Bloemlezing – Gedichten van het nieuwe millennium

Grasduinen

door Hettie Marzak




Het kon niet uitblijven, na Dichters van het nieuwe millennium van 2016 en Bundels van het nieuwe millennium uit 2018 is nu Gedichten van het nieuwe millennium verschenen onder redactie van Jeroen Dera en Carl De Strycker. De Strycker is directeur van Poëziecentrum en hoofdredacteur van Poëziekrant en werkte ook mee aan Bundels van het nieuwe millennium; Dera is gespecialiseerd in literatuuronderwijs en hedendaagse poëzie en heeft aan alle drie de delen bijgedragen. Het voltooien van deze trilogie ontlokte Nederlands taalkundige professor Marc van Oostendorp op de site Neerlandistiek het vermoeden dat er over enige jaren ook Strofen en Versregels van het nieuwe millennium zullen verschijnen en misschien ook nog Critici van het millennium. Ik zou het toejuichen.

Het boek is niet bedoeld om een overzicht van de Nederlandstalige poëzie van na 2000 te geven. In de inleiding benadrukken de samenstellers dat het geen canon van de 21e-eeuwse poëzie wil zijn, omdat aan het begin van deze eeuw nog niet gezegd kan worden welke dichters en gedichten bepalend zijn geweest voor deze periode. Daarom is gekozen voor een heel ingewikkelde manier om deze bundel samen te stellen: van de honderd gedichten die zijn opgenomen, zijn er vijftig gekozen die professoren Nederlandse letterkunde en poëzierecensenten waren opgevallen. Poëzielezers brachten via social media vervolgens nog dertig gedichten aan die het vaakst door hen gekozen waren. Vervolgens kozen de tien auteurs die bijdragen aan het boek ieder één gedicht en de redacteurs leverden de overige tien. Bij elk gedicht staat aangegeven uit welke groep lezers het afkomstig is. Op deze manier wordt begunstiging van bepaalde dichters vermeden en geeft de bundel een willekeurige momentopname weer van de poëzie van na 2000.
Naast elk gedicht is een beschouwing van een ervaren criticus opgenomen. Deze critici bestaan uit vijf mannen en vijf vrouwen die allen geboren zijn na 1980. Zij geven hun eigen interpretatie van het gedicht om daarmee andere lezers opmerkzaam te maken op de diverse aspecten ervan. Het boek is daarmee vooral bedoeld voor studenten en docenten, maar zeker ook recensenten kunnen hier inspiratie opdoen en hun mening vergelijken met die van een andere geïnteresseerde lezer. Maar eigenlijk is het gewoon een boek voor iedereen die van gedichten houdt en er wat meer over wil weten.

Het is een bonte verzameling geworden van klassieke en moderne gedichten, van bekende dichters en debutanten. Er zijn verschillende manieren om zo’n bloemlezing te lezen. Je kunt vooraan beginnen en je er doorheen werken tot aan de laatste bladzijde, maar dat wordt gauw te veel. Het mooiste is om gewoon te grasduinen en op een willekeurige pagina te lezen wat een ander ervan vindt. Ik heb besloten om allereerst in de inhoudsopgave te zoeken naar mijn lievelingsgedichten, maar omwille van de objectiviteit – als daar bij poëzie al ooit sprake van kan zijn – heb ik ook een mij onbekend gedicht gekozen..

Een van mijn favoriete gedichten is van Mieke van Zonneveld, waarmee ze in 2014 de Turing Gedichtenwedstrijd won:

Nee

Soms was er een aarzeling. Een kleuter op het strand
die met zijn emmertje uit wassen ging. Ik zei ik ben
niet vies maar toch bedankt. En hij: natuurlijk ben je
vies geworden, overal ligt zand. Ik werd lamlendig
wakker. Op al mijn wegen nooit één teken maar
in dromen worden ze bij menigtes gegeven.
Ooit nam ik niets in acht, ik volgde de bekoring en
zij heeft mij niet meer thuisgebracht. Er is in heel
de wereld nergens vrede, geen vader die mij terug
verwacht, er is in heel de wereld nergens vrede.

Er was in mij iets opgestaan dat niemand wist te
temmen, het joeg mij op, beloofde mij een weelderig
bestaan. Begeerte, zei mijn vader, is de wortel van het
kwaad. Ik leerde dat het waar was maar ik leerde het
te laat, de uitgestrekte leegte vrat me op en heeft me
uitgebraakt. Er is in heel de wereld nergens vrede,
geen vreugde die niet tegenstaat, er is in heel de wereld
nergens vrede. Dit is mijn overtuiging en ik zoek haar
tot op heden in een emmer aan een kleuterhand. Hij
nadert en ik zeg tot in den treuren nee bedankt.

Het commentaar erbij is van Dera zelf. Hij geeft geen tekstuele analyse, geen vakjargon, maar de lezer kan zijn gedachten volgen over de ‘seksuele volwassenwording van de christelijke ik’ in het gedicht. Hij vertelt over de droom van de dichter in de eerste strofe, van het kind dat haar wil schoonwassen. De dichter vat dit op als een teken dat ze onrein is: ‘Wie zich eenmaal heeft overgegeven aan losbandigheid en begeerte (…) kan zich nooit meer schoonspoelen.’ Dera legt uit dat de tweede strofe wijst op een conservatieve opvoeding: ‘(…) het is haar vader die de ‘ik’ voorhield dat begeerte de wortel is van het kwaad.’ Schuldbesef en zelfverachting klinken in dit gedicht door, zegt Dera.
Naast de inhoud vertelt hij ook over de vorm en uiterlijke kenmerken: hoe functioneel het enjambement aan het einde van de vierde versregel van de tweede strofe is, door ‘te laat’ op een andere regel te zetten. Ook wijst Dera op de lange a-klank die in de tweede strofe veelvuldig voorkomt en volgens hem in feite de kern van het gedicht samenvat: van ‘bestaan’ naar ‘kwaad’ tot aan ‘te laat’ en ‘uitgebraakt’. Deze uitleg van Dera is voor mij verhelderend en helpt me om het gedicht nog mooier te vinden dan ik al deed.

Een gedicht dat ik niet kende is van de Vlaamse dichter Bernard Dewulf:

Hoe moest ik u herkennen, die stikte
in dezelfde avonden als ik
aan de toekomst van de kamers

en hoe kon ik weten
dat u toen de straf moest noemen
die ik maar blijf schrijven

dagelijks in mijn nieuwe kamers

om het nooit meer te vergeten:
dat ik u vergat te zien
die mij het licht te schrijven gaf.

Bij dit gedicht is het De Strycker die het commentaar verzorgd heeft. Hij verwijst naar andere dichters die schreven over een problematische relatie met de moeder: Claus en Elsschot. Hij noemt verstikking en onmacht als kenmerken van het gedicht. Hij toont aan dat door de verschuiving in de tweede strofe van de verleden tijd naar de tegenwoordige het gedicht over het schrijven zelf gaat, de poëzie van de dichter, die geïnitieerd wordt door de straffende moeder van wie hij zich niet los kan maken.

Het zijn slechts twee voorbeelden van gedichten met het commentaar erbij. Het maakt niet uit wat je kiest, het is een heerlijke bundel om je in te verdiepen en te verliezen.
____

Onder redactie van Jeroen Dera en Carl De Strycker (2021). Gedichten van het nieuwe millennium. PoëzieCentrum, 280 blz. € 20,- ISBN 9789056552695

Geplaatst in Recensies.