot sodomie’ in het ‘Nawoord’ opent met de vraag: ‘Hoe zit het nu met die middeleeuwse mannenliefde?’ Praet geeft een overzicht van de ‘premoderne geschiedenis van de Latijnse homo-erotische poëzie’ op basis van overgeleverde literaire werken. Ook besteedt hij aandacht aan wat er op dit gebied in de Arabische en Hebreeuwse literatuur speelt en verantwoordt zijn keuze van de gedichten. Gedichten over de liefde tussen vrouwen ontbreken, omdat er zo weinig bekend zijn. Praet vindt dat de gedichten de lezer van nu nog moeten aanspreken, ook kiest hij ervoor ‘om uitgesproken anti-sodomitische teksten links te laten liggen’ en deze ‘nog wat verder laten bestoffen’. In het volgende gedicht van Godfried van Cambrai verwoordt en verbeeldt Praet in zijn vertaling en bewerking de lichamelijkheid van een man explicieter dan in het vorige gedicht:

Godefredus prior,
‘Parvis prodesse quod parvi sumt’

Qui vidit te, Grosphe, duos deprendit in ono:
a retro puerum videt, ab ante, virum.
Si ludis, puer es; da posteriora, probatur,
ludum defendis; vertere, Liber eris.
Godfried van Cambrai, ‘Fijn geschapen’


Wie jou ziet, beste Speerman,
denkt dat je dubbel bent:
van achteren een jongen,
van voor een echte vent.

In bed speel je de jongen;
je kontje incasseert.
Hoewel men ook je forse
geslachtsdeel adoreert.

Godfried van Cambrai is een Noord-Franse dichter en benedictijn uit de elfde eeuw, die prior werd van Saint Swithun in Winchester. Hij schreef Latijnse epigrammen, geïnspireerd op het werk van de Romeinse dichter Martialis, die later geregeld aan Martialis zelf werden toegeschreven. In de deelparagrafen ‘De selectie: van Verona tot Cambrai’ en ‘Spielerei op school’ stelt Praet dat de homo-erotische poëzie met name een verschijnsel is van de elfde en twaalfde eeuw, maar dat de ‘homocultuur’ zich nog niet volledig geopenbaard heeft en nog enigszins ingehouden is, omdat er vanuit religieuze hoek veel verzet is en sodomie afgekeurd wordt. Daarbij is de dichtkunst van de twaalfde eeuw, die veel in kloosters en scholen beoefend wordt, vooral een maskeradespel van de dichter als verteller, die vrijelijk van poëtisch masker kan wisselen in plaats van dat hij zich individueel en emotioneel uit vanuit een ik-perspectief. Aan het slot van deze paragrafen waarschuwt Praet de lezer: ‘wie deze teksten ondubbelzinnig wil gaan lezen als de ontboezemingen van amoureuze, hitsige en gefrustreerde monniken en klerken, zou zich wel eens kunnen vergalopperen’.

Voor lezers die kennis van het Latijn hebben, maar ook voor liefhebbers van Nederlandstalige poëzie is Lieve Ganymedes een kritische teksteditie die de moeite van het lezen en bestuderen waard is. Stijn Praet heeft speelse en aantrekkelijke vertalingen afgeleverd. Tevens vormen deze gedichten de basis van de verdere literair-historische paragrafen van deze bundel, die beschouwd kunnen worden als een gedegen inleiding op de Latijnse homo-erotische poëzie van de klassieke oudheid en de middeleeuwen in West-Europa. De bundel is toegankelijk voor de geïnteresseerde lezer en inhoudelijk en formeel met zorg samengesteld.

____   

Lieve Ganymedes. Homo-erotische gedichten uit de middeleeuwen. (2021). Vertaald en toegelicht door Stijn Praet. PoëzieCentrum, 90 blz.
€ 20,00. ISBN 9789056553494.

 

Geplaatst in Recensies.